Jet Bussemaker heeft kabinetservaring op een complex 'spending
department' in troebele tijden en lastige politieke verhoudingen.
Tegelijk was zij een van de weinige PvdA-bewindslieden, die in het
kabinet Balkenende/Bos een plezierige en productieve relatie had
met haar minister, de CDA'er Ab Klink op VWS. Dat maakt haar voor
de PvdA een safe pair of hands kandidaat in een nieuwe
coalitie, waarin de chemie en de onderlinge verhoudingen zo soepel
mogelijk moeten worden, wil deze slagen.
Verlies en aanwinst
Bij de HvA heeft zij zich nadien voluit kunnen verdiepen in de
vragen, zorgen, dilemma's en kansen van het hoger onderwijs. Zij
zat immers in een CvB dat zowel de UvA als de HvA bestuurde en dat
door diepe dalen ging tijdens de bestuurlijke crisis rond het
opstappen van collegevoorzitter Karel van der Toorn.
Dat zij bij de HvA van aanpakken wist blijkt uit de beoordeling
van de toekomstplanen voor profilering en zwaartepuntvorming door
de Review Commissie van Frans van Vught. De hogeschool scoorde
beduidend beter dan de universiteit in het Amsterdamse. Een topman
uit de UvA/HvA combinatie zegt tegen ScienceGuide over een
vertrek van Bussemaker naar Den Haag dan ook: "Een verlies voor de
HvA, een aanwinst voor het land."
Waar staat Jet Bussemaker voor? Allereerst zal zij met haar
meest getipte collega op Financiën en man van de
onderwijsvernieuwing, Jeroen Dijsselbloem, een heldere missie
hebben: voer de motie-Hamer uit. Het was niet voor niets de
PvdA-fractieleider die de ambitie en investeringen om Nederland in
de topliga van de kennisnaties terug te brengen met kracht
formuleerde. Zij won er de steun van heel de Kamer mee en in alle
toonaangevende verkiezingsprogramma's blijft dit kernpunt voor ons
land terug komen.
Docent uit eigen tuintje
Binnen het onderwijsbeleid zal Bussemaker een nuchtere lijn
voeren en opvallen doordat zij de docenten en hun organisaties
nadrukkelijk aanspreekt op hun eigen verantwoordelijkheid en
roeping tot kwaliteitsverbetering. In een recente dialoog met
ScienceGuide en de ASVA was dit al duidelijk te merken.
Docenten moesten uit hun eigen tuintjes durven komen, zei zij.
"Ik heb zelf gestudeerd in een tijd dat docenten wel heel veel
hobby's hadden. Er waren docenten die alleen maar bezig waren met
één klein detail van het marxisme en die dat met iedereen deelden.
Maar er waren ook docenten die me enorm geïnspireerd hebben, Lucas
van der Lans bijvoorbeeld en Siep Stuurman, die beiden politieke
filosofie doceerden, mijn lievelingsvak."
Je kunt gegrepen raken door een bepaald vak of een bepaalde
docent en zo een excellent student worden. Maar ook dan is de
samenhang in het programma en de curricula belangrijk. "Docenten
denken vaak dat kwaliteit uitsluitend van docenten afhankelijk is.
Maar wat ik zelf in mijn studieprogramma miste, is zulke samenhang
tussen de verschillende onderdelen. Het ene vak moet logisch volgen
op het andere vak. Bij docenten zie je soms te veel de mentaliteit:
'dit is mijn tuintje, ik weet wat kwaliteit is'. Maar met al die
tuintjes hebben we als hogeschool nog niet een goede opleiding
gecreëerd."
"Wij zeggen bijvoorbeeld dat de HvA veel meer docenten met een
master moet hebben, maar de beste docent van het jaar is nu al voor
de derde keer op rij een docent zónder master.....Studenten kijken
blijkbaar minder naar de formele kwalificatie en meer naar de
inspiratie. Zo heeft iedereen kennelijk een andere definitie van
excellentie."
Groot, groter, grootst
Een wezenlijk punt vindt Bussemaker dat bestuur en toezicht in
het WO en het HBO op een uitstekend niveau worden uitgeoefend en
als volstrekt onkreukbaar en dienend wordt herkend. Als gasthoofdredacteur van ScienceGuide
ging zij daarom indringend in op de visie van een van de
belangrijkste denkers op dat terrein, prof. Ferdinand Mertens.
Zijn metafoor van de vliegmaatschappij Onur Air voor de
hogeschool Inholland liet haar toen bepaald niet onberoerd. "Mijn
associatie was bij dat beeld direct: 'Meavita'! Ik had als
staatssecretaris op VWS te maken met dat bedrijf in de thuiszorg.
De toestanden daar hielden ons, mij, mijn medewerkers en ook de
Kamer heel erg bezig. Daar was men na de invoering van de
marktwerking in de zorg echt de weg ingeslagen van groot, groter,
grootst. Overal in het land ging Meavita thuiszorg aanbieden. En
wat zeiden de mensen toen het mis ging? 'We zijn onze ziel kwijt
geraakt, het gaat echt om veel meer dan rendementen en
bedrijfsmatige expansie.' Doekle Terpstra zei laatst bijna precies
hetzelfde over wat er bij Inholland gebeurd was. "
Mertens analyseerde dat bij toezicht en borging van kwaliteit
cruciaal is, dat je met alle betrokkenen - ook internationaal - de
afspraken over hoe je deze met elkaar uitvoert scherp houdt.
