Op die vroege ochtend van 6 juni zal een klein zwart
stipje langzaam voor de zon langs bewegen, onze
zusterplaneet Venus. Een verschijnsel dat je niet mag missen, vindt
hoogleraar sterrenkunde Peter Barthel op de opiniepagina van de
RUG-site.
Boven de poolcirkel het
best
Een Venusovergang is een zeldzaam verschijnsel. Sinds de
eerste waarneming in 1639 is het maar vijf keer te zien geweest.
Pas in 2117 zal de planeet Venus weer precies langs de zon komen.
Het is voor ons dus de laatste kans om dit verschijnsel te kunnen
zien. "De Venusovergang begint iets na middernacht, maar dan
is hier de zon nog niet op. Helaas kunnen wij daarom alleen het
laatste uur van de overgang zien. Voor wat betreft Europa moet je
boven de poolcirkel zijn om de volledige Venusovergang te
zien."
Ook zonder eclipsbril is het mogelijk om de Venusovergang
goed te bekijken. Barthel: "Je kunt een projectie maken, door een
gaatje te prikken in karton. Houd die in de zon en laat de
lichtbundel die door het gaatje schijnt, terecht komen op een wit
vel papier. Als je goed kijkt, zie je in de projectie van de zon
die dan op je papier terecht komt, ook een heel klein vlekje:
Venus."
Nutteloos en toch het grote geheel
Maar wat heb je eraan om de Venusovergang te bekijken?
Feitelijk helemaal niets, zegt Barthel. "Veel mensen zullen niks in
de gaten hebben, maar het is leuk om een keer gezien te hebben. Het
zijn toch dit soort verschijnselen waardoor de mens ooit een idee
heeft gekregen van de schaal van het zonnestelsel. Je kunt zeggen
dat het nutteloze kennis is, maar als je het snapt, snap je ook het
grote geheel."
"Natuurlijk kun je een perfect leven leiden zonder er iets
van te begrijpen. Maar als je snapt wat er om je heen gebeurt en
waarom dat gebeurt, dan geeft dat een kick. Het is mooi als je
begrijpt hoe de seizoenen en maanfasen ontstaan. Waarom gras in de
winter niet groeit en in de zomer wel. Of dat melk uit een koe komt
en niet uit een pak. Het zijn simpele voorbeelden, maar mijn
ervaring is dat mensen het leuk vinden om dat wel te
weten."
Plicht tot wow en aha
Barthel vertelt regelmatig over zijn onderzoek aan
geïnteresseerden. Aan de Scholierenacademie, bijvoorbeeld. Of bij
bezoekjes met het mobiele planetarium waarmee zijn
Kapteyn-instituut langs scholen reist.
"Bij dat soort gelegenheden maak ik altijd gebruik van het
wow-effect en het aha-effect. Eerst laat je iets zien dat het
wow-effect oproept. Iets waarbij ze echt even van hun stoel
opstaan, omdat het zo mooi, interessant of bijzonder is. Daar
meteen achteraan komt het aha-effect, wanneer je uitlegt wat ze
precies zien zodat ze het ook nog snappen."
Volgens Barthel is het van wezenlijk belang dat
wetenschappers uitleg geven over hun onderzoek en dat zij aan
buitenstaanders duidelijk kunnen maken wat ze precies doen. "Ik
vind het een plicht van wetenschappers dat ze
communiceren."
"We worden als wetenschappers niet meer betaald door de
koning zelf of door de adel, maar door de maatschappij. Ik vind dat
we in ruil voor het belastinggeld dat we ontvangen, moeten zorgen
dat die maatschappij wordt geïnformeerd. Bijvoorbeeld door ten
minste twee keer per jaar een populair wetenschappelijke lezing te
geven. Ook omdat je daarmee draagvlak creëert. Alleen zo kunnen we
Nederlanders weer trots maken op hun wetenschappers."