Robert Jan Smits is "onze man in Brussel", in de woorden van
Yvonne van Rooy bij haar afscheid. De hoogste ambtenaar bij de
Europese Commissie voor onderzoek- en innovatiebeleid doet een
indringend pleidooi op de nieuwe politiek verantwoordelijken:
bestrijd de crisis nu werkelijk effectief en blijvend door te
investeren in de kenniseconomie.
Dat doe je in elk geval door samen op te trekken, "praten met
één mond naar de rest van de wereldmachten", en door duurzaam,
systematisch te investeren in het beste dat Europa en Nederland te
bieden heeft aan vernuft, kennis en vernieuwde
verbeeldingskracht.
Is dit zo nieuw?
Op de ochtend na de Kamerverkiezingen dwarrelt het stof van
de electorale strijd weer neer wat ziet u als de meest
doeltreffende, meest belovende strategie voor Nederland als
hoogontwikkeld, Europees land?
Wie rondkijkt in de wereld zal het herkennen: landen die keuzes
maken voor de kenniseconomie weten uit de crisis te komen. Ook
binnen Europa zie je dit. Het snelst herstellen landen die
voortdurend zijn blijven investeren in onderzoek, innovatie en
ontwikkeling. Landen die mooie woorden ook vertalen in geld, hoe
lastig dat ook is. Duitsland, Zweden, Finland, iedereen kent het
rijtje landen dat hier werk van maakt en slaagt.
Trouwens, is dit nu zo'n nieuw inzicht? Dat vraag ik er maar
eerlijk bij. Wisten we dit nog niet? Iedereen reisde begin jaren
negentig toch naar Finland? Diep onder de indruk was men, en
terecht, hoe premier Esko Aho daar na de ineenstorting van de
welvaart en economie als gevolg van het wegvallen van de
Sovjetmarkt de zaken heeft aangepakt. Bij een terugval van 15
procent heeft hij met zijn land met volle kracht laten investeren
in kennis en innovatie om een nieuwe bloei moeilijk te maken.
[Lees hier het vraaggesprek van ScienceGuide met Esko Aho over
zijn aanpak en succes]
Iedereen vond het indrukwekkend. Maar wie is er vervolgens terug
in eigen land werkelijk de lessen uit gaan trekken? Heeft men
elders in Europa Finland nagevolgd op weg naar nieuwe bloei op
nationaal niveau?
Tijdens de instorting van de Finse economie werd Duitsland
herenigd. Daar heeft men toch zijn conclusies getrokken. Angela
Merkel en Annette Schavan doen een "Aho-beleid", zou je kunnen
zeggen.
Zeker, Kanselier Merkel heeft een doordacht, systematisch
kennisbeleid ruim baan gegeven. Zij kiest echt, kiest voor de lange
termijn. De drie procent norm van R&D-investeringen in Europa
heeft zij zo goed als bereikt en er zijn zelfs indicaties dat ze
zelfs voor 4 procent wil gaan. Dat tikt wel aan.
Iedereen doostil
Als minister Schavan in de vergaderingen op Europees niveau met
haar collega's het woord neemt, dan merk je dat ook. Zij spreekt
altijd heel rustig, bedachtzaam, en het is doodstil. Iedereen
luistert nauwkeurig naar de tolken in hun 'oortjes', daar kun je
zeker van zijn.
Men beseft dat in geen land deze lange termijn visie en
investeringen zo centraal zijn gesteld in de nationale strategie
als in Duitsland. Ook Nederland heeft dit niet gedaan. In de
voorbije verkiezingscampagne kwam het besef van zo'n succesvolle
strategie ook niet als issue naar voren.
Duitsland is hiermee in Europa leidend, maar elders in de
wereld zitten ze helemaal niet stil. Wat is uw zicht vanuit Brussel
daar op?
Deze zomer was ik op de Lindau-conferentie. Elk jaar komen daar
de Nobelprijswinnaars bijeen en bespreken hun nieuwste ideeën, maar
ook 'uitdagingen' wereldwijd. De president van Singapore, Tony Tan
komt dan de hele week om zich te laten voeden en connecties te
leggen. In zulke landen is de nadruk op wetenschap en innovatie een
keuze van het allerhoogste niveau in politiek en samenleving. In
Europa zien we dit te weinig.
De president besprak daar met verschillende mensen hoe hij het
aandeel van kennis-investeringen in het BBP verder zou kunnen
verhogen. Een land als Zuid-Korea gaat bijvoorbeeld voor 5 procent
BBP in 2015. In China stijgt de investeringsruimte met 22 procent
per jaar op dit terrein. Ik mis dit soort van keuzes in Europa, ook
in Nederland op het hoogste niveau.
Niet zó somber…. er zijn de degelijk politici op dat niveau
in Europa die hier zich zeer inspannen, u beschreef al hoe Annette
Schavan de aandacht trekt.
We moeten ook zeker niet wanhopen, maar zulke mensen blijken wel
nodig. Ze zijn er, ik denk aan de Scandinavische ministers die hun
visie hierop met veel overtuigingskracht weten te brengen. Barroso
en Herman van Rompuy moet je hier ook noemen. Maar breed genoeg
klinkt dit geluid nog niet, niet voldoende vrees ik.
