Mitt Romney zet zich graag tegenover Barack Obama als succesvol
zakenman en gouverneur tegenover een buurtopbouwwerker en professor
staatsrecht. Governor Romney was inderdaad een opmerkelijk
fenomeen: een Mormoons Republikein die won in de staat van de
Iers-katholieke Kennedy-clan der Democrats. Maar wat voorbeleid
voerde hij daar in Massachusetts?
Zorg en HO
In de media wijzen velen er op, dat Romney als zeer gematigd
optrad en zelfs een zorgverzekeringswet doorvoerde die als twee
druppels water lijkt op het nu zo beschimpte 'Obamacare'. Dat was
deel van zijn beleid om het overheidstekort van zijn staat omlaag
te brengen. Maar hij deed meer, waar hij liever niet meer op wijst.
Hij verhoogde de belastingen, vooral dat.
Meest in het oog springend daarbij was Romney's aanval op het
hoger onderwijs en de studenten. Zijn staat is met toppers als MIT,
Harvard, Boston University en nog vele andere kenniscentra een
van de meest vooraanstaande HO-kernen wereldwijd. Daar ging hij
niet in investeren, maar dat leek een mooie melkkoe.
Governor Romney verhoogde de collegegelden met 63%. Ook de
heffingen voor het studeren aan colleges en dergelijke werden voor
de studenten en hun ouders fors verhoogd. Geheel in lijn met de
gedachten van Paul Ryan dus.
Hef Onderwijs maar op?
Ook bepleit de presidentskanidaat het opheffen van het
ministerie van Onderwijs in Washington. Scholen moeten immers
niet door de centrale overheid, maar door de lokale districten
gestuurd worden. Dat is een oude droom van Ronald Reagan, de icoon
nog steeds voor de Republicans van vandaag. In de acht jaar dat
deze zelf president was, is die maatregel overigens nimmer
doorgevoerd. Sterker nog, juist hij heeft dat departement een
wezenlijk nieuw bestaansrecht bezorgd.
Aan Reagan is te danken, dat het rapport 'A Nation at Risk' tot
stand kwam (1982). Dat maakte heel de USA ervan bewust, dat het
sterk lokaal gereguleerde onderwijs niet meer kon wedijveren met de
kennisopmars elders in de wereld. "A rise of mediocrity" bedreigde
Amerika, zo stelde het rapport.
Op deze basis konden de presidenten Clinton en Bush jr. na de
Reagan-jaren een krachtig en expansief onderwijsbeleid voeren, met
bijvoorbeeld de wetgeving 'No Child Left Behind'. George W. Bush
beschrijft in zijn memoires hoezeer hij als 'the Education
President' de geschiedenis in wilde gaan, na zijn succes op dit
terrein in Texas. De doorbraak daartoe zou in een overleg in de
Senaat formeel gerealiseerd worden op de ochtend van 11 september
2001. First Lady Laura Bush zou daar met senator Teddy
Kennedy dat feit markeren. Het liep die dag anders.