Op social media ontstond zo waar een bescheiden Haagse
Twitterfittie over die cruciale vraag bij de plannen voor de
toekomst en het 'level playing field' in het HO van na 2017.
Immers, alleen volstrekte helderheid daarover zou duidelijk maken
wat de ware HO-strategie van Rutte en Zijlstra inhoudt voor de fase
na 'Veerman'. Is het einddoel 'privatisering' of
'voucherbekostiging'? Vraaggestuurd via 'de markt' of vraaggestuurd
via de deelnemer en zijn leerrechtbekostiging?
Halbe zat klem
Het 'discours' van de HBO-raad op 21 juni liet de einduitkomst
nog in de lucht hangen. De scherpe vragen van ISO-voorzitter
Sebastiaan Hameleers kregen zelden het heldere antwoord dat
gespreksleider Thom de Graaf de andere deelnemers trachtte te
ontlokken. Halbe Zijlstra zat namelijk klem die avond, zo
bleek.
De bewindsman moet zich positie verwerven tussen twee
principiële stellingnames die hem als liberaal beide ook nog ten
diepste moeten aanspreken. Beide verwerpen echter zijn
beleidsvoorstel voor 2017 en verder. De 'particulieren', als
LOI-chef Kuipers, willen liefst helemaal geen vouchers en andere
'verdachte' middelen om toch beleidssturing te plegen via
bekostigingsinstrumenten. Zij vinden Zijlstra eigenlijk niet liberaal genoeg.
De overige hogescholen houden vast aan de gedachte dat
overheidsbekostiging alleen rechtmatig is in een 'level playing
field' als deze kwalitatief volwaardige, volledige
opleidingstrajecten faciliteert. Voor je het weet gaat OCW beurzen
uitdelen aan modules of brokken van marktconform aanbod, dat niet
leidt tot opleidingsrendement. Zulke studies ziet men vooral bij de
commerciële trajecten opdoemen. Zij vinden Zijlstra dus niet
'Ordnungsliberal' genoeg.
Visgraatje in keel HBO-raad
De bewindsman moest zijn beleid dan ook op twee fronten
verdedigen tegen het 'too little, too late' verwijt. Hij hield
beide bezwaren op een misverstand. De HBO-raad was paniekeriger
dan nodig.
Bovendien verweet Zijlstra de huidige HO-instellingen dat
zij als voltijdsaanbod tegenwoordig opleidingen aanbieden die qua
studie-intensiteit in de HO-wetgeving van Deetman nog als deeltijd
ingeboekt zouden staan: minder dan 20 uren contacturen per
week. Impliciet was de dreiging, dat voltijdse studie ook wel als
deeltijdse bekostigd zouden kunnen gaan worden.
Dat bleef als een visgraatje steken in de keel van gastheer
HBO-raad. De reactie van secretaris-directeur Ad de Graaf op
ScienceGuide was niet mals: "Het graven in de archieven
levert de volgende wetstekst uit het midden van de tachtiger jaren
op: 'Deeltijd onderwijs is onderwijs dat 's avonds, overdag dan wel
's avonds en overdag wordt gegeven en dat naar karakter en omvang
is gericht op studenten van wie in het algemeen de voor
werkzaamheden beschikbare tijd grotendeels in beslag wordt genomen
door andere activiteiten dan onderwijsactiviteiten,' (art 12,
WHBO). De wettelijke bepaling over die 20 uur contacttijd (dus met
een docent) heb ik niet kunnen vinden. De staatssecretaris vergist
zich blijkbaar."
Lees bladzijde 13
Bovendien draaide hij rondjes rond de verdedigingslinies in
de tweefronten oorlog van de staatssecretaris. Zijn "logica was
onnavolgbaar." Daar twitterde OCW direct op los. Men moest de Kamerbrief van Zijlstra eerst maar eens goed
lezen. En vooral bladzijde 13 daarvan, zo werd aanbevolen.
Daar staan als toekomstige uitwerkingen onder meer:
"- afstemming van de omvang van de beurs op die van de opleiding
(in credits),waarbij flexibele, gefaseerde inzet van beurzen c.q.
deelname aan opleidingsonderdelen mogelijk is;
- doelmatige besteding van beurzen, bijvoorbeeld door voorwaarden
te hanteren ten aanzien van geldigheidsduur van de beurzen;
- inzet van beurzen ten behoeve van afronding met een diploma van
geaccrediteerde programma's en opleidingen hoger onderwijs
(Associate degree, Bachelor en Master), voor deelnemers voor wie
dit een eerste studie is;"
Wat zijn 'onderdelen'?
OCW geeft dus de volgende richting aan: de toekomstige beurzen -
in de vorm van vouchers - kunnen worden benut voor diplomagerichte
'onderdelen' van studies, onder meer het afronden van een 'eerste'
bekostigde studie. Bijvoorbeeld kan zo een laatste studiejaar
voltooid worden na uitschrijving als voltijdstudent en
herinschrijving in deeltijdaanbod. Dat zou kunnen om de techniek-
of lero-studie te combineren met werk in de tekortvakken in die
sectoren.
Maar houdt dit ten principale dan geen inperking van het recht
op publieke bekostiging van zo'n eerste studie in? En dat juist
in vakken waar de samenleving en de industrie naar zitten te
snakken? En wat zijn 'onderdelen' eigenlijk, als het noch een
module, noch een volledige studie betreft?
Het Hellas van het HO?
Het is nog geen 2017, dus Zijlstra's opvolger kan de hoofdlijnen
van de gegeven beleidsrichting nog nader verhelderen. Voor de
instellingen van zowel WO, HBO als NRTO is 2017 echter allesbehalve
'ver weg'. Zij moeten immers tussen nu en 2016 - en dat is de facto
een jaar of 3 slechts, minder dan een curriculum van een student -
hun prestatieafspraken invullen en waarmaken. In dat pakket van
afspraken naar aanleiding van 'Veerman' en 'Dijkgraaf' zit de
deeltijdingreep van OCW alleen niet verwerkt. Deze kwam immers
als een duiveltje uit het beleidsdoosje, nadat men over Veerman
overeenstemming had bereikt.
Grote hogescholen en ook universiteiten lopen nu aanzienlijke
risico's. Zij moeten incalculeren of hun lange termijn aanpak - een
jaar na het afrekenmoment in 2016 voor die prestatieafspraken -
niet tot grote financiële klappen zal leiden. Als ze niet oppassen
gaan ze kopje onder dankzij goede voornemens.
Er zijn instellingen die meer dan 15-20% van hun studenten in de
deeltijdsector hebben zitten. Inzet voor LLL-trajecten tot in 2016
zou in 2017 en volgende jaren dan vele tientallen miljoenen aan
verlies van bekostiging opleveren. Fontys, Avans, Inholland en vele
anderen moeten hier rekenen op klappen die hen het Griekenland van
het HO zouden maken.
Het lijstje meest in gevaar komende instellingen leest u hier.