De Observant, het onafhankelijk weekblad van de Universiteit
Maastricht, kopte vorige week een uitspraak van scheidend rector
Gerard Mols: "De kans dat ik ooit de erepenning van de stad
Maastricht krijg, acht ik nihil."
Tóch de Erepenning
Natuurlijk was dit voor de Maastrichtse wethouder Cultuur,
Jacques Costongs, de ultieme uitnodiging om Mols alsnog te
onderscheiden. En dat nog bovenop de dr. J.G.H. Tanspenning, de
hoogste onderscheiding van de UM, vernoemd naar de grondlegger van
de universiteit, Sjeng Tans.
Terwijl wethouder Costongs in een hoek van de druk bevolkte
binnenplaats van het bestuursgebouw van de UM onopvallend zijn
ambtsketen omhangt (hij is tevens locoburgemeester), filosofeert
hij over de relatie tussen de gemeente Maastricht en de
Universiteit Maastricht: "In Tilburg bijvoorbeeld is vrijwel het
gehele gemeentebestuur aan de Tilburgse universiteit opgeleid, daar
heb je een heel natuurlijke samenwerking. Beide organisaties
spreken dezelfde taal. De Universiteit Maastricht is nog maar 36
jaar oud, eigenlijk te jong dus om bestuurders te kunnen afleveren.
Dat loopt af en toe iets minder makkelijk. Maar het wordt steeds
beter."
Moeilijke kwesties
Die spanning tussen stad en universiteit kwam bijvoorbeeld aan
het licht tijdens 'de zaak Peter Debye'. Deze Maastrichtse
Nobelprijswinnaar bleek in 1938 Joodse wetenschappers te hebben
aangespoord om hun lidmaatschap van het Deutsche Fysikalische
Gesellschaft op te zeggen. Ook toen het NIOD later
Nobelprijswinnaar Debye eerherstel verleende, bleef rector Gerard
Mols bij zijn beslissing om universitaire 'Debye-prijs' af te
schaffen. De affaire maakte de relatie met de stad Maastricht er
bepaald niet soepeler op.
In zijn rede bij de rectoraatsoverdracht onderstreepte Gerard
Mols de rol die een universiteit heeft bij het handhaven van
democratische waarden. "Universiteiten zijn bij uitstek de plaatsen
waar de vorming van jonge mensen tot wereldburger dient plaats te
vinden. Veel globale ongemakken zoals extremisme, discriminatie,
andere vormen van onverdraagzaamheid, gebrek aan gerechtigheid, om
er maar eens een paar te noemen, zijn vaak te wijten aan onkunde,
aan onwetendheid, aan gebrek aan kennis en vaardigheden."
Diversiteit en leeromgeving
Specifiek vanuit deze gedachte, heeft Gerard Mols tijdens zijn
termijnen als rector aangestuurd op een uitdrukkelijk diverse
studentenpopulatie. "Niet alleen divers naar nationaliteit maar
vooral ook naar cultuur, godsdienst, politiek, gender, welvaart en
eerder opgedane kennis en vaardigheden. Het leren omgaan met
diversiteit in het verband van kleine onderwijsgroepen in een
samenwerkende stimulerende leeromgeving is essentieel onderdeel van
de academische vorming."
"De universiteit is de plaats bij uitstek waar wereldburgers
worden gevormd en waar belangrijke democratische waarden worden
aangeleerd en aangescherpt. Ook dat is een wezenlijk onderdeel van
de maatschappelijke betekenis van de universiteit. Ik heb de
afgelopen jaren zeer tot mijn spijt niet steeds de indruk gehad dat
deze wezenlijke onmisbare functies van de universiteit steeds door
externe partijen, waar onder de overheid, op hun juiste waarde
werden geschat. En ik zie nog niet dat dat in de nabije toekomst
wezenlijk gaat veranderen."
Waar Gerard Mols het bij zijn afscheid vooral sprak over de
'grote democratische waarden', roemden de mensen uit zijn naaste
omgeving vooral de 'menselijke waarden' die hij uitdroeg.
Van emeritus hoogleraar huisartsgeneeskunde Harry Crebolder
tot CvB-secretaresse Patrice Keijzer, allen waarderen
in rector Mols vooral de ruimte die hij anderen bood. "Hij is
innemend en ruimte gevend."
U leest de volledige afscheidsrede van Gerard Mols hier