• A
  • A
  • Kunststudent rendeert

    - Terwijl meer dan 25% van de HBO-kunstdiploma’s naar internationaal talent gaat, vertrekt maar een klein deel van hen daarna naar elders. Zij die vertrekken houden vaak een blijvende band met de kunstpraktijk in ons land. OCW trekt dan ook een gunstige conclusie: Nederland profiteert.

    In een brief aan de Tweede Kamer geeft staatssecretaris Zijlstra de gegevens die vanuit verschillend onderzoek en metingen bij de betrokken hogescholen naar voren komen over de buitenlandse studenten in het kunstonderwijs. Belangrijke vraag vanuit de Kamer was, of en in welke mate deze studenten bijdragen aan de "culturele arbeidsmarkt" van ons land.

    Belangrijke baten

    Zijlstra wijst er daarbij op dat het CPB hier recent belangrijke conclusies in algemene zin over heeft gepresenteerd. "Onderzoek van het CPB laat belangrijke baten zien voor Nederland indien studenten na afstuderen in Nederland blijven werken. Ook indien studenten naar het buitenland vertrekken, maar wel binding houden met Nederland zijn er belangrijke baten, al zijn deze lastiger te kwantificeren."

    In de brief laat OCW zien welke relevante gegevens beschikbaar zijn en trekt daaruit prudent, maar helder een positieve conclusie. Hoewel driemaal zoveel buitenlandse studenten deelnemen aan KUO-opleidingen dan in de rest van het HBO, is het percentage van hen, dat na afloop van de studie vertrekt maar weinig hoger dan voor de overige HBO-opleidingen. De betreffende passages leest u hier.

    "'Stay-rate' buitenlandse afgestudeerden kunstvakonderwijs

    Het vorig jaar verschenen rapport Kunstenaars in breder perspectief van het CBS biedt een grote hoeveelheid informatie over kunstenaars in Nederland enerzijds en de afgestudeerden van creatieve HBO-opleidingen anderzijds. Op blz. 112/113 van dit rapport valt te lezen dat van het aantal afgestudeerden met een creatieve HBO-opleiding uit 2002 in 2003 3% ofwel naar het buitenland is vertrokken, ofwel is overleden (in 2007 is dit 7%). Voor het gehele HBO cohort uit 2002 is dit (ook volgens de CBS cijfers) 2% in 2003 (en 5% in 2007).

    Dit wil zeggen dat - bij een gelijk sterftecijfer - afgestudeerden van creatieve HBO-opleidingen in 2003 1%-punt meer naar het buitenland vertrekken dan overige HBO-afgestudeerden (in 2007 is dit 2%-punt verschil). Bij specifieke opleidingen ligt dit cijfer hoger: 5% van de in 2002 afgestudeerden muziek is ultimo 2003 naar het buitenland vertrokken (of overleden), ultimo 2007 is dit 12%.

    Aangezien het aandeel allochtone studenten, dat in 2002 aan creatieve HBO-opleidingen is afgestudeerd 23% is, kan op basis van de cijfers van het CBS de zeer voorzichtige conclusie worden getrokken dat een aanzienlijk deel van de buitenlandse afgestudeerden van creatieve HBO-opleidingen in Nederland blijft.

    Alumnibeleid

    Aan de instellingen met de meeste buitenlandse studenten in relatie tot hun totale studentenpopulatie is gevraagd of zij een beeld hebben in hoeverre hun buitenlandse studenten na afstuderen in Nederland blijven. Twee van de vijf instellingen hebben hierover cijfers geleverd.

    De Gerrit Rietveld Academie heeft in mei 2011 een onderzoek onder oud-studenten gehouden. Van de 885 afgestudeerden uit de jaren 2005-2010 hebben 343 alumni hun gegevens doorgegeven. Hiervan zijn er 166 geboren in het buitenland. Van deze 166 wonen en werken er 118 in Nederland.

    Uit de alumni-enquête die de Design Academy in november 2011 heeft gehouden onder 1009 afgestudeerde bachelorstudenten blijkt dat van de in totaal 247 respondenten 54 alumni niet uit Nederland komen. Van deze groep is 31,5% in Nederland werkzaam, waarvan het overgrote deel binnen het eigen vakgebied.

    Uit een zelfde enquête onder 194 afgestudeerde masterstudenten van de Design Academy blijkt dat van de in totaal 55 respondenten 43 alumni niet uit Nederland komen. Van deze groep is 37,2% werkzaam in Nederland, allen binnen het eigen vakgebied.

    Bij de overige drie instellingen (Hogeschool Zuyd, Codarts en Hogeschool der Kunsten Den Haag) wordt ook in meer of mindere mate alumnibeleid gevoerd, maar waren geen specifieke statistieken voorhanden. Interessant zijn echter de kanttekeningen die daarbij werden geplaatst. Eén van de instellingen gaf aan dat haar alumnibeleid een sterk kwalitatief karakter kent (o.a. contacten via docenten en periodiek overleg met oud-studenten). Deze kwalitatieve benadering levert volgens die instelling meer en betere informatie op dan een kwantitatief onderzoek, waar de respons laag is omdat studenten letterlijk over de hele wereld uitwaaien. Verder werd opgemerkt dat studenten die terug gaan naar hun eigen land vaak nog wel binding houden met Nederland doordat zij bijvoorbeeld op projectbasis in Nederland werkzaam blijven. Dit is lastiger te kwantificeren, zoals ook door het onderzoek van het CPB wordt bevestigd.

    Conclusie

    Niet iedere buitenlandse student wordt gevolgd en met betrekking tot het beschikbare cijfermateriaal moet een aantal slagen om de arm worden gehouden. Op basis van de gegevens die mij ter beschikking staan, trek ik echter de voorzichtige conclusie dat Nederland voordelen geniet van het feit dat er buitenlandse studenten in Nederland kunstvakonderwijs volgen."