• A
  • A
  • De volgende digitale revolutie

    - “We zitten op een goudmijn, maar zijn nog maar net begonnen met delven.” De digitale revolutie dwingt het hoger onderwijs tot keuzes om de winst ervan ook echt te integreren. Ronald Spruijt ziet een ‘goldrush’, mits een gedeelde visie op die integratie tot leven komt. “Als het geen effect heeft, moet je het niet doen.”

    In zijn Academie Lezing voor zijn jubilerende hogeschool zei Spruijt het volgende hierover.

    “Avans Hogeschool bestaat deze maand precies 200 jaar. In oktober van 1812 is het begonnen op een zolderkamer in Den Bosch met 15 leerlingen, opgericht door Napoleon. De heer Van Dinther was de directeur. Stel je voor dat de heer Van Dinther nu 200 jaar later hier de collegezaal binnen zou lopen en zou horen over ‘een digitale revolutie’. 

    Bij het woord ‘revolutie’ zal de heer Van Dinther nog wel even opveren, denkend aan de Franse Revolutie. Maar bij het woord digitaal zal hij snel afhaken. Wat voor taal? De onbekende termen vliegen hem om de oren: Mail, SMS, What’s App, Facebook, YouTube, Google en Skype. 

    En toch zal de heer Van Dinther nog veel herkennen in het onderwijs. Hij ziet een man voor een bord voor de klas. De leerlingen zitten netjes in rijen te luisteren. En de man voor het bord bepaalt de inhoud en het tempo van de les. “Prima, zoals het hoort,” zal de heer Van Dinther denken. 

    Allereerst wil ik een eenvoudige vergelijking maken met de hulpmiddelen van vroeger en nu. Daarna wil ik aantonen dat technologische ontwikkelingen ons onderwijs in de loop der jaren hebben gevormd. Als derde wil ik ingaan op de meerwaarde van ICT in het onderwijs en een trend benoemen, voordat we tot de conclusie komen. 

    Technologie is van alle tijden 

    In onze eigen schooljeugd werd al veel gebruik gemaakt van diverse hulpmiddelen ter ondersteuning van het onderwijs en leren. Zoals de lessenaar, de inktpot met kroontjespen, het leesplankje, en natuurlijk het krijtbord en de aanwijsstok. 

    Na deze periode kwam in de jaren ’70, ’80 en ’90 een periode met middelen als: het whiteboard, de overheadprojector, de videorecorder, de diaprojector, de typemachine, de audiorecorder en de beamer. 

    De middelen die momenteel het meest worden gebruikt door docenten: Digitaal schoolbord, Blackboard (onze elektronische leeromgeving), PowerPoint, YouTube, Google. Er zijn multimediaruimtes en even onzichtbaar als overduidelijk aanwezig is het draadloze netwerk waarmee studenten op hun eigen laptop of smartphone kunnen inloggen. 

    Als je de ontwikkeling van het onderwijs in middelen zou uitdrukken dan komt het leerlandschap er toch wel heel anders uit te zien. Je zou kunnen zeggen dat we in het onderwijs zijn overgegaan van een krijtbord naar een digitaal schoolbord, van de schoolplaten van Isings naar een powerpoint en van een vaste plek in de klas naar een open leerruimte.

    Elektronische leeromgeving 

    Nu is het maar de vraag of het onderwijs er beter van is geworden of op z’n minst anders? Meneer Van Dinther zou nog veel herkennen. Er zijn wel veel middelen bijgekomen. Vroeger konden we nog niet spreken van een elektronische leeromgeving, internet en sociale media. Wat een groot verschil is met vroeger zijn niet alleen de middelen, maar vooral de omvang waarmee de technologie wordt omarmd. Op Avans staan 4200 pc’s, er hangen 370 digitale schoolborden en Blackboard heeft 28.000 actieve leden! 

    Maar de vraag is of we kunnen spreken van een revolutie. Ik zou daar een stelling naast willen zetten, namelijk dat de technologie andere en betere vormen van onderwijs mogelijk maakt, die beter passen bij de maatschappelijke en beroepsontwikkeling van deze tijd. In de tijd van de aanwijsstok en het schoolbord met krijtje was de onderwijsvorm sterk eenrichtingsverkeer, leerkrachtgestuurd gericht op kennisoverdracht en reproductie van kennis. 

    Er werd veel meer uit het hoofd geleerd en het antwoord was goed of fout. Je zou het onderwijs sterk gestandaardiseerd kunnen noemen. Een ‘one size fits all’ benadering die paste bij de manier van werken in die tijd. Het onderwijs dat in deze tijd is ontwikkeld zien we nu ook nog terug. Alleen ergens gaat dat knellen.

