• A
  • A
  • Vriendjespolitiek een mythe?

    - In vrijwel geen enkel Europees land worden leden van politieke partijen nog beloond met openbare ambten voor bewezen partijdiensten. Maar Nederland en ook Griekenland..... Prof.dr. Petr Kopecký (Leiden) weet ook hoe dat komt.

    Een van de dingen waar de EU bang voor was bij de toetreding van de nieuwe democratieën van Centraal- en Oost-Europa in de jaren '90, was partijpolitieke bemoeienis met de benoeming van ambtenaren, en bevoorrechting van loyale partijleden. Kort gezegd: partijpatronage. Er kwam dan ook stevige EU-regelgeving om dit te verhinderen, want partijpatronage heeft een slechte naam. 

    Het riekt voor velen niet alleen naar corruptie, zoals alle vriendjespolitiek, maar ook naar de half-feodale wereld van de vroeg-modeerne tijd waarin adel en rijke burgers hun sytromannen op posten tilden. En zo wijst het ook op een gebrek aan scheiding tussen politiek en ambtenarij.

    Geen vinger in de pap

    De angst was in beide gevallen echter ongegrond, zegt Kopecký. Men had zich achteraf de moeite van regelgeving kunnen besparen. De Leidse hoogleraar uit Praag heeft een onderzoeksproject geleid naar partijpatronage in 14 Europese democratieën. Hij constateerde dat ministers en andere beslissers autonoom handelen, zonder dat hun eigen politieke partij een vinger in de pap heeft.

    Bij benoemingen van ambtenaren in Europa staat professionele geschiktheid vrijwel altijd voorop, zo bleek uit  het onderzoek. Toch bestaan er nog wel vormen van patronage bij benoemingen. Maar die patronage speelt zich af in persoonlijke netwerken van bijvoorbeeld ministers. Als partijpolitieke sympathieën daarbij een rol spelen - en dat is in 70% van de gevallen inderdaad zo - dan is dat vooral omdat de minister controle wil houden over de partij. Dus niet omdat 'partijgenoten'  voorrang moeten krijgen en zo invloed moeten kunnen uitoefenen.

    Erosie en verval

    Het is eerder andersom: de persoon die door een minster benoemd wordt, wordt ook een belangrijk gezicht van de partij. Op die manier worden partijen tegenwoordig vernieuwd van bovenaf en veel minder van onderop. De belangrijkste factor voor het verdwijnen van partijpatronage is dan ook de erosie van de politieke partijen zelf.

    Er is een verval merkbaar van de voorheen van onderop opgebouwde politieke organisaties die een achterban in de maatschappij vertegenwoordigen, zoals in de verzuilde structuren in ons land van voorheen. Een tweede factor is de toegenomen media-aandacht voor benoemingsprocessen.

    Hellas en Holland

    Er zijn enkele uitzonderingen. In Griekenland worden actieve partijleden nog wel voorgetrokken bij banen, in alle lagen van de ambtenarij. Ook in Oostenrijk was dat tot voor kort het geval, maar daar is het op zijn retour.

    Nederland is hier wel een interessant geval, zegt Kopecky in zijn oratie. In iedere fractie in de Tweede Kamer houdt een partijlobbyist nauwlettend in de gaten welke posten in de bureaucratie vrijkomen. Een zekere partijfilter is hier dus nog aanwezig. Maar of dit nu echt zo veel impact heeft, wil de Praags-Leidse geleerde nog eens precies uitzoeken.