Dramatische gevolgen
Sommige landen doen in de crisis het omgekeerde van Finland
destijds. Spanje snijdt in een keer 700 miljoen uit zijn
kennisinvesteringen. De gevolgen zijn dramatisch. En masse
vertrekken jonge Spanjaarden met een PhD met de noorderzon. Alle
investeringen van de afgelopen twintig jaar worden daarmee teniet
gedaan.
Landen die wel blijven investeren zie je nu al 'shoppen' onder
het toptalent in zuidelijke landen. De hightechsector en
instellingen in Zuid-Duitsland trekken massaal in Spanje jong
talent aan. Voor de Spaanse bèta's betekent dit hoogwaardig werk,
een goed inkomen en vooral perspectief in hun vak op het hoogste
niveau.
Zulke aanzienlijke verschillen tussen de Europese landen
maken het voeren van een coherent kennis- en groeibeleid wel
lastig.
Inderdaad, de verschillen tussen de lidstaten worden alsmaar
groter. Er is steeds meer sprake van een "innovation divide".
Toch hadden we met elkaar, de Lissabon-strategie (2000-2010)
afgesproken, waarbij de lidstaten beloofden vol in te zetten
op de kenniseconomie om zo hun concurrentiekracht te vergroten. Er
was tevens overeengekomen om tegen 2010 3% van het BNP uit te geven
aan R&D.
We weten allemaal wat daarvan is terecht gekomen. Maar laten we
positief blijven, en hopen dat de Europa 2020 Strategie die wederom
de 3% doelstelling heeft opgenomen en door de Europese
regeringsleiders unaniem is goedgekeurd, wel geïmplementeerd gaat
worden.
De roadmap van Hans Chang
Zijn er terreinen waar wel vooruitgang geboekt
wordt?
Jazeker, neem het terrein van de grote onderzoek
infrastructuren. Daar is enkele jaren geleden tussen de Lidstaten
en de Europese Commissie besloten om te komen tot een Europese
roadmap. Op deze zogeheten ESFRI roadmap zijn 48 projecten
geïdentificeerd die Europa moeten helpen de komende jaren sterk te
blijven met haar kennisbasis.
Hans Chang van de KNAW heeft hierbij een centrale rol gespeeld
op Europees niveau. Op deze roadmap staan projecten op het gebied
van fysica (zoals de LHC) maar ook op het gebied van de Life
Sciences en onderzoek in de sociale en geesteswetenschappen. CLARIN
is een infrastructuur op dit laatste terrein en dit is een van de
redenen dat ik naar Utrecht kwam, omdat het hoofdkwartier hier
gevestigd zal worden.
De Europese Roadmap heeft overigens ook geleid tot de
ontwikkeling van nationale roadmaps voor onderzoeksinfrastructuur.
Met de commissie Van Velzen is zo'n strategie er in Nederland
gekomen, cruciaal natuurlijk om als land optimaal 'mee te kunnen'
in zo'n à la carte, Europese aanpak en investeringsplanning.
Hoe gaat dat 'à la carte' in de praktijk?
Een lidstaat kan binnen de gezamenlijke strategie voor
onderzoeksinfrastructuren eigen prioriteiten kiezen, van
verschillend niveau en gewicht. Per project kan een land 'pitchen'
om de leiding te nemen of als een van de actief deelnemende naties
op te treden. Dan zet je natuurlijk extra in op de thema's en de
kennis op dat gebied in je nationale strategie.
Je kunt ook zeggen: 'deze infrastructuur past niet zo bij onze
kennisinfrastructuur en knowhow'. Als je dan deelname laat
schieten, kun je andere staten niet 'blokkeren' met hun
gezamenlijke ambitie om daar à la carte flink aan te trekken. Zo
kan ook een klein land, of een nieuwe lidstaat die nog zo ver niet
is, bij scherpe keuzes toch voluit meedraaien in specifieke
kennisthema's en ambities.
Deze aanpak daagt de landen meteen veel meer uit tot doordachte,
systematische nationale acties en keuzes met veel impact. Lidstaten
willen immers altijd op echt hoog kennisniveau kunnen meedoen,
vooral in coalities waar ze hun eigen potentieel fors kunnen
vergroten.
Brussel legt dus niets op! We dagen uit het beste van jezelf als
land in te zetten en verder te versterken. En we bevorderen door
deze aanpak een grensoverschrijdende ´chemie´ tussen de
wetenschappers en organisaties die in de verschillende
kennisthema´s leidend willen zijn.
Krachten bundelen werkt
Welke infrastructuren zijn inmiddels van de grond gekomen,
ondanks de crisis?
Er staan 48 grote R&D-infrastructuren op de agenda en elk
daarvan heeft zo'n dragende coalitie van lidstaten. Zij krijgen van
de EU gedurende 5 jaar een impulsbudget om aan de slag te gaan. Zij
moeten dan een concreet plan hebben met geoormerkte budgetten van
elk van de deelnemende landen. 16 van die projecten zijn al in de
fase van concrete implementatie.
