Het 'aanzien van de docent' is een onderwerp dat met vaste
regelmaat besproken wordt. Op de Dag van de
Excellentie werd het begrip 'aanzien' aan een grondige
discussie onderworpen. Want over welk aanzien hebben we het precies
wanneer de teruggang ervan weemoedig bekeken wordt? Gaat het over
het aanzien bij vakgenoten, bij studenten, of om het
maatschappelijk aanzien?
Een mogelijke remedie zou kunnen liggen in personal
branding van leraren. Om je naar de buitenwereld goed te
kunnen presenteren, is bij branding een vereiste dat je
zelf heel goed weet wat je inspireert, waarom het docentschap jouw
missie is. Personen die zélf heel goed weten waarom ze doen wat ze
doen, zijn op hun beurt weer een grote inspiratie voor anderen.
Peter Wieringa (hoogleraar Man-Machine Systems en vice-rector TU
Delft) noemde als voorbeeld van branding de Delftse leermeesterprijs
die jaarlijks wordt uitgereikt aan een docent die school heeft
gemaakt.
Kwetsbaarheid tonen
Een ander thema dat op de Dag van de Excellentie discussie opriep,
was op welke manier je docenten kunt opleiden voor onderwijs dat in
sneltreinvaart verandert. De leraar van nu lijkt opgeleid voor een
situatie van 30 jaar geleden. Tegelijk is het onmogelijk om de
docent van nu op te leiden voor 30 jaar in de toekomst. Wat is de
oplossing? 'Haal de docent uit zijn isolement', was een slogan die
naar voren kwam. Bijscholing duurt vaak te lang en is
eendimensionaal. Verbindingen met het bedrijfsleven en met
studenten kunnen ervoor zorgen dat de docent zich blijvend
ontwikkelt.
Ook belangrijk in het kader van blijvende ontwikkeling is dat er
wordt nagedacht hoe je evaluatie door andere leerkrachten minder
'eng' kunt maken. Er is nu nog een beperkte bereidheid bij docenten
voor peer-to-peer-intervention. Blijkbaar is de omgeving
niet veilig genoeg voor een docent om zich kwetsbaar op te stellen.
Waar ligt dat precies aan? Een mooi onderwerp om op de Obama-summit
verder uit te diepen.
Verder werd het thema 'prestatiebeloning' bediscussieerd.
Wolter Paans (onderzoeker aan het Lectoraat Excellentie, Hanze
Hogeschool) stelde dat het tot nu toe vooral een
politieke discussie was. Onderzoeken die een zo'n
beloningssysteem ondersteunen, ontbrekend tot nu toe echter. Het
zou zeker de moeite waard zijn om een pilot te organiseren. De
nieuwe Roosevelt Academy dean Barbara
Oomen waarschuwde wel dat het geen popularity contest
wordt. Je moet genuanceerd met evaluaties omgaan. Zo is niemand dol
op het vak statistiek, maar waarderen studenten het vak vijf jaar
laten bijzonder hoog.
Oorlog in de lerarenkamer
Gerard Jacobs (Oud-Philips Singapore, nu directeur
Jet-Net) voegde daaraan toe dat het onderwijs niet te bang moet
zijn voor nuances. Een beoordeling is niet alleen een afrekening,
maar ook een stimulans om jezelf te verbeteren. Het hoeft niet
meteen 'oorlog in de lerarenkamer' te betekenen.
Tot slot kwam Farbod Saatsaz van Driel (Nederlandse
Wereldwijde Studenten, NEWS) met een sprekend voorbeeld uit
Toronto: daar worden beoordelingen van de curricula, van de
onderwijsaanpak en van docenten zelf op een structurele wijze
toegepast en volledig transparant gemaakt. De studenten weten
daardoor ook dat ze er serieus werk van moeten maken. Regelmatig
worden ze bovendien benaderd voor verdiepende enquêtes. De
consequenties die uit al die evaluaties worden getrokken zijn voor
iedereen openbaar, inclusief de beloning van de leraren. Het is
daarom extra interessant dat Canada - als voorloper op het terrein
van onderwijsvernieuwing - vaste deelnemer is aan de Obama summit.