De minister beantwoordt SP-vragen over de poging de grote
ROC-koepel in Amsterdam en Almere van een faillissement te redden
door een opvallend terughoudende opstelling te kiezen. Zij wil de
broedende kip Marcel Wintels niet storen, zolang hij er nog niet
uit is, zo geeft zij aan. "
Het volledig 'reddingsplan' van de Amarantis Groep deel ik niet
met de Tweede Kamer, want het is er nog niet. De heer Wintels is op
dit moment bezig om met alle direct betrokken partijen een
oplossing te zoeken voor de situatie bij Amarantis. Een aantal
betrokken partijen heeft aangegeven financieel een bijdrage te
willen leveren. Het proces van de verdere uitwerking van het
reddingsplan is delicaat en wil ik niet verstoren."
Begrip voor scherpe reacties
De minister laat wel blijken, dat zij de scherpe reactie van
verschillende partijen op de gedachte dat zij moeten betalen voor
de kosten van Wintels' plan, zich wel kan voorstellen. "Het
solidariteitsverzoek [à €5 mln] heeft weerstand opgeleverd,
vooral aan de zijde van de VO-Raad. Ik verwacht op korte termijn
uitsluitsel hierover."
Van Bijsterveldt zegt daarbij: "[Ik] begrijp heel goed dat
sommige bestuurders emotioneel reageren, zodra hen wordt gevraagd
financieel bij te dragen aan het oplossen van de problematiek van
één school. Ze wensen niet op te draaien voor fouten die elders
zijn gemaakt."
Geen primeur
De SP stelt in haar vragen dat "het opsplitsen van Amarantis in
vijf kleinere scholengroepen een primeur is voor het Nederlandse
onderwijs", daarbij onmiskenbaar hintend naar haar eerdere voorkeur
om instellingen als Inholland op te splitsen in kleine
eenheden.
De minister gooit koud water over deze vraagstelling en schrijft
de 'Kamer: "In het kader van een goede ordening van het
onderwijsaanbod hebben zich eerder splitsingen voorgedaan in de
vo-sector. In die zin is Amarantis geen primeur. Splitsingen zijn
overigens niet per definitie te prefereren: schaalgrootte is
namelijk niet één op één gecorreleerd aan onderwijskwaliteit. De
recent ingestelde Commissie Fusietoets ziet toe op een goede
toetsing van voorgenomen fusies in het onderwijs."