Samen met collega dr. Selma de Mink van het Space Telescope
Science Institute in Baltimore onderzocht De Koter de zogeheten
O-type sterren. Dit zijn sterren met een zeer hoge temperatuur,
massa en helderheid. Ze leven kort maar hevig, en hebben een
sleutelrol in de evolutie van sterrenstelsels.
"'Deze sterren zijn absolute kolossen", licht Hugues Sana toe.
"Ze hebben minstens 15 keer zoveel massa als onze zon en kunnen tot
wel een miljoen keer helderder zijn. Deze sterren zijn zo heet dat
ze fel blauwwit licht uitstralen en oppervlaktetemperaturen van
meer dan 30.000 graden Celsius hebben."
Opvallend veel dubbelsterren
Uit onderzoek met ESO's Very Large Telescope (VLT) nu dat 75% van alle
O-type sterren deel uitmaakt van een dubbelstersystemen. Dat is een
veel hoger aantal dan voorheen werd aangenomen. De astronomen keken
hiervoor naar zes nabije jonge sterrenhopen in de Melkweg om een
steekproef van 71 enkelvoudige sterren en sterparen
(dubbelsterren).
Opvallender nog is de constatering dat in veel gevallen de
afstand tussen beide sterren klein genoeg is om interacties
mogelijk te maken (massa-overdracht of fusies tussen beide
sterren). Dat heeft verregaande gevolgen voor ons begrip van de
evolutie van sterrenstelsels.
O-type sterren vormen slechts een fractie van een procent van
alle sterren in het heelal, maar door de hevige verschijnselen die
ze veroorzaken, hebben ze een buitenproportioneel effect op hun
omgeving. De winden en schokken van deze sterren kunnen de vorming
van nieuwe sterren stimuleren, maar ook verhinderen.
Met hun straling brengen ze omringende gasnevels aan het
gloeien. Hun supernova-explosies verrijken sterrenstelsels met de
zware elementen die cruciaal zijn voor het ontstaan van leven. En
ten slotte worden ze ook nog in verband gebracht met de
gammaflitsen, die tot de meest energierijke verschijnselen in het
heelal behoren. Sterren van het O-type zijn dus van invloed op veel
van de mechanismen die de evolutie van een sterrenstelsel
bepalen.
Sterren kunnen samensmelten
"Het leven van een ster wordt sterk beïnvloed als hij naast een
andere ster bestaat", zegt co-auteur Selma de Mink. "Als twee
sterren heel dicht om elkaar heen cirkelen, kunnen ze uiteindelijk
samensmelten. Maar zelfs als dat niet gebeurt, zal de ene ster vaak
materie van het oppervlak van zijn begeleider afrukken."
Fusies tussen sterren, die volgens het team bij naar schatting
20-30% van alle O-type sterren optreden, zijn heftige
gebeurtenissen. Maar zelfs het relatief rustig verlopende stellaire
vampirisme, dat nog eens 40-50% van alle gevallen voor zijn
rekening neemt, heeft diepgaande gevolgen voor de evolutie van deze
sterren.
Tot nu toe gingen de meeste astronomen ervan uit dat compacte
zware dubbelsterren de uitzondering waren: ze waren in feite alleen
nodig om het bestaan van exotische objecten als
röntgendubbelsterren, dubbele pulsars en dubbele zwarte gaten te
kunnen verklaren. Maar dit nieuwe onderzoek toont aan dat deze
simplificatie tekortschiet: zware dubbelsterren komen niet alleen
vaak voor, hun levens verschillen fundamenteel van die van
enkelvoudige sterren.