Soete zet zijn visie -doorspekt met zijn befaamde humor en
Vlaamse zelfspot- in een rede uiteen, die begint bij zijn Dies
Natalis speech uit 1990. Hij was toen op dezelfde kansel de spreker
tot de Maastrichtse academische gemeenschap. "In die tijd waren op
een totaal van zo'n vijfduizend studenten er 23 Belgische en 35
Duitse studenten."
Neutrale rector als noodverordening
Nu heeft de UM niet alleen een Duitse medicus van naam en faam
als collegevoorzittter, maar ook een Belg als rector
magnificus. Daar heeft Soete een geheel eigensoortige
verklaring voor, trouwens.
"Oorspronkelijk dacht ik dat het CvB van deze instelling
besloten had deze overdracht op 29 juni te plannen omdat verwacht
werd dat zondag de finale gespeeld zou worden tussen Duitsland en
Nederland. Met een Duitse voorzitter -en onder de decanen twee
bestuurders met een Duitse achtergrond- was er wellicht behoefte
aan een neutrale figuur om toezicht te houden op mogelijke
ongeregeldheden binnen de instelling. En wat is er neutraler dan
een Belgische Rector... Kortom, even zag ik deze
Rectoroverdracht als een soort van noodverordening."
U leest Soete's betoog over Europa en het hoger onderwijs
van nu en van heel vroeger hier.
Hoogtijdagen van optimisme
"De titel van de Dies Natalis lezing die ik [in
1990] van op deze plek mocht houden was "The future isn't what
it used to be: een toekomstverkenning over
Internationalisering Anno 1990", geschreven op de drempel naar -
wat leek - een nieuwe tijd. The future isn't what it used to
be leek mij toen een gepaste titel, omdat aan het begin van
dat laatste decennium van de vorige eeuw de toekomst van onze
Westerse Europese wereld er plots, na de val van de muur in
Berlijn, helemaal anders uitzag. Optimisme vierde hoogtij, en
toegegeven ook bij mij.
Ik citeer in deze bange Europese tijden nog even uit die lezing
uit 1990: "Op een ogenblik dat iedereen in Europa, excuseer
West-Europa, het heeft over de opening van de grenzen in 1992,
openen zich drie jaar eerder de echte grenzen in Europa, die mét
prikkeldraad, mét monitortorens en mét grensbewakers. De foldertjes
van de EC die met zoveel kosten en moeite de mensen ervan moesten
overtuigen dat de grenzen - welke grenzen vraagt menig burger zich
af - zullen opengaan in 1992, lijken prima geschikt voor
verspreiding in Oost-Duitsland, Polen, Tsjechoslowakije, Hongarije,
Bulgarije en Roemenië."
Het was toen de Dies Natalis lezing van de toenmalige
Rijksuniversiteit Limburg. In die tijd waren op een totaal van zo'n
vijduizend studenten er 23 Belgische en 35 Duitse studenten. Ik
stelde voor die universiteit Limburg verder horizontaal uit te
bouwen tot een internationale Limburgse universiteit met twee
campussen, Diepenbeek/Hasselt en Maastricht, en dan verder
Euregionaal te gaan samenwerken met Aken en Luik naar het voorbeeld
van de Confederatie van de "Oberrheinischen Universitäten" waarin
de vijf universiteiten van Straatsburg, Mulhouse, Karlsruhe,
Freiburg en Basel participeerden, tegenwoordig Eucor geheten. Het
is hier niet het moment om uit te weiden over wat er van al dit
alles al dan niet gerealiseerd werd.
Univer-city
Nu 22 jaar later, en met een knipoog naar onze Akense collega's,
zou ik als titel voor een Dies Natalis lezing kiezen voor
`Maastricht Univercity´. In het Engels uiteraard en
Univer-city geschreven met een c in plaats van een s.
Maastricht als universiteitsstad. Ik wil U onmiddellijk gerust
stellen, dat ga ik hier niet doen.
Maar het valt op hoe de lange termijn toekomst van deze
historische stad er nu één is van een universiteitsstad waarbij ik
het nu niet enkel heb over de Universiteit Maastricht maar ook over
het Maastricht UMC+, de Hogeschool Zuyd en de vele andere nationale
en internationale kennisinstellingen gevestigd in Maastricht: het
EIPA, het ECDPM, de MSM, het United World College en uiteraard ook
het eigen UNU-MERIT.
Samen vormen ze de kern van Maastricht Univer-city. Zeker in
deze tijd van financiële onzekerheid, toenemende kantoor- en
winkelleegstand kan een duurzame toekomst van Maastricht niet
langer los gezien worden van die van haar kennis- en
onderwijsinstellingen en haar internationale studenten- en
stafpopulatie. Voor Maastricht is dat trouwens niets nieuws.
Maastricht is altijd een Univer-city geweest. Een historische
opfrisser (met dank aan Harry Hillen).
De Illustre School
De rectoroverdracht zoals deze hier vandaag plaats vindt kent
een lange geschiedenis. In de St. Janskerk werd vanaf deze kansel
in de achttiende eeuw de rede van de rector bij de opening van het
academisch jaar van de Illustre School uitgesproken. In het archief
van het Centre Ceramique kunt u voorbeelden vinden van deze
redes.
