Reinhilde Veugelers promoveerde aan de KU Leuven, maar was ook
onderzoeker aan verschillende andere Europese en Amerikaanse
universiteiten. Enige tijd was zij Commissievoorzitter Barroso's
economisch adviseur en tegenwoordig is ze onder meer verbonden aan
de Brusselse denktank Bruegel. Onderwerpen als internationalisering
van onderzoek, innovatie en modern industrieel beleid zijn haar op
het lijf geschreven.
De valkuil van de losers
Hoe beoordeelt Veugelers de kritische aanbevelingen van de
Europese Commissie op het gebied van de kenniseconomie? "Ach, voor
mij waren die aanbevelingen heel voorspelbaar. In die zin hechten
we daar in de wetenschap niet zoveel waarde aan. Het gaat om de
onderliggende analyses. Er is in Europa al een tijdje een discussie
gaande over nieuw industrieel beleid. Hoe ondersteun je de
innovatieve kant van de economie zonder in de valkuil van
'picking the losers' te trappen."
"Het beste zou zijn wanneer je horizontaal beleid ontwikkelt op
een zodanige manier dat topclusters zich goed kunnen ontwikkelen.
Wanneer de overheid zich puur op de randvoorwaarden zou richten. In
de praktijk vinden politici dit soort langetermijn-maatregelen niet
erg sexy. Het ideale beleid van 'smart specialisation'
ontspoort heel rap en dan gaan politici weer hun eigen
'pet-projects' kiezen."
Schrikwekkende consensus
De landen die de lijn van 'smart specialisation' het
best vasthouden zijn de Scandinavische landen. Volgens Veugelers
heeft dat voor een deel te maken met de sociale consensus die men
rond deze politiek weet te bouwen in deze - relatief kleine -
landen. "Neem Finland, daar is enorm veel consensus, soms is het
bijna schrikwekkend hoe weinig verschil van opvatting je daar
vindt."
"Ik ben van nature een optimist", stelt Veugelers, "Maar in het
huidige tijdsgewricht is het wel moeilijk om dat te blijven. Vóór
de crisis was het immers al duidelijk dat belangrijke structurele
hervormingen noodzakelijk waren. Misschien dat de crisis sommigen
een zetje in de juiste richting geeft, maar het tegenovergestelde
zie je helaas ook gebeuren."
Autonomie ontbreekt
Welke structurele hervormingen zijn het hardste nodig?
Veugelers: "Voor onderwijsinstellingen zijn er meer
incentives nodig om de arbeidsmarkt die skills te
kunnen leveren waaraan innovatieve ondernemingen behoefte hebben.
Zulke flexibiliteit vergt meer autonomie bij onderwijsinstellingen:
de mogelijkheid om snel geld te alloceren naar een nieuwe richting.
Op de écht belangrijke issues hebben universiteiten maar weinig
autonomie."
Maar waarom laten de universiteiten zich een situatie van beperkte
autonomie eigenlijk welgevallen? Waarom trachten zij zich niet
grotere financiële onafhankelijkheid te verschaffen? Veugelers:
"Dat heeft voor een stuk te maken met een onvoldoende proactieve
houding. Aan de aanbodzijde zijn echter ook problemen: daar waar
schenken fiscaal aantrekkelijk is, zie je veel meer
foundations."
Bipolaire wereld
In het artikel
A G2 for science? schetst Veugelers dat de
wetenschappelijke wereld een bipolair karakter ontwikkelt en Europa
het nakijken heeft terwijl de Verenigde Staten en China steeds
nauwere banden aanknopen. Veugelers pleit daarom voor een call
back programma in Europa, "om wetenschappers te stimuleren om
op een optimaal punt in hun carrière naar huis terug te keren."
Heeft de EU naar Veugelers geluisterd? Is zo'n Europees
terugroep-programma in de maak?
"Van Vlaanderen weet ik het dat er een universitair call
back programma is. Een expliciet Europees programma bestaat er
niet. Wél worden er bijvoorbeeld eisen gesteld aan ERC-funding. Je
kunt bij de ERC appliceren, zolang je maar aan een Europese
instelling gaat werken. Je ziet de laatste tijd een toename van
wetenschappers in de US die bij de ERC appliceren en die dus graag
in Europa willen gaan werken."
Nobelprijswinnaars in de cafetaria
Dat wetenschappers uit de Verenigde Staten hun blik op Europa
richten heeft volgens Reinhilde Veugelers te maken met een
positieve verandering in het Europese onderzoeksklimaat. "Vaak
worden de motieven voor mobiliteit verkeerd geduid, alsof die
wetenschappers alleen maar om financiële redenen naar het
buitenland vertrekken. In realiteit gaat het om de toegang tot een
goede onderzoeksinfrastructuuur maar vooral toch om het contact met
andere toponderzoekers. Het idee dat je in de plaatselijke
cafetaria tegen een Nobelprijswinnaar aan kunt lopen, heeft een
enorme aantrekkingskracht."
In gedachten zou Reinhilde Veugelers zelf ooit nog eens graag
een 'Academisch Café' opzetten, een plek waar op een gezellige
manier academische interactie plaatsvindt. "Als ik gepensioneerd
ben, zou ik zoiets wel willen ontwikkelen." ScienceGuide komt weer
eens goed weg: "Journalisten zijn ook welkom."