Frans van Vught is met zijn Review Commissie aan het werk om de
prestatieplannen en profielen van HBO en WO te toetsen. Zijlstra
zal op basis van hun oordelen het geld gaan verdelen voor
kwalitatieve extra's, centres of expertise en profilerende
zwaartepunten. Althans dat dacht hij.
Alarmlampen
Maar een dringende waarschuwing uit de kring van CU en CDA lijkt
hem nu in te halen. Al in maart klonken de eerste geluiden
hierover. De puristen van het staatsrecht bij de reformatorische
partijen waren gealarmeerd door de rol die de Review Commissie
geschonken werd door OCW. Zij zagen scherp dat hier artikel 23 van
de Grondwet aan de orde zou gaan komen. En dan gaan bij CDA en
andere confessionele partijen alle alarmlampen flikkeren. Artikel
23 bepaalt dat onderwijsbekostiging plaats vindt op basis van
'eisen van deugdelijkheid' die in de wet zijn vastgelegd en door de
minister worden toegepast. Dus niet door een professor uit D66 op
basis van een notitie over profielen, zo hoorde je SGP en CU toen
al mopperen.
Zijlstra wuifde die bezwaren weg en beloofde dat hij de Raad van
State nog wel zou laten kijken hiernaar. Met zware lieden - op
juist dit terrein - daarin als Deetman en Donner leek de bewindsman
zijn zwaarste wapen in te zetten om de bezwaren opzij te schuiven
en het CDA te contenteren daarbij. Nu lijkt het er toch op dat
Zijlstra een akelige misrekening heeft gemaakt, zo verneemt
ScienceGuide.
Fluiten in het donker
OCW heeft ineens een brief gestuurd aan de instellingen en de
Kamer om heel het 'Van Vught-proces' met twee maanden op te
schorten. Men doet daarin wat vaag-luchtig over het eind juli
bekend maken van het Raadsadvies en nader rapport en de zomertijd
die vlotte voortgang daarbij zou kunnen belemmeren. Maar dat
lijkt fluiten in het donker te zijn.
De Raad van State zou op liefst twee cruciale punten van zijn
beleid de staatssecretaris terugfluiten. Wat betreft de bekostiging
'op basis van Van Vught' zou het hoogste adviescollege vaststellen
dat OCW lelijk fout zit bij de onderbouwing op dit constitutioneel
zeer gevoelige punt. Alleen met een zeer stevige wettelijke
grondslag voor de besluiten van de bewindsman - op basis van een
advies van de Review Commissie - mag de regering zulke toewijzingen
van middelen doen. Een brief van een bewindsman over zijn voor- of
afkeuren ten aanzien van wat wel of niet een goed profiel is, is
bijvoorbeeld volstrekt niet toereikend daarvoor. De voorgenomen
regeling op dit punt bevat blijkbaar aanzienlijke feilen.
Dit betekent tenminste twee pijnlijke dingen. Ten eerste moet
Zijlstra de instellingen nu mededelen, dat OCW de besluiten op
basis van een advies van Van Vught niet voor de verkiezingen bekend
kan en mag maken. Een uitstel met twee maanden wordt nu plotseling
ingelast. De zomerse ijstijd bevriest alle voortgang.
Ten tweede moet Zijlstra alsnog een wettelijke voldoende
gebaseerde regeling ontwerpen of opkalefateren die voldoet aan de
eisen van de wet en de Grondwet. Dat zou voor een demissionair
bewindsman eigenlijk een actie horen te zijn die hij aan een
opvolger hoort over te laten, tenzij sprake is van een
noodsituatie. Is dat het geval? De Tweede en zeker de
staatsrechtelijk scherpe Eerste Kamer zullen een constitutioneel
vluggertje van een bewindsman niet zomaar laten passeren. Zeker
niet als het om het zo eminent politieke en gevoelige artikel 23 GW
gaat.
Pijnlijk genoeg
Het is voor OCW allereerst te hopen, dat de Raad van State niet
volledig de oorlog gaat verklaren aan de nu gekozen aanpak.
Want dan zou Zijlstra misschien zelfs een wetsvoorstel moeten
opstellen en in hoge spoed door beide Kamers loodsen, voordat hij
überhaupt verder mag met zijn beleid. Een dergelijk stuk wetgeving
zal in elk geval de Eerste Kamer niet willen accepteren van een
demissionaire bewindsman tijdens een kabinetsformatie.
Wat het meest waarschijnlijk is, is al pijnlijk genoeg. De bij
de Kamers inmiddels 'voorgehangen' AMvB voor de verdeling van de
middelen op advies van Van Vught lijkt door de Raad van State zo
zwaar bekritiseerd te zijn, dat OCW er niet omheen kan deze aan te
passen en opnieuw aan de Kamer voor te leggen. De Raad lijkt te
verlangen dat er een correcte AMvB komt, die alsnog een glashelder,
aan artikel 23 GW onmiskenbaar gerelateerd uitvoeringsbesluit voor
de bekostiging van het HO biedt.
Een reactie op dit uitstel als die van de HBO-raad spreekt dan
ook boekdelen, ook in wat men net niet zegt daarin. De koepel
"betreurt dit uitstel vanwege de onzekerheid voor de instellingen,
maar ziet het ook als signaal voor de complexiteit van deze nieuwe
vorm van financiering. De juridische grondslag blijft onduidelijk.
Kennelijk zijn de aarzelingen die de hogescholen eerder uitspraken
niet zonder grond." Men is dan ook buitengewoon nieuwsgierig nu en
zegt "Het advies van Raad van State waar de staatsecretaris nu naar
verwijst wordt pas eind juli openbaar. De HBO-raad dringt erop aan
dat dit advies nu zo snel mogelijk naar buiten komt."
Maar wat als op 13 september….?
Als de door de Raad van State min of meer afgedwongen 'betere'
AMvB eind juli begin, augustus bij de Tweede Kamer 'voorgehangen'
wordt, dan heeft deze 6 weken na de constituering van de nieuwe
Kamer op 13 september, om eventuele bezwaren te agenderen. Zo zou
de besluitvorming over de advisering over Van Vughts Review
Commissie inderdaad nog begin november kunnen plaatsvinden.
Maar er hoeft in de huidige Kamer-met-reces of in die nieuwe
Kamer maar een fractie te zijn die Zijlstra eerst nog eens om
verdere verduidelijking en dergelijke gaat vragen en heel het
kaartenhuis wankelt. Ook zouden in de nieuwe Kamer met nieuwe
machtsverhoudingen verschillende fracties kunnen zijn, die het
ontoelaatbaar achten, dat een demissionaire staatssecretaris
tijdens de kabinetsformatie voldongen feiten schept op een zo
cruciaal beleidsterrein, waar zijn eigen uitvoeringsregels ook nog
forse kritiek van de Raad van State kreeg.
Naar verluidt zou de Raad van State overigens ook aanzienlijke
bezwaren hebben geuit tegen de verregaande bevoegdheden tot
ingrijpen in instellingen en opleidingen, die de inspectie zouden
worden toebedeeld op basis van het toetsingskader voor de
profilering van HBO en WO. Dit zou zich niet adequaat verhouden tot
de taken die op basis van de Grondwet aan de overheid zijn gegeven
in het onderwijs. Het is daarom niet ondenkbaar, dat OCW op dit
punt ook nog met een aanzienlijke herformulering moet komen om
ernstige problemen te voorkomen.