Voorbeelden?
De Large Hadron Collider van CERN is een goed voorbeeld. Dat is
natuurlijk een enorme uitdaging die geen land in Europa in zijn
eentje aankan. Nederland doet hier aan mee, als ook aan de bouw van
de nieuwste generatie telescopen zoals de ELT, de Extreme Large
Telescope. Verder zijn X-FEL en FAIR als ook SHARE (de
vergrijzingsdatabank) gerealiseerd.
Niet alles zal lukken. Zo zal het onderzoekschip Aurora Borealis
voor research in de poolgebieden waarschijnlijk nooit gebouwd
worden.
Kunnen derden intekenen bij zulke projecten?
Zeker! Landen van buiten de EU zijn van harte welkom. We merken
daaraan hoe krachtig een gezamenlijke Europese aanpak is. Zodra we
in concreto zo'n R&D-infrastructuur samen ter hand nemen, gaan
andere grote 'spelers' bewegen. Rusland stapte bijvoorbeeld à 250
miljoen Euro in een groot, nieuw project op het terrein van
free electron lasers, X-FEL dat in Hamburg gerealiseerd is, en
investeert met een evenredig bedrag in FAIR dat in Darmstadt
gebouwd is.
Als we in de EU de krachten bundelen, dan blijkt dat cruciaal en
overtuigend naar anderen op wereldschaal. Zo geven we de European
Research Area een extra 'global dimension' en versterken daarin
meteen onze nationale kracht en impact op wereldschaal.
Vraag aan onszelf
De Chinese minister van wetenschapsbeleid vertelde mij hoe de
deur bij hem plat gelopen wordt door allerlei goedbedoelende
delegaties. "De ene dag de vereniging van Franse universiteiten, de
volgende dag de koepel van Duitse IT-instituten, de dag daarop de
Britse academies. En allemaal willen ze met ons samenwerken met
allerlei speciale wensen."
De vraag aan onszelf in Europa is dan toch: 'Is dat wel de
manier om met grootmachten als China, India of Brazilië om te
gaan?' Zijn we met onze beperkte nationale budgetten in hun ogen
nog wel doeltreffend, relevant en ook inhoudelijk wel
interessant?
Dat zou dus heel wat Europeser kunnen en moeten.
Hoe?
Waar dat meerwaarde heeft, zeker! Neem nu het European and
Developing Countries Clinical Trials Partnership, ons sub-Sahara
programma van zestien EU-lidstaten, met de Europese Commissie
samen. We kunnen daar een budget van €1 miljard in concentreren in
de strijd tegen TBC, malaria en HIV. We kunnen als heel Europa zo
in het meest getroffen deel van Afrika met veel schaalvoordelen en
kritische massa opereren. De aanpak is strategisch en
diepgaand.
Hetzelfde zouden we moeten doen met onze bio-fuels strategie. We
kunnen veel beter als gehele EU met Brazilië samenwerken. Dan kun
je meteen veel meer en ook voor langere termijn aan de slag. De
overhead en de transactiekosten kunnen enorm omlaag bovendien.
Dat blijkt ook de crux bij zoiets als ITER, de
kernfusiecentrale die Europa heeft kunnen organiseren. Iedereen
doet wereldwijd mee, omdat ook de USA, China, India en Rusland
zoiets alleen niet meer kunnen ondernemen. Europees kennisbeleid
wordt dus kostenbeperkend… wie had dat durven denken?
Dat is in elk geval niet wat men regelmatig onder de aandacht
brengt. ITER is overigens wel een heel apart voorbeeld van zo'n
aanpak vanuit Europa waar men wereldwijd op af komt. Het is zo'n
groot, ingrijpend project dat iedereen van de deelnemers weet 'This
is in a league of its own!'
Merkel en Rutte voluit
Het idee dat 'Brussel' ons van alles oplegt is dus ook hier
een hardnekkig misverstand?
Zeker op het terrein van onderzoek en innovatie is het noch onze
rol, noch onze strategie zaken aan de lidstaten op te leggen. Wij
willen slechts drie ambities realiseren. Op de eerste plaats de
totstandkoming van een Europese onderzoeksruimte, waarin er geen
belemmeringen meer zijn voor mobiliteit en samenwerking.
Ten tweede een bundeling van de krachten onder het mom 'samen
sterk" om de grote maatschappelijke uitdagingen aan te pakken en de
concurrentiekracht van onze industrie te versterken. En ten derde
dat de 27 lidstaten op nationaal niveau blijven investeren in de
kenniseconomie en daarbij het belang van fundamenteel onderzoek
niet vergeten!
Maar wat als men de hakken in het zand steekt?
Niet de Europese Commissie, maar de regeringsleiders hebben het
jaar 2014 als deadline geformuleerd voor de totstandkoming van de
Europese onderzoeksruimte. Dat was door Herman van Rompuy op de
agenda gezet, als deel van de kenniseconomie impulsen die voor
groei en innovatie zinvol zijn, juist nu. Merkel en Rutte steunden
dit voluit! In 2014 moet de open European Research Area dan ook een
feit zijn.