En juist zoals in het geval van de Universiteit van Amsterdam,
waar de Athenaeum Illustre - de illustere school gevestigd in de
Agnietenkapel - beschouwd mag worden als de grondlegger van de
Universiteit sinds 8 januari 1632, kan de Illustre School van
Maastricht ook beschouwd worden als voorloper van de Universiteit
Maastricht. Alleen volgde in Amsterdam in 1815 de wettelijke
erkenning van het Athenaeum Illustre als instelling van hoger
onderwijs: de Universiteit van Amsterdam.
In Maastricht verzocht Koning Willem I de Gemeenteraad in
1817 de Illustre School uit te bouwen tot universiteit van
Maastricht. Jammer genoeg liet de gemeente weten over te weinig
geld te beschikken om dit te realiseren. Zo werd uiteindelijk door
koning Willem de Eerste een universiteit in Luik en niet in
Maastricht, opgericht...
De eerste sinds Lipsius?
Maar wie weet misschien dat dan ook Maastricht tijdens de
Belgische opstand in 1830, voor Nederland niet behouden zou zijn
gebleven. Het is dus in velerlei opzichten merkwaardig dat ik hier
voor U sta, een toekomstige Belgische Rector Magnificus van de
Universiteit Maastricht. Mijn enige buitenlandse voorganger lijkt
een zekere Joost Lips te zijn, ook uit Brusselse contreien, die het
destijds tot viermaal toe tot Rector van Leiden schopte. We
schrijven wel 1575.
Dit waren uiteraard andere tijden: misschien niet zozeer wat het
internationale gehalte van docenten en studenten betrof als wel het
aantal. De explosie van hoger onderwijs activiteiten in Maastricht
over de afgelopen decennia, en zo U wil de afgelopen eeuwen, is wat
Maastricht Univer-city tegenwoordig kenmerkt. Een groei die op
eerste zicht onverzadigbaar lijkt en naar de toekomst wellicht ook
zal blijven.
Om een concreet voorbeeld te geven: voor de aan een numerus
fixus onderhevige bachelorstudies bedrijfskunde en economie hebben
zich tot op heden 3162 studenten aangemeld voor in totaal 1050
plaatsen; voor de 200 plaatsen binnen het University College
Maastricht zo'n 714 studenten.
De wet van Bowen
Zo'n dertig jaar geleden heeft Howard Rothmann Bowen, een
Amerikaanse onderwijseconoom, die zijn inzichten ook opdeed uit
zijn eigen ervaring als president van drie verschillende
Amerikaanse colleges, de wet van Bowen, geformuleerd die op eerste
zicht lijkt op een typische economen tautologie: 'De kosten van
hoger onderwijs worden bepaald door de beschikbare middelen.' Maar
als er wat dieper op ingegaan wordt, een interessante stelling.
Want de wet van Bowen verklaart goed waarom Amerikaanse colleges
en universiteiten over de laatste dertig jaar steeds meer zijn gaan
concurreren op reputatie en prestige, eerder dan op basis van
kwaliteit en prijs. In de VS lijkt de belangrijkste prikkel voor
universiteiten het collegegeld zoveel mogelijk te verhogen.
Tegenwoordig ligt Bowen's wet ook mede aan de basis van de
wereldwijde reputatiewedloop in hoger onderwijs waarbij nationale
en internationale rankings van universiteiten als een soort van
informatie aanjager werken. Het effect is een steeds grotere
conformiteit en imitatiegedrag tussen hogere
onderwijsinstellingen.
Vorige maand werd voor het eerst, in tegenstelling tot de
geaggregeerde universiteitsranking van de Shanghai Jiao Tong
University en de Times Higher Education Supplement, een
gedesaggregeerde ranking van universiteiten voor zo'n 250
verschillende disciplines gepresenteerd mede uitgevoerd door
UNU-MERIT's zuster UNU instelling in Macao, UNU-ISST.
Uitzonderlijk is specialismen
Interessante lectuur. Want wat blijkt? Wel dat de Amerikaanse
Ivy League universiteiten en het Engelse Oxford en Cambridge die in
de top twintig staan van de Shanghai ranking, tevens hoog scoren in
practisch alle disciplines, maar ook dat heel wat Europese
universiteiten uitzonderlijk hoog scoren in gespecialiseerde
discipline gebieden.
Met andere woorden, in tegenstelling tot de indruk van totale
dominantie en een ongenaakbare wereldreputatie van de Ivy League en
Oxbridge, hebben heel wat Europese universiteiten zich "slim"
gespecialiseerd op bepaalde gebieden waar zij behoren tot de
absolute wetenschappelijke wereldtop. Iets wat niet opgepikt wordt
in geaggregeerde nationale en internationale rankschikkingen van
universiteiten.
Vanuit dit oogpunt is het ogenschijnlijke gebrek aan
internationale reputatie van Europese universiteiten, zoals
dikwijls beleden door Europese politici op basis van de afwezigheid
van Europese universiteiten in de geaggregeerde wereldtop 50, iets
dat misschien zelf toegejuicht zou moeten worden. Het leidt immers
minder tot de soort van reputatiewedloop die het Amerikaanse hoger
onderwijsstelsel tegenwoordig in zijn greep houdt met de neiging
collegegelden steeds verder te willen verhogen (440% over de
laatste 25 jaar) zonder dat er daadwerkelijk sprake is van een
sterke kwaliteitsverbetering.
En door slim te specialiseren, weten Europese universiteiten
onderzoekers aan zich te binden die minder behoefte hebben om zich
te profileren aan nationale reputatie rankschikkingen van
universiteiten."