Afgelopen week organiseerde de HBO-raad een debat over de
voorstellen van staatssecretaris Zijlstra om deeltijd opleidingen
niet meer te bekostigen. Daarvoor in de plaats komen beurzen, maar
deze komen er alleen voor opleidingen die de overheid belangrijk
vindt. Die beurzen kunnen worden besteed bij zowel bekostigde als
private opleidingen, als deze tenminste geaccrediteerd zijn.
Het was een interessant debat, om wat er gezegd werd. Maar
vooral om wat er niet gezegd werd!
Wat is eigenlijk een deeltijd opleiding?
Volgens Zijlstra stond er in de jaren tachtig in de wet dat
opleidingen met minder dan 20 uur contacttijd per week
deeltijds zijn. En dat is nu wel anders, zo heeft hij al eerder
laten weten.
Echter, het graven in de archieven levert de volgende wetstekst
uit het midden van de tachtiger jaren op: "Deeltijd onderwijs is
onderwijs dat 's avonds, overdag dan wel 's avonds en overdag wordt
gegeven en dat naar karakter en omvang is gericht op studenten van
wie in het algemeen de voor werkzaamheden beschikbare tijd
grotendeels in beslag wordt genomen door andere activiteiten dan
onderwijsactiviteiten" (art 12, WHBO).
De wettelijke bepaling over die 20 uur contacttijd (dus met een
docent) heb ik niet kunnen vinden. De staatssecretaris vergist zich
blijkbaar.
Waarvoor kunnen de beurzen worden gebruikt?
In het debat was Zijlstra helder. Het moet wel worden aangewend
voor opleidingen die tot een diploma leiden. Dat ligt voor de hand
want in het vorige decennium heeft het Schutte-onderzoek naar de
'hbo-fraude' geleid tot de conclusie, dat hogescholen geen
bekostiging mogen gebruiken voor het aanbieden van delen van
opleidingen die niet gericht zijn op het behalen van een diploma.
Dan is het nu niet logisch om te zeggen dat publiek geld hier wèl
voor mag worden gebruikt. Overigens, het Schutte-onderzoek is een
belangrijke oorzaak van de afname van het aantal deeltijd
studenten.
Dit leidt tot de volgende conclusie. Er is sprake is van een
opvallende beleidswijziging van Zijlstra. In zijn brief hierover
schreef hij nog, dat beurzen ook konden worden aangewend voor
deelname aan onderwijsonderdelen. Dat trekt hij nu in.
Aangenomen wordt dat hij niet de deur wil openzetten voor
publieke financiering van losse modules, die nu privaat worden
gefinancierd. Dat zou ook de wereld op zijn kop zetten in deze tijd
van budgettaire krapte!
Maar… wat is het track-record van het particulier
onderwijs?
Er is iets geks aan de hand met de logica van het
beleidsvoornemen van de bewindsman.
1) Tijdens het HBO-debat benadrukte de staatssecretaris tot twee
keer toe, dat de beurzen natuurlijk alleen bestemd zijn voor
opleidingen die tot een diploma leiden.
2) In zijn brief van 30 maart schrijft hij: "De
meerderheid van de deelnemers aan niet-bekostigde opleidingen
hoger onderwijs volgt, volgens de NRTO, onderdelen van opleidingen
in de vorm van (clusters) van modules" En behaalt dus geen
diploma!
3) Daaruit volgt een volgens de staatssecretaris logische
conclusie: hij zet zijn kaarten op het niet-bekostigde
onderwijs om te komen tot meer gediplomeerden in het hoger
onderwijs.
De staatssecretaris beschikt hetzij over geheime gegevens, die
in tegenspraak zijn met zijn eerdere uitspraak dat de meeste
studenten van de niet-bekostigde opleidingen maar een deel
van een opleiding volgt. Hetzij de staatssecretaris is volstrekt
onnavolgbaar.
En à propos: nu deze discussie speelt, zou het dan niet logisch
zijn, dat de niet-bekostigde hogescholen het publiek informatie
verschaffen over hun rendementen op dezelfde wijze als de
bekostigde hogescholen dat doen? Hebben ook hun studenten
hier geen recht op?
Wie betaalt de rekening?
Vanuit zijn optiek bezien is bittere noodzaak dat Zijlstra kiest
voor beurzen die niet voor iedereen zijn weggelegd. Er komt een
maximum budget. Bij een te grote toeloop van studenten naar de als
prioritair benoemde opleidingen moet de hoogte van de beurs gewoon
omlaag. Dat effect is begrijpelijk, omdat de overheid anders een
'open einde' schept in de bekostiging.
Dat laat zien wat een systeem inhoudt van vouchers, die je bij
zowel bekostigde als niet-bekostigde, geaccrediteerde
opleidingen kunt besteden. Zo'n systeem wordt onbetaalbaar en dan
haakt of wel de minister van Financiën af, of het bedrag per
voucher gaat fiks omlaag!
Het gevolg van het geprivatiseerde bestel van de
staatssecretaris is dat slechts een deel van de studenten die een
geaccrediteerde deeltijdopleiding volgt een beurs of voucher
krijgt. Dat zal geschieden, zelfs als deze student zijn of haar
Ba-Ma leerrecht nog niet volledig heeft geconsumeerd. Als het
puntje bij paaltje komt, wordt opnieuw de rekening bij de student
en/of zijn werkgever neergelegd.
Moet er dan niets gebeuren met het deeltijd onderwijs?
Natuurlijk wel, maar dit is niet de routekaart die hiervoor leidend
kan zijn. De logica van de staatssecretaris is in elk geval
onnavolgbaar. Het updaten van zijn TomTom is geen overbodige
luxe.
Ad de Graaf, directeur HBO-raad