Van Staa deed afgelopen jaren onderzoek naar de behandeling van kinderen met
chronische aandoeningen die de overstap maken van de kinderzorg
naar de volwassenzorg. "Deze sluiten niet goed op elkaar aan,
kennen een hele andere cultuur." Op 6 juni j.l. promoveerde zij.
MetScienceGuide praat de Rotterdamse lector over de pijnpunten in
de zorg, kansen voor opleidingen en het belang van
HBO-onderzoek.
Daag jongere meer uit
"Ouders onderschatten vaak de mate waarin hun kind al
zelfstandig is, en dat kan een aanknopingspunt zijn om in gesprek
te gaan met elkaar," legt Van Staa uit. In de kinderzorg wordt, ook
door verplegers en artsen toch nog vaak gewerkt vanuit het idee dat
de discussie over de behandeling vooral met de ouders gevoerd
wordt. Op het moment dat jongeren naar de volwassenenzorg gaan,
wordt er veel meer zelfstandigheid geëist. "D at gaat heel
abrupt."
De overgang kan veel soepeler, door kinderen eerder
mede-eigenaar van hun eigen behandelproces te maken, stelt Van
Staa. "Jongeren moeten meer worden uitgedaagd om mee te denken in
hun behandelingsproces." Dat vraagt van artsen en
verpleegkundigen een andere werkwijze in hun dagelijkse
praktijk.
Het Actieprogramma Op Eigen Benen Vooruit! was het vervolg op het
onderzoek, waarbij de resultaten direct werden omgezet in
zorgvernieuwing. Na 5 jaar is dat afgerond, tegelijk met het
proefschrift van AnneLoes van Staa. Haar programma ziet ze als een
schoolvoorbeeld van de meerwaarde van praktijkgericht onderzoek in
het HBO .
Praktijkgericht onderzoek extra uitdagend
"Het onderzoek is gestart op basis van een praktijkprobleem,
terwijl in wetenschappelijk onderzoek het vertrekpunt vaker een
wetenschappelijke vraag is. En, het onderzoek houdt niet op bij de
publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift, maar gaat verder:
je moet de resultaten vertalen naar praktijkverandering.
Daarmee maak je het je zelf een slag moeilijker. Praktijkgericht
onderzoek is dus zeker niet makkelijker, omdat je door die
praktische benadering voor de uitdaging staat iets met die
resultaten te doen."
Om dat transitieproces te bevorderen is een Toolkit ontwikkeld die aan zorgverleners
bruikbare interventies aanreikt om de overstap in zorg te
verbeteren en ook het 'zelfmanagement' van de jongeren te
bevorderen.
"Die aandacht voor hoe je zelfmanagement bij patiënten
bewerkstelligt, vereist een omslag in het denken bij studenten in
de zorg. De patiënt is eigenlijk de expert over het dagelijks
leven, terwijl de arts of verpleegkundige de patiënt ondersteunt in
dit proces." De patiënt wordt op deze manier partner in de
zorg.
De Toolkit, de publieksboekjes en de aanbevelingen van het
proefschrift Op Eigen Benen laten zien dat er inderdaad sprake is
van een concrete toepassing van de onderzoeksresultaten. Dit alles
bevestigt volgens Van Staa, "dat je hoogwaardig én nuttig onderzoek
kan doen in het HBO, waar patiënten, artsen, verpleegkundigen en
studenten concreet wat mee kunnen. "
De eigen praktijk verbeteren
Dat is volgens Van Staa een goede illustratie van de meerwaarde
die het HBO-onderzoek heeft voor de ontwikkeling van de professie.
Onderzoek kan professionals bewuster maken van hun eigen handelen
en hen handvatten bieden om hun praktijk te veranderen. Ter
illustratie noemt ze de verdediging van een masterscriptie van één
van haar studenten waar ze tijdens het gesprek naar op weg is.
"Deze verpleegkundig specialist werkt al enkele jaren in de zorg
voor diabetespatiënten. Veel patiënten hebben grote moeite om een
goede instelling van hun diabetes te bereiken. Ze lopen dus het
risico complicaties op te lopen. Haar onderzoeksvraag was hoe ze
deze mensen tot betere therapietrouw kon verleiden.
Door het onderzoek dat ze nu heeft gedaan heeft ze inzicht
gekregen dat de bloedwaardes voor patiënten iets anders betekenen
dan voor zorgverleners. Zij heeft geleerd wat deze patiënten echt
bezighoudt en ook dat zij met die werkelijkheid te weinig bezig
hield wat haar zorg minder effectief maakte.
Onderzoek kan je dus helpen je eigen praktijk te verbeteren. Die
reflectie op de eigen praktijk op alle niveaus is wat dit soort
onderzoek zo belangrijk maakt."