"Onlangs pleitte de FME-CMW -de ondernemersorganisatie voor de
technologische industrie- ervoor het collegegeld voor
bètatechnische opleidingen af te schaffen. Dit om het dreigende
tekort aan "knappe koppen" tegen te gaan. Het voorstel kreeg al
snel bijval van Ronald Plasterk namens de PvdA.
Demissionair staatssecretaris van Onderwijs Halbe Zijlstra liet echter in de Tweede Kamer
weten niets te voelen voor gratis bètastudies: "Je kunt natuurlijk
ook zorgen dat de beloning voor de betreffende werknemers in de
techniek een tikkie omhoog gaat." Gratis studeren of verhogen van
lonen, twee mogelijke maatregelen om het aanbod voor de sector
techniek te verhogen. Maar is het verhogen van het
arbeidspotentieel in deze tijd wel dé oplossing? In dit artikel
wordt betoogd dat een nieuwe industriële revolutie wenselijk
is.
Krimpend arbeidspotentieel
Op het eerste gezicht lijkt gratis techniek studeren een
sympathiek idee. Er zijn allerlei voors en tegens te bedenken
waarom deze studies wel of niet gratis moeten zijn. Een
interessante discussie die echter voorbij gaat aan het
grondprobleem, namelijk het totale aanbod aan hoger opgeleid
personeel.
Bij dreigende personele tekorten schieten sectoren maar al te
snel in de reflex de overheid te vragen programma's op te stellen
en/of te subsidiëren die meer mensen moeten trekken naar de
betreffende sector. Nu is het techniek, maar ook vanuit het
onderwijs en de zorg is een dergelijke roep regelmatig
gehoord.
Uiteraard is vergroten van het potentiële aanbod een belangrijke
knop voor bestrijding van personele tekorten, maar een sector heeft
ook een eigen verantwoordelijkheid om vraag en aanbod zich redelijk
tot elkaar te laten verhouden. Bovendien wordt de maatschappij
geconfronteerd met een veel omvangrijker probleem dat je hier niet
mee oplost: een toenemende algehele behoefte aan hoger
opgeleiden.
Recentelijk bleek uit onderzoek van het Researchcentrum voor
Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht dat
naast techniek nog enkele sectoren in zwaar weer dreigen te komen.
In hun tweejaarlijkse analyseDe arbeidsmarkt naar opleiding en
beroepconstateert ROA dat naast techniek ook de zorg, onderwijs en
agrarische sector in 2016 grote personeelstekorten tegemoet kunnen
zien.
Grootste oorzaak; de vergrijzing. Of we nu langer doorwerken of
niet, aan de gevolgen van vergrijzing ontkomen we uiteindelijk
niet. Deze zorgt ervoor dat een grote vervangingsvraag gaat
ontstaan door het vertrek van pensioengerechtigden. Bovendien zorgt
de toenemende zorgbehoefte van onze vergrijzende bevolking voor een
uitbreidingsvraag naar zorgpersoneel.
Ondanks de crisis hebben we in de nabije toekomst gekwalificeerd
personeel dus niet alleen in de techniek, maar ook in de zorg, het
onderwijs en agrarische sector hard nodig.
Fundamentele herziening van de vraag
Om te kunnen voorzien in voldoende aanbod voor de
tekortstectoren, moeten de betreffende opleidingen allen werven in
dezelfde vijver van geslaagde havo- en vwo-leerlingen die hun
studiekeuze moeten maken. Logisch gevolg hiervan is dat werving
voor de ene sector ten koste gaat van een andere sector.
Deze wet van communicerende vaten spreekt niet direct in het
voordeel van het aanbieden van een gratis studie door de overheid.
Indien de werving alleen potentiële studenten wegtrekt bij
overschotsectoren, is dit niet direct problematisch. Worden echter
ook tekortsectoren geraakt- en dat is zeker niet ondenkbaar- roept
dit wel vragen op.
