In zijn brief aan de Kamer over de langstudeerboete doet de
staatssecretaris een poging de cijfers over de boete en de
consequenties daarvan helder te releveren. Hij erkent dat in 2012
slechts een gat van €62 mln aan de orde zou zijn. Zijn dreigement met €400 mln herhaalt hij nu al
niet meer.
Omineus voor instellingen
Wel stelt hij, dat schrapping van de boete op korte termijn
automatisch inhoudt, dat de universiteiten en hogescholen gekort
worden met eenzelfde bedrag. Hun 'meevaller' uit hogere
collegegelden moet direct worden afgeroomd en vervolgens weer
herverdeeld worden via 'Van Vught'.
Er is dus niet sprake van een blijvende generieke korting, maar
van een eerste stap tot herverdeling die niet door zou kunnen gaan,
vooralsnog. De structurele uitkomst zal immers voor 2013 in het
aanstaande regeerakkoord geregeld moeten worden. Zijlstra schrijft
hierover omineus: "Het verhoogd collegegeld dat de instellingen van
de studenten ontvangen, is in de wet langstudeerders geregeld.
Indien alleen de collegegeldmaatregel wordt ingetrokken, hebben de
instellingen in elk geval een gat in hun begroting." Geen wonder
dat VSNU en HBO-raad zeer nerveus worden.
Kunduz-pijnpunt
Maar financieel heeft Zijlstra nog een haar in zijn soep. Het
Kunduz-akkoord levert hem nog een bezuiniging op van zo'n €340 mln.
Dit wrijft hij de ondertekenaars daarvan die nu de boete willen
schrappen - D66, GL, CDA - bijna genoeglijk in. Blijkbaar is hem
dat voor Prinsjesdag nog niet gelukt in overleg met minister De
Jager en dringt bij hem de tijd. "Ik zie op dit moment geen
mogelijkheden om het terugdraaien van de langstudeerdersmaatregel
te dekken binnen de onderwijsbegroting. Op de begroting van OCW
moet immers ook nog de taakstelling van € 340 miljoen die voortkomt
uit het lenteakkoord gedekt worden."
Uiteraard releveert de bewindsman ook juridische en
uitvoeringstechnische bezwaren. Maar de kern blijkt, dat er
financieel geen ruimte zou zijn. De verbeeldingskracht ten
departemente is kortom ontoereikend, om voor de behandeling van de
OCW-begroting van 2013 - en dat hoeft de facto pas in het voorjaar
van datzelfde jaar gelet op de aanstaande verkiezingen - een nadere
doorrekening te leveren.