• A
  • A
  • Toekomst voor plastic zonnecel?

    - Plastic zonnecellen zijn goedkoop te maken uit eenvoudige grondstoffen. De opbrengst was tot voor kort alleen niet geweldig. Onderzoekers op de RUG hebben nu theoretisch aangetoond dat ook plastic zonnecellen het rendement van ‘klassieke’ siliciumcellen kunnen halen.

    "Er heerst een soort minderwaardigheidsgevoel onder wetenschappers die aan plastic zonnecellen werken," stelt hoogleraar organische chemie aan de Rijksuniversiteit Groningen prof. dr. Kees Hummelen, één van de pioniers van de plastic zonnecel. "Ze denken dat hun zonnecellen nooit zo goed worden als die van silicium."

    20% meer rendement is mogelijk

    De onderzoekers in Groningen laten nu zien dat het wel mogelijk is de randvoorwaarden te creëren voor plastic zonnecellen met hoog rendement. In een artikel in het tijdschrift Advanced Energy Materials zetten de wetenschappers uiteen aan welke voorwaarden het nieuwe materiaal zal moeten voldoen.

    Hoe die materialen er dan precies uitzien is nog niet bekend. "Daar zijn we natuurlijk mee bezig," zegt Hummelen. "Maar dat is een enorme zoektocht. Daarom hebben we dit nu gepubliceerd, zodat zoveel mogelijk andere onderzoeksgroepen kunnen meezoeken." De berekeningen laten zien dat een plastic zonnecel met een rendement van meer dan twintig procent goed mogelijk is.

    "Het betekent dat ze zelfs beter kunnen worden dan silicium zonnecellen", lacht Hummelen. Hij wijst op een schoudertas met een plastic zonnecel zo groot als een A4-tje erop. "Daar kan je nu net je iPod mee opladen. Met de Next Generation plastic zonnecellen moet je laptop erop kunnen lopen."

    Zonnecel uit organische moleculen

    Hummelen, leider van de  begin 2011 gestarte focusgroep van Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) die de komende tien jaar werkt aan de 'Next Generation' organische zonnecel, kreeg twee jaar geleden een ingeving die leidde tot een uitgebreid theoretisch onderzoek naar de mogelijkheden van zonnecellen die uit organische  moleculen en/of polymeren (plastics) bestaan.

    De basis hiervoor werd gelegd in een project binnen het FOM Joint Solar Programme, waarin Hummelen nauw samenwerkte met prof. Sean Saheen (Denver University) en dr. Jan Anton Koster (RUG). "Traditioneel gebruiken onderzoekers in dit veld apolaire verbindingen om hun zonnecellen te maken." Dit zijn olieachtige stoffen, waarin bijvoorbeeld geladen ionen slecht oplossen.

    "Maar zo kunnen ze ook elektrische ladingen maar moeilijk verwerken." En dat is precies wat een zonnecel goed moet doen: vrije ladingen die het invallend zonlicht in de zonnecel produceert, moeten netjes naar buiten worden geleid.

    Samen met zijn collega's bekeek Hummelen wat er zou gebeuren wanneer ze het zonlicht met polaire of polariseerbare moleculen zouden opvangen. Net als bijvoorbeeld water zijn die ongeladen, maar ze hebben wel een plus- en een minpool of ze kunnen die gemakkelijk tijdelijk vormen. Het materiaal krijgt daardoor een hoge diëlektrische constante.

    Het onderzoek gebeurde met behulp van een computermodel dat de efficiëntie waarmee nieuwe materialen zonlicht in stroom omzetten kan uitrekenen. De uitkomst was dat door gebruik van zulke materialen de efficiëntie van de zonnecellen er flink op vooruitging.

    Eigenschappen onder de loep

    Verder keken de drie nog naar een aantal eigenschappen van het lichtgevoelige materiaal, zoals de kleur en de manier waarop donor en acceptor samenwerken. In een zonnecel ontstaat stroom doordat een lichtdeeltje (foton) een elektron in het donormateriaal extra energie geeft. Daarna kan het overspringen naar een acceptor, die daarmee een negatieve lading krijgt.

    "De sprong die zo'n elektron maakt kost energie. Door donor en acceptor optimaal op elkaar af te stemmen, kun je het energieverlies minimaliseren. In ons artikel laten we zien wat de gevolgen hiervan zijn voor de efficiëntie."

    Daarnaast veranderen sommige moleculen van vorm wanneer ze een elektron opnemen of afstaan. "Dat kost ook energie, die in de vorm van warmte verloren gaat. Terwijl je wilt dat de cel zoveel mogelijk stroom produceert", zegt Hummelen.  Ook hierbij is berekend hoe groot de vormverandering mag zijn om niet te veel efficiëntie te verliezen.