• A
  • A
  • Hoeveel lijken nog in de kast?

    - Langzaam maar zeker worden de namen bekend: de partijen die derivaten hebben gekocht om zich tegen hoge rentestanden te verzekeren. Nu de rente niet stijgt, maar juist zakt, blijken die financiële producten een flinke kat in de zak. Onder meer voor de VU en de Universiteit Leiden.

    Het Financieele Dagblad kwam op maandag met het bericht dat de VU rentecontracten heeft die "voor 80 miljoen onder water staan". De Universiteit Leiden bezit rentederivaten met een negatieve waarde van €5,2 miljoen. De onderwijsinstellingen hadden derivaatproducten gekocht om in de toekomst leningen tegen een gunstig rentepercentage af te kunnen sluiten.

    Maar: "De derivaten moesten de universiteiten beschermen tegen een rentestijging. Omdat de rente alleen maar is gedaald, moet Leiden elk jaar ruim €1 miljoen betalen aan de bank waarmee een contract is gesloten. De VU deed dat ook, tot zij halverwege 2011 extra derivaten nam om ook de rentedaling af te dekken. Terwijl ze de lening waar het allemaal voor bedoeld was, nog altijd niet heeft afgesloten."

    Uitkomst onderzoek in oktober

    De Onderwijsinspectie blijkt al enige maanden bezig te zijn met een onderzoek naar het derivatenbezit bij alle onderwijsinstellingen. Woordvoerder Jan Willem Swane verwacht dat het in oktober over onderzoek gerapporteerd zal worden. Er loopt trouwens momenteel nog een tweede onderzoek, zo laat Swane weten, een onderzoek naar de financiële positie van het MBO.

    Aanleiding voor deze beide onderzoeken is de onzekerheid die er momenteel is over afgeleide financiële producten tegen de achtergrond van een zwakke economische groei. "Derivaten kunnen op zich best verstandige producten zijn, als ze maar gekoppeld zijn aan een werkelijke lening." Volgens het FD-verhaal blijkt dit voor de VU in elk geval niet op te gaan. De lening waarvoor de derivaten ooit zijn gekocht, is nog nooit afgesloten.

    Wie zit er op die €35 miljard?

    ScienceGuide-columnist Pieter Omtzigt waarschuwde al in april van dit jaar voor grote verliezen die zich tot nu toe aan het oog onttrekken. "De pensioenfondsen hebben zich ingedekt tegen lage rentes. Daarvoor hebben ze derivaten gekocht die maar liefst 44 miljard euro waard zijn. Dan moet iemand anders dus de tegenovergestelde derivatenpositie hebben", stelt Omtzigt droogjes vast.

    "Zo werkt dat nu eenmaal met derivaten. Die partijen met tegenovergestelde posities kunnen partijen in Nederland en in het buitenland zijn, maar het kan ook een zakenbank zijn die zelf derivaten verkocht heeft zonder het tegenpartij-risico af te dekken."

    Er moeten organisaties zijn die op ruim 40 miljard euro aan schulden zitten. Een aantal verliezers heeft zich al aan de buitenwereld bekend gemaakt. Allereerst woningcorporatie Vestia die voor €3 miljard het schip in ging. Recentelijk kwam Slibverwerking Brabant uit de kast en nu is de beurt aan enkele universiteiten.

    Een eenvoudig rekensommetje leert dat de kous daarmee nog lang niet af is. Omtzigt stelt dat er nog zo'n € 35 miljard aan verlies over is. "Daarop zit iemand, en die zegt niets. Dat is zorgelijk in de huidige economische omstandigheden." Intussen is ook de Tweede Kamer doordrongen van het belang van het onderwerp: een debat over derivaten staat nu bovenaan de lijst na de verkiezingen, een reden temeer voor Omtzigt om zijn voorkeurscampagne kracht bij te zetten.

    Dure derivaten voor Harvard

    Overigens kan het allemaal nog veel erger: in 2009 moest Harvard een verliespost van $500 miljoen op derivaten wegsteken. Bloomberg meldde toen: "Harvard paid $497.6 million to investment banks during the fiscal year ended June 30 to get out of $1.1 billion of interest-rate swaps intended to hedge variable-rate debt for capital projects, the school's annual report said. The university in Cambridge, Massachusetts, said it also agreed to pay $425 million over 30 to 40 years to offset an additional $764 million in swaps."