Maandag 1 oktober schreef ex-bèta Ernstjan van Doorn een betoog
voor meer focus op het 'verlies' van 60% van de bèta-afgestudeerden
omdat deze niet in de bèta-tech industrie terecht komen. Volgens
Van Doorn wijst dit op een mis-match tussen onderwijs en
arbeidsmarkt.
Niets wijst echter op zowel een verlies als een mis-match.
Daarop focussen lijkt dan ook een slecht idee.
Welk verlies?
Allereerst stelt van Doorn dat het 'natuurlijk niet de
bedoeling' is dat net-afgestudeerden niet in de bèta sector terecht
komen. Maar laten we ons eens afvragen wat nu precies het probleem
is met het feit dat 60% van de bèta's in een andere sector gaat
werken. Zeggen dat het 'natuurlijk niet de bedoeling' is hiervoor
niet voldoende. Ingenieurs gaan niet voor niets werken bij banken,
verzekeringsmaatschappijen, ministeries of in bij voorbeeld de
politiek.
Deze sectoren hebben bèta's namelijk ook keihard nodig. Zoals
recent iemand uit het bankwezen aan Delftse studenten vertelde:
"Kom alsjeblieft werken in de financiële sector. Wij hebben mensen
die goed kunnen rekenen keihard nodig!" Bèta's in die sectoren zijn
een aanwinst en geen verlies. Sterker nog: het weghalen van bèta's
uit deze sectoren lijkt mij erg slecht voor dit land.
Geen mis-match
Mocht je dit dan toch willen beïnvloeden, is het probleem dan de
'mis-match' tussen de arbeidsmarkt voor bètatechnici en de
afgestudeerden? Naast het feit dat technici (samen met medici) het
snelst aan een baan komen, speelt er iets speciaals: veel
technische studenten studeren af bij een technisch bedrijf en
krijgen daar direct
een baan aangeboden.
Deze bedrijven krijgen hun werknemers dus direct binnen via
afstudeerprojecten. In TU-kringen heeft iemand die afstudeert en
nog geen baan binnen de sector aangeboden heeft gekregen toch iets
'fout gedaan'. Dit wijst niet op een mis-match, eerder op een
uitstekende match.
Onwenselijk
Het is ook maar de vraag of het wenselijk is afgestudeerden in
een andere richting te sturen. Het bedrijfsleven bepaalt immers
zelf als beste waar men behoeft aan heeft. De afgelopen jaren is
gebleken dat dat niet de 'paardenmanagers' en 'culture
antropologen' waren. Die kwamen immers, in tegenstelling tot
bèta-afgestudeerden, nauwelijks aan een baan. Misschien zit het
probleem dan ook wel meer bij de vele niet-aansluitende posities
voor alfa- en gamma-afgestudeerden dan bij de bèta-afgestudeerden
die overal aan de slag kunnen.
Stuart Mill schreef in 'On Liberty' dat vrijheid bestond uit
'doen wat men wil'. Als een bèta een baan vindt bij een bank, is
dat toch een prima keuze? Waarom moet er het woord 'verlies' aan
worden gehangen? Waarom zou die bèta in een andere sector moeten
gaan werken? Met verbazing heb ik kennis genomen van deze delen van
het betoog van Van Doorn. Zeker gelet op zijn PvdA-achtergrond,de
partij waarvan Wouter Bos ooit zei dat er 'de echte liberalen'
zitten.
Bèta's zijn overal nodig
Laten we de bèta's vooral behouden voor de politiek, bij banken
en ministeries; ze zijn daar van enorme toegevoegde waarde, maar
laten we óók zorgen dat er meer bèta's voor de industrie komen. Dat
mes snijdt aan twee kanten: Meer mensen aan een baan en meer
bedrijven met voldoende personeel.
Stilzitten en rapporten schrijven over 'sector brede aanpak' is
achteruitgang. Het tekort wordt steeds nijpender. De oproep van de
TU's is dan ook volkomen terecht en keihard nodig: focus op het
aantal afgestudeerden want bèta's zijn overal nodig!
Wouter Verbeek is student Systems & Control aan de TU
Delft en acht de kans aanwezig nooit in de techniek terecht te
komen.