    Bij de one-size-fits-all benadering is het de theorie die de praktijk stuurt. Leren is vooral memoriseren en op 24 leerlingen is één stijl. Iedereen start gelijk. Daar tegenover staat onderwijs met de volgende kenmerken: de praktijk stuurt de theorie, leren is construeren (samen doen) en op 24 leerlingen zijn 24 stijlen. Het gebruik van de digitale middelen past veel beter bij deze tweede manier van leren.

    Kennis veroudert

    We zitten midden in een samenleving waarin kennis steeds sneller veroudert en waarin kennis steeds specialistischer wordt. De toekomst is daarmee minder goed te voorspellen. Van de beroepen die er 100 jaar geleden waren bestaan er nog maar 10 procent. Bij Avans leiden we studenten op voor beroepen die nu nog niet bestaan. 

    Dat stelt nieuwe eisen aan het onderwijs. Het gaat om ‘new skills for new jobs’,  zoals de EU er in hun LifeLong Learning Programme over spreekt. Om bij te blijven zal je je leven lang moeten blijven ontwikkelen. Om mee te kunnen in de 21e eeuw maakt de EU onderscheid in acht sleutelvaardigheden. Eén daarvan is de digitale geletterdheid. Een one size fits all benadering gaat in zo’n complexe wereld geen oplossing bieden. Er is naast basiskennis veel behoefte aan algemene vaardigheden. 

    Een belangrijke technologische ontwikkeling, die op zichzelf los staat van het onderwijs, maar met een immense invloed is de omslag van consument naar producent. Web 1.0 stond voor nformatieoverdracht naar de consument. Je kon op het internet lezen hoe het zat. Web 2.0 staat voor interactie. 

    Je kunt niet alleen lezen, maar ook zelf schrijven. Je bent niet langer consument, maar producent met een weblog, profielen op Facebook, Twitter en filmpjes op YouTube en Slideshare. Al die kennis van miljarden mensen is beschikbaar op het internet. Een enorme bron van kennis en inspiratie. Een belangrijke vaardigheid daarbij is wel dat je die kennis op een goede manier weet te vinden, evalueren en gebruiken. 

    Zelfsturend leren 

    Avans gaat mee met haar tijd en ontwikkelt zich van een onderwijsinstelling naar een kennisinstelling. De docent is minder overdrager van kennis en meer begeleider van individuele leerprocessen. Hij is niet meer de enige bron van informatie, maar een belangrijke bron waar je uit kunt putten. 

    Voorbeelden in de richting van zelfsturend leren gaan voor veel onderwijsinstellingen nog te snel. En toch kunnen we er iets van leren. Bij een digitale revolutie in het onderwijs is meer nodig dan aantonen dat we investeren in de hardware, de infrastructuur en het beheer. Een volgende belangrijke vraag is hoe het is gesteld met de meerwaarde en de integratie van al die spullen en de menskracht in het onderwijs. 

    In algemene zin zou je kunnen zeggen dat ICT het onderwijs effectiever, efficiënter en aantrekkelijker kan maken. Met daarbij de opmerking dat ICT geen Haarlemmer smeerolie is, een middeltje dat altijd en overal werkt. Je moet het wel goed toepassen. Als het effect heeft, doe je de studenten te kort als je het niet doet. 

    Als het geen effect heeft, moet je het niet doen. Maar als het effect neutraal is, heeft een docent de keuze: Doe je het met ICT of zonder? De gereedschapskist van de docent is beter gevuld. En we weten vanuit onderzoek dat variatie leidt tot een hoger leerrendement. 

    Ontwikkelingen 

    Bill Gates heeft in augustus 2010 gezegd dat hij verwacht dat binnen 5 jaar beter onderwijs te vinden is op het internet dan in de onderwijsinstellingen zelf. Momenteel zijn veel gerenommeerde hogescholen en universiteiten in de wereld bezig om delen van hun onderwijs publiekelijk toegankelijk te maken op het wereldwijde web, zodat andere docenten en studenten ervan kunnen leren. 

    En dan brengt ons voor de laatste keer terug naar de centrale vraag: Kunnen we dit alles gezegd hebbende spreken van een digitale revolutie in het onderwijs? Ikzelf twijfel nog. Omvang, middelen, mogelijkheden en meerwaarde zeggen ‘ja’. 

    Maar de gedeelde visie en integratie in het onderwijs zijn nu nog niet zo ver. Je zou kunnen zeggen dat er sprake is van een digitale revolutie in de organisatie van Avans, maar nog niet doorgevoerd in het onderwijs zelf. Ik heb het idee dat we op een goudmijn zitten, maar dat we nog maar net zijn begonnen met delven.” 

    Ronald Spruijt is onderwijsadviseur bij Avans Hogeschool.Bovenstaande lezing werd uitgesproken ter gelegenheid van het 200 jarig bestaan van Avans op 24 oktober