Sinds 2010 stelt de Nuffic jaarlijks 'Mobiliteit in beeld' op.
Hierin schetst zij de recente ontwikkelingen in de
internationalisering van het Nederlandse hoger onderwijs.
'Mobiliteit in beeld 2012' laat zien dat zowel de inkomende als de
uitgaande studentenmobiliteit is gegroeid.
Mobiliteit licht omhoog
In de afgelopen twee jaar is een lichte toename waar te nemen in
het aantal buitenlandse studenten in Nederland (8,1% in 2010-2011
tegenover 8,4% in 2011-2012). Deze stijging is grotendeels te
danken aan het percentage buitenlandse studenten in het WO dat
toenam van 7,7% naar 11,2%. In totaal volgden in het collegejaar
2011-2012 ongeveer 87.100 buitenlandse studenten een volledige
studie of deel van hun studie in Nederland, het grootste deel
daarvan studeert nog steeds in het HBO.
Van de studenten van wie het land van herkomst bekend is, kwamen
de meesten uit Duitsland (26.050), China (5.700), België (2.900),
Spanje (2.200) en Frankrijk (2.150). De groei van het aantal Duitse
studenten dat naar Nederland komt neemt af. Hier staan grotere
aantallen studenten uit Bulgarije, Griekenland, het Verenigd
Koninkrijk, Italië en Frankrijk tegenover. De diversiteit van de
studenten neemt toe.
In overeenstemming met de speerpunten van de Nederlandse
overheid is er een groei te zien in het aantal Nederlandse
studenten dat in het buitenland studeert. Uit de laatste cijfers
blijkt dit aantal rond de 46.300 te liggen.
Van de studenten van wie het bestemmingsland bekend is, gingen
de meesten naar het Verenigd Koninkrijk (6.600), België (5.450),
Duitsland (2.250), de Verenigde Staten (1.850) en Spanje (1.650).
Sinds 2007 hebben Nederlandse studenten die hun studiefinanciering
meenamen naar het buitenland, in 86 verschillende landen aan bijna
1.600 instellingen gestudeerd.
Tussenjaar voor goede studiekeuze
Een tussenjaar is een jaar tussen het einde van de middelbare
school en de start van de vervolgopleiding, ook wel eengap
yeargenoemd. Ongeveer 9% van de studenten in Nederland neemt zo'n
tussenjaar, dat soms trouwens ook wel langer dan een jaar
duurt.
Een belangrijke reden is dat ze hopen om zo een betere
studiekeuze te kunnen maken, maar ook niet-studiegerelateerde
motieven spelen een rol. Bijna 3% van de studenten doet in het
tussenjaar internationale ervaring op door op reis te gaan. Dit
percentage verschilt tussen wo-studenten (5%) en hbo-studenten (2%)
en is bovendien afhankelijk van het vakgebied.
Veranderingen in het studieklimaat, zoals de invoering van de
langstudeerboete, zouden kunnen leiden tot een stijging van het
aantal studenten dat een tussenjaar neemt. Een goede studiekeuze is
immers nog belangrijker wanneer de financiële consequenties van een
verkeerde keuze zwaarder wegen. Het tussenjaar wordt zo in
toenemende mate een mogelijkheid om ervaring op te doen die van
belang is om de succeskans in het hoger onderwijs te vergroten.
De studie-uitval blijkt inderdaad minder te zijn onder studenten
die een tussenjaar namen. In het wo kwam dit door studenten die in
het tussenjaar internationale ervaring hadden opgedaan, in het hbo
door studenten die in die periode hadden gewerkt.
De publicatie 'Mobiliteit in beeld' vindt u hier (PDF)