• A
  • A
  • Ziek kind verdient maatwerk

    - Chronisch zieke jongeren vallen als adolescent vaak tussen wal en schip. Hoe worden ze met zorg op maat toch zelfstandig? Het proefschrift ‘Op Eigen Benen’ van de Rotterdamse lector AnneLoes van Staa biedt oplossingen. “Deze jongeren willen graag zelf betrokken worden bij de zorg.”

    Van de 500.000 chronisch zieke kinderen in Nederland bereikt dankzij de medische vooruitgang 90% de volwassen leeftijd. Toch gaat die overstap in zorg niet altijd vlekkeloos. AnneLoes van Staa, als lector Transities in de Zorg werkzaam op de Hogeschool Rotterdam, promoveert op 6 juni op onderzoek naar hoe jongeren deze overgangsfase in de zorg zelf beleven.

    De Achterbankpatiënt

    Van Staa interviewde jongeren tussen de 12 en 19 jaar in het Erasmus MC Sophia Ziekenhuis naar hun ervaringen in de zorg. Over haar eerste ervaringen bij deze gesprekken en haar onderzoek publiceerde zij op ScienceGuide reeds eerder. Uit dat werk blijkt dat jongeren aangeven graag betrokken te worden bij de zorg. Bovendien vinden ze dat die zorg beter op hun leeftijd moet worden afgestemd. In de spreekkamer blijkt echter dat de ouders meestal nog de regie voeren. Zorgverleners hebben daarnaast maar weinig aandacht aan andere dan medische zaken, terwijl dat voor jongeren juist van belang is.

    Om dat te duiden, onderscheidt Van Staa - los van de aandoeningen die de jongeren hebben - vier type patiënten. De meeste jongeren voelen zich thuis bij het profiel 'Betrokken en Therapietrouw', maar er zijn ook jongeren die 'Eigenwijs en Onafhankelijk' of 'Bezorgd en Onzeker' zijn. Voor de 'Achterbankpatiënt' speelt met name de aanwezigheid van de ouders bij spreekuren in het Ziekenhuis een belangrijke rol.

    Partners in de zorg

    Hoe een arts of verpleegkundige deze jongeren dient te benaderen wisselt dan ook nogal naargelang het type patiënt. Voor alle chronisch zieke jongeren is het doel uiteindelijk dat ze samen met hun ouders, en de zorgverleners partners in hun eigen zorg worden.

    De overgang waar de jongeren mee te maken krijgen rond hun 18e levensjaar als ze overstappen naar volwassenzorg, gaat niet bij iedereen even goed. Jongeren en ouderen merken dat er te weinig sprake is van samenwerking tussen de kinder- en volwassenenzorg. 85% van de zorgverleners vindt dat jongeren binnenboord gehouden moeten worden door in een vroeg stadium te werken aan zelfmanagement, therapietrouw en zelfredzaamheid van de jongeren. 

    De samenvatting van het proefschrift van AnneLoes van Staa vindt u hier.