Staatssecretaris Zijlstra wilde een beter inzicht in welke
HO-aanbod van welke aard waar wenselijk en nuttig zou zijn. Zijn
nieuwe beleidsregel op dat terrein verscherpt de voorwaarden en
verruimt kansen voor verbreding van HO-aanbod.
"Door de Tweede Kamer is regelmatig gewezen op het belang van
dergelijk beleid. Het gaat daarbij niet alleen om de
macrodoelmatigheid van nieuwe opleidingen, ook een opschoning van
het bestaande aanbod is aan de orde. Daarbij is onder andere een
ontwikkeling naar meer brede opleidingen een aandachtspunt."
Transparanter aanbod gewenst
"Aan de zijde van de werkgeversverenigingen en studenten is
tevens behoefte aan een minder omvangrijk en transparanter aanbod.
Instellingen staan positief tegenover deze behoeften.
Tegelijkertijd wijzen ze er wel op dat het van belang is om eigen
beleidsruimte in het starten van nieuwe opleidingen te hebben en in
te kunnen spelen op de behoefte van de arbeidsmarkt en de
maatschappij. Voor universiteiten geldt dat de verbondenheid met
onderzoek een remmende werking heeft op de ontwikkeling van nieuw
opleidingenaanbod. Een onderzoeksinfrastructuur is immers niet
zomaar opgebouwd," schrijft hij de Kamer.
Het gaat hem om twee centrale oogmerken: "1. Meer flexibiliteit
ten behoeve van de aanpassing/vernieuwing en verbreding van
bestaande opleidingen.
2. Restrictief ten aanzien van nieuwe opleidingen en nieuwe
vestigingsplaatsen, met aandacht voor het profiel van de instelling
en de behoefte op de arbeidsmarkt."
Verbreding in het kader van 'Veerman' krijgt meer ruimte. Men
mag zelfs na drie jaar op zijn schreden terugkeren, zonder dat men
licenties kwijtraakt. "Instellingen kunnen opleidingen samenvoegen
tot brede opleidingen waarbij de ruimte wordt geboden na 3 jaar
eventueel terug te vallen op de oorspronkelijke smallere
opleidingen. Binnen de brede opleidingen kan specialisatie worden
aangebracht door minors, majors en afstudeerrichtingen. Bovendien
is er binnen brede opleidingen meer ruimte voor aanpassing of
innovatie van curricula. Verder wordt aan de instelling de
mogelijkheid geboden om een samenhangend plan voor aanpassing van
meerdere opleidingen tegelijk in te dienen."
Minder overheidssturing
De overheidsvisie zal voortaan een stuk minder sturend zijn voor
de invulling van het bestel. "Om die reden is in de
macrodoelmatigheidstoetsing de vraag vanuit werkgevers/
beroepspraktijk (waaronder ook de wetenschap) centraler komen te
staan. Het overheidsbeleid als uitgangspunt voor nieuw aanbod is
minder prominent dan in de eerdere beleidsregel. Hoewel de overheid
met haar beleid probeert aan te sluiten op de maatschappelijke
behoefte, werd dit overheidsbeleid in de vorige
macrodoelmatigheidstoetsing als te dominant ervaren."
En voor wie dat nog niet begreep formuleert OCW het nog eens
pregnant: "Voor het starten van een nieuwe opleiding dienen
instellingen aan te tonen dat er een maatschappelijke,
wetenschappelijke en/of arbeidsmarkt behoefte is. De human capital
agenda's van de topsectoren kunnen hiervoor worden gebruikt."
Differentiatie krijgt daarbij ook in concreto meer ruimte en
wordt ook meer nadrukkelijk gericht op de vraag. "Hoewel de
basiscriteria voor alle opleidingen hetzelfde zijn, kan per
opleidingssoort een nadere inkleuring gegeven worden aan de
basiscriteria. Door dit in de beleidsregel te expliciteren wordt
deze weging, die nu vaak impliciet gemaakt wordt bij beoordelingen,
geëxpliciteerd. Dit leidt tot meer transparantie in de beoordeling
en kan bijdragen aan de beleidsdoelstelling van meer differentiatie
in het onderwijsaanbod. Zo zal de arbeidsmarktrelevantie bij
associate-degreeprogramma's bijvoorbeeld zwaarder wegen dan bij een
wo-bachelor."
HBO-master alleen als aanvulling
Het HBO moet daarbij niet denken, dat het een eigen profiel en
kwaliteitsbenadering al te ver zou kunnen strekken. Een
professionele masteropleiding blijkt nog steeds geen eigen aard of
inhoud te kunnen krijgen, maar slechts als remplacant van een
ontbrekend WO-aanbod te mogen ontstaan.
Dit formuleert de bewindsman als volgt: "Voor de
hbo-masteropleidingen zijn daarom nieuwe criteria geformuleerd.
Deze opleiding wordt volgens de reguliere procedure beoordeeld, met
de aanvulling dat deze master moet aansluiten bij een van de
prioritaire gebieden van de overheid. Na wetswijziging (zie hierna)
is beoogd dat de driejarige trajecten voor vwo'ers aan een
prioritair gebied gelijk worden gesteld.
De hbo-masteropleidingen dienen aanvullend te zijn op het
bestaand master aanbod en worden ook als zodanig beoordeeld. Dit
betekent dat zij niet een behoefte kunnen vervullen die reeds door
een andere master (hbo dan wel wo) wordt vervuld. Dit geldt voor
zowel de hbo-masters als de wo-masters."
"Of de hbo-masteropleiding inspeelt op een prioritair gebied
moet blijken uit beleidsstukken van de rijksoverheid. Voorbeelden
van prioritaire gebieden zijn de economische topsectoren (zie human
capital agenda's), zorg en onderwijs. Indien de driejarige
hbo-bacheloropleiding wettelijk mogelijk wordt, dan zullen
hbo-masteropleidingen die daarop aansluiten worden gelijkgesteld
aan een prioritair gebied, mits ook inhoudelijk gezien behoefte aan
een dergelijke opleiding bestaat."