"Terwijl Noordse landen alles op alles zetten om
jeugdwerkloosheid aan te pakken, is Nederland
juist aan het indommelen. Wat de Noordse landen tot voorbeeld heeft
gemaakt binnen de EU, is in Nederland in de vergetelheid geraakt:
de jeugdgarantie (youth guarantee). Hiermee garandeert de staat
werkloze jongeren binnen aanzienbare tijd aan een baan, stage- of
leerwerkplek te helpen of hen de weg terug naar school te laten
ontdekken.
Nog steeds aanmodderen
Een dergelijke garantie hebben de sociale partners samen met de
Nederlandse staat in 2009 ook gegeven. Er kwamen afspraken voor het
creëren van stage- en leerwerkplekken en er werd een Actieplan
Jeugdwerkloosheid ingevoerd.
Jongeren moesten zo lang mogelijk in het onderwijs blijven en
vooral een startkwalificatie behalen. Bovendien moesten werkloze
jongeren extra aandacht krijgen van de gemeentes: niet zomaar de
bijstand in, de gemeentes moesten voor jongeren echt een
(leer)werkplek gaan zoeken of hen helpen de weg terug naar het
onderwijs te vinden. Om het doel te behalen, werden de gemeentes in
alle arbeidsmarktregio's, hoe langzaam zij ook op gang kwamen, wél
gedwongen om met elkaar én met de sociale partners samen te
werken.
Drie jaar en 250 miljoen verder, zitten wij nog steeds in
crisistijd aan te modderen. De jeugdwerkloosheid is weer gestegen
naar 104.000 jongeren en er is een vergelijkbaar aantal jongeren
dat zich niet eens meer op de arbeidsmarkt durft te begeven.
De ontmoedigde generatie
Wij noemen deze jongeren 'niet-melders': zij die, terwijl de
arbeidsmarkt op slot zit, nog amper recht op een sociaal vangnet
hebben en dikwijls weggestuurd worden door de gemeentes om toch
maar zelf een baan bij een uitzendbureau te zoeken. De
International Labour Organization (ILO) heeft een meer toepasselijke naam voor
deze jongeren: 'the discouraged youth', oftewel de ontmoedigde
generatie.
De garantie is allang niet meer geldig, net als de focus van de
gemeentes op het helpen van jongeren. En het Actieplan
Jeugdwerkloosheid is, net in het begin van de tweede dip,
stopgezet. Sindsdien roept FNV Jong de politiek op om het Actieplan
te revitaliseren in plaats van te bezuinigen op hulp voor werkloze
jongeren, banencreatie achterwege te laten en verder de
arbeidsmarkt te flexibiliseren oftewel destabiliseren.
De ILO komt nu met de bevestiging van onze vermoedens. Korten op
uitkeringen, het ontnemen van hulp aan werkloze jongeren en een
macro-economisch beleid dat banencreatie tegenhoudt, zorgen voor
een negatieve neerwaartse spiraal van de economie. Ook houdt het
'aanmodderen' aan. De ILO pleit er eindelijk voor dat mensen die
werken, geld en stabiliteit krijgen om te besteden en zo de
economie weer op gang krijgen.
Leren van Finland en Zweden
De organisatie pleit ook voor een garantie voor jongeren, omdat
zij het kapitaal van de toekomst zijn, een kapitaal dat anders
verloren gaat. En het kost een schijn van wat werkloosheid kost:
een schatting gebaseerd op het succesverhaal van Zweden, is dat het
helpen van een jongere een schijntje kost, vergeleken met het
betalen van uitkeringen. De ILO maakt dan ook een schatting voor
Nederland: wil je jeugdwerkloosheid in Nederland halveren, dan kost
het je rond 90 miljoen euro.
Dat is een derde van het geld dat tijdens het Actieplan besteed
is. Daarvoor heb je dan wel een combinatie van drie essentiële
ingrediënten nodig: het onderwijs toegankelijk houden en jongeren
zo lang mogelijk daarin houden, (leer)werkplekken creëren en steun
aan werkloze jongeren, zoals uitkering en coaching, zo
laagdrempelig mogelijk maken. Noordse landen laten zien dat
jongeren goed en efficiënt geholpen kunnen worden. Nederland kan
het ook, doe het dan!"
Dennis Wiersma is voorzitter van FNV Jong