In een brief aan de Tweede Kamer geeft staatssecretaris Zijlstra
de gegevens die vanuit verschillend onderzoek en metingen bij de
betrokken hogescholen naar voren komen over de buitenlandse
studenten in het kunstonderwijs. Belangrijke vraag vanuit de Kamer
was, of en in welke mate deze studenten bijdragen aan de "culturele
arbeidsmarkt" van ons land.
Belangrijke baten
Zijlstra wijst er daarbij op dat het CPB hier recent belangrijke conclusies in algemene zin
over heeft gepresenteerd. "Onderzoek van het CPB laat belangrijke
baten zien voor Nederland indien studenten na afstuderen in
Nederland blijven werken. Ook indien studenten naar het buitenland
vertrekken, maar wel binding houden met Nederland zijn er
belangrijke baten, al zijn deze lastiger te kwantificeren."
In de brief laat OCW zien welke relevante gegevens beschikbaar
zijn en trekt daaruit prudent, maar helder een positieve conclusie.
Hoewel driemaal zoveel buitenlandse studenten deelnemen aan
KUO-opleidingen dan in de rest van het HBO, is het percentage van
hen, dat na afloop van de studie vertrekt maar weinig hoger dan
voor de overige HBO-opleidingen. De betreffende passages leest u
hier.
"'Stay-rate' buitenlandse afgestudeerden
kunstvakonderwijs
Het vorig jaar verschenen rapport Kunstenaars in breder
perspectief van het CBS biedt een grote hoeveelheid informatie over
kunstenaars in Nederland enerzijds en de afgestudeerden van
creatieve HBO-opleidingen anderzijds. Op blz. 112/113 van dit
rapport valt te lezen dat van het aantal afgestudeerden met een
creatieve HBO-opleiding uit 2002 in 2003 3% ofwel naar het
buitenland is vertrokken, ofwel is overleden (in 2007 is dit 7%).
Voor het gehele HBO cohort uit 2002 is dit (ook volgens de CBS
cijfers) 2% in 2003 (en 5% in 2007).
Dit wil zeggen dat - bij een gelijk sterftecijfer -
afgestudeerden van creatieve HBO-opleidingen in 2003 1%-punt meer
naar het buitenland vertrekken dan overige HBO-afgestudeerden (in
2007 is dit 2%-punt verschil). Bij specifieke opleidingen ligt dit
cijfer hoger: 5% van de in 2002 afgestudeerden muziek is ultimo
2003 naar het buitenland vertrokken (of overleden), ultimo 2007 is
dit 12%.
Aangezien het aandeel allochtone studenten, dat in 2002 aan
creatieve HBO-opleidingen is afgestudeerd 23% is, kan op basis van
de cijfers van het CBS de zeer voorzichtige conclusie worden
getrokken dat een aanzienlijk deel van de buitenlandse
afgestudeerden van creatieve HBO-opleidingen in Nederland
blijft.
Alumnibeleid
Aan de instellingen met de meeste buitenlandse studenten in
relatie tot hun totale studentenpopulatie is gevraagd of zij een
beeld hebben in hoeverre hun buitenlandse studenten na afstuderen
in Nederland blijven. Twee van de vijf instellingen hebben hierover
cijfers geleverd.
De Gerrit Rietveld Academie heeft in mei 2011 een onderzoek
onder oud-studenten gehouden. Van de 885 afgestudeerden uit de
jaren 2005-2010 hebben 343 alumni hun gegevens doorgegeven. Hiervan
zijn er 166 geboren in het buitenland. Van deze 166 wonen en werken
er 118 in Nederland.
Uit de alumni-enquête die de Design Academy in november 2011
heeft gehouden onder 1009 afgestudeerde bachelorstudenten blijkt
dat van de in totaal 247 respondenten 54 alumni niet uit Nederland
komen. Van deze groep is 31,5% in Nederland werkzaam, waarvan het
overgrote deel binnen het eigen vakgebied.
Uit een zelfde enquête onder 194 afgestudeerde masterstudenten
van de Design Academy blijkt dat van de in totaal 55 respondenten
43 alumni niet uit Nederland komen. Van deze groep is 37,2%
werkzaam in Nederland, allen binnen het eigen vakgebied.
Bij de overige drie instellingen (Hogeschool Zuyd, Codarts en
Hogeschool der Kunsten Den Haag) wordt ook in meer of mindere mate
alumnibeleid gevoerd, maar waren geen specifieke statistieken
voorhanden. Interessant zijn echter de kanttekeningen die daarbij
werden geplaatst. Eén van de instellingen gaf aan dat haar
alumnibeleid een sterk kwalitatief karakter kent (o.a. contacten
via docenten en periodiek overleg met oud-studenten). Deze
kwalitatieve benadering levert volgens die instelling meer en
betere informatie op dan een kwantitatief onderzoek, waar de
respons laag is omdat studenten letterlijk over de hele wereld
uitwaaien. Verder werd opgemerkt dat studenten die terug gaan naar
hun eigen land vaak nog wel binding houden met Nederland doordat
zij bijvoorbeeld op projectbasis in Nederland werkzaam blijven. Dit
is lastiger te kwantificeren, zoals ook door het onderzoek van het
CPB wordt bevestigd.
Conclusie
Niet iedere buitenlandse student wordt gevolgd en met betrekking
tot het beschikbare cijfermateriaal moet een aantal slagen om de
arm worden gehouden. Op basis van de gegevens die mij ter
beschikking staan, trek ik echter de voorzichtige conclusie dat
Nederland voordelen geniet van het feit dat er buitenlandse
studenten in Nederland kunstvakonderwijs volgen."