Inspanningen van de overheid om studenten naar tekortsectoren te
lokken, kunnen dan zelfs contraproductief op elkaar inwerken met
als mogelijk gevolg een niet efficiënte besteding van
overheidsmiddelen. Iets dat we ons zeker in deze tijd niet kunnen
veroorloven.
Als je daarbij bedenkt dat tot circa 2020 het aantal leerlingen
op de basisschool (en daarmee ons toekomstige
arbeidsmarktpotentieel) sterk blijft dalen, moet je je afvragen of
het opstellen en financieren van programma's tegen specifieke
sectorale tekorten door de overheid moet worden opgepakt. Een
integrale aanpak van de arbeidsmarktproblematiek lijkt nodig.
Bovendien kunnen we niet anders dan concluderen dat tekortsectoren
hun vraag naar personeel fundamenteel moeten herzien om
toekomstbestendig te blijven.
Nieuwe industriële revolutie
Begin vorige eeuw zorgde technologische innovatie voor de tweede
industriële revolutie. Henry Ford bracht met zijn lopende band een
revolutie teweeg waardoor enerzijds de productiviteit werd verhoogd
en anderzijds de vraag naar personeel wezenlijk veranderde. Een
dergelijke revolutie is nu ook wenselijk. In plaats van te vragen
om programma's voor meer personeel, zouden de technologische
bedrijven, de zorgsector, het onderwijs en al die andere sectoren
kritisch moeten nagaan hoe ze hun vraag naar personeel drastisch
kunnen wijzigen.
Technologische innovatie lijkt daarvoor niet meer te volstaan.
In navolging van de tweede industriële revolutie biedt wel een
andere vorm van innovatie hiervoor aanknopingspunten; sociale
innovatie met in het kielzog daarvan 'slimmer werken'.
Deze oplossing, waarin de overheid overigens bereid is te
investeren getuige het plan van aanpak voor tekorten in de
techniek, biedt mogelijkheden om een aantrekkelijke werkgever te
zijn, waar duurzaam, effectief en met optimale benutting van
talenten wordt gewerkt. Sociale innovatie kan zo ziekteverzuim
terugdringen, voortijdige uitval van personeel voorkomen en hen
duurzamer inzetbaar maken. Zeker in organisaties met een groot
ziekteverzuim kan dit een noemenswaardig effect hebben op de
personeelsvraag.
Daarnaast laat onderzoek van de Erasmus Universiteit zien dat
organisaties die goed scoren op sociale innovatie beter voorbereid
zijn op de toekomst. Zo biedt sociale innovatie niet alleen de
mogelijkheid om de prestaties van de organisatie te verbeteren (met
name productiviteit), maar vergroot het bovendien de
innovatiekracht. Dat hier terrein te winnen valt, blijkt onder
andere uit onderzoek van TNO. De tekortsectoren scoren namelijk
onder gemiddeld als het gaat om sociale innovatie.
Tot slot
In voorgaande is betoogd dat sectoren niet als reflex de
overheid moeten vragen programma's te ontwikkelen en/of subsidiëren
om het aanbod van geschikt personeel te verhogen, maar ook en
bovenal moeten kijken naar hun eigen mogelijkheden om de vraag
drastisch te wijzigen. Dat er voldoende aanbod van 'knappe koppen'
moet zijn staat buiten kijf, maar de communicerende vaten in de
vijver nopen tot een andere focus. Sociale innovatie heeft de
potentie daaraan bij te dragen."
Jos Lubberman is senior onderzoeker bij Actis Onderzoek. Hij
is met name gespecialiseerd in vraagstukken aangaande de
onderwijsarbeidsmarkt en professionalisering. Meer lezen over
sociale innovatie? Zie onder meer: Lubberman, J. (2011). Sociale
innovatie in het onderwijs. Begripsbepaling en stand van zaken. Den
Haag: SBO. (http://bit.ly/zkKEgE)