Bussemaker vond: "Dat is ook nu weer aan de orde, dat ziet Mertens
heel goed. Wat er in het HBO is gebeurd is zeer ernstig, daar
moeten we als hogescholen niet omheen lopen. Maar pas nou wel op,
dat je incidenten niet bestrijden gaat met een hele hoop extra
toezicht op alles en dat leiden gaat tot nieuwe bureaucratische
mechanismen en overbelasting."
"Ik heb als staatssecretaris dat dilemma ook meegemaakt,
bijvoorbeeld rond Meavita. Mertens wijst er ook op, dat je niet
zomaar de uitvoeringsafspraken rond toezicht moet omgooien.
Tegelijk snap ik best dat bijvoorbeeld de Kamer een bewindsman bij
zulke ernstige situaties of incidenten gaat aansporen tot
'krachtdadig optreden'. 'Hij of zij moet nu toch echt ingrijpen,'
hoor je dan. En toch zeg ik 'pas op'. Want voor je het weet
organiseer je vooral wantrouwen en schep je binnen de organisatie
van bijvoorbeeld de hogeschool of de universiteit een cultuur van
risicomijding. Men gaat dan elke moeilijke beslissing afschuiven,
naar omhoog of naar een ander."
Stop met Calimero
Dat leidde bij haar tot een fikse waarschuwing aan het
ministerie van OCW en het liberale beleid van haar aanstaande
coalitiepartner. "De afstand van het ministerie tot het betrokken
veld is in de zorg veel groter. De invloed van het departement en
het apparaat op de sector is aanzienlijk minder dan bij het
onderwijs. Het ministerie zit nog steeds veel dichter op het veld
en de instellingen. Dat is mij in mijn werk hier wel opgevallen. En
dat mag ook een liberale bewindspersoon wel even in zijn oren
knopen."
Voor het HBO heeft zij in elk geval een wezenlijke boodschap:
stop met de ambitie van groei om de groei. Zet in op kwalitatieve
keuzes en durf excellentietrajecten aan. Stop met de
Calimero-houding naar het WO.
"De HvA moet ophouden met een soort Calimero-houding. De UvA
moet ophouden met een zekere neerbuigendheid naar het HBO. We
hebben beide de opdracht onze studenten te laten gaan waar zij het
beste tot hun recht komen. Dat betekent niet per definitie
doorstroom van HBO naar universiteit, maar ook dat VWO'ers naar
niet-universitaire opleidingen moeten kunnen die heel goed bij hen
passen. Denk aan fysiotherapie en pedagogische vakken."
Hup Anne-Wil
Dat Bussemaker met de VVD straks prima door een deur zal kunnen.
Dat bleek uit haar reactie op de visie van Anne-Wil Lucas, de
HO-specialist, ten aanzien van de kansen van het HO in het
topsectorenbeleid van EL&I.
"Ik kan het niet anders dan met haar eens zijn op dit punt. Ik
vind dat dit ook Halbe Zijlstra aan gaat, want kennisbeleid is niet
alleen iets dat Maxime Verhagen betreffen moet. Ik kan me niet
anders voorstellen dan dat Zijlstra dat met mij eens is."
Wel vond Bussemaker het enigszins jammer dat de
HO-woordvoerster van de VVDin haar betoog over het goud van de
driehoek HO-Bedrijfsleven-Overheid met een voorbeeld van de TU's
kwam. "Ik nodig Lucas van harte uit om langs te komen bij het
domein techniek hier bij de HvA. Wat daar aan praktisch onderzoek
gedaan wordt, daar komen ze zelfs van de TU Delft voor langs
om van te kunnen leren en profiteren. Bij deze dus: van harte
uitgenodigd!"
Het gelijk van Karl Dittrich
Ook met de universiteiten onder leiding straks van Karl Dittrich
zal zij het vast goed kunnen vinden. Zij sloot zich in elk geval
met veel vuur aan bij diens visies op kwaliteit en verantwoording
van kwaliteit. Daarover zei ze al gasthoofdredacteur onder meer:
"Natuurlijk is dat niet alleen maar een kwestie die de HvA aangaat.
Intern voeren we dat gesprek, ook met de decanen met oog op de
conclusies die we ook voor onze WO-opleidingen moeten trekken.
Dittrich zegt terecht dat ook de universiteiten in die discussie
hun rol moeten spelen en een kritische blik op de eigen aanpak en
cultuur moeten durven werpen."
Dittrich heeft gelijk als hij wijst op een rijkere traditie van
peerreview en scherpte in wetenschappelijke toetsingen vanuit met
name het onderzoek, zegt zij. "Dat is vooral ook een traditie van
het naar binnen halen van kritiek van buiten. Daardoor is er minder
de neiging tot het hanteren van het non-interventiebeginsel, dat
weleens heerst in het onderwijs. Men denkt dan: 'we zijn allemaal
gelijk als docenten, dus we gaan ons dan ook niet bemoeien met hoe
een ander het doet.' Voor ons als HvA is de omgang met zo'n cultuur
en traditie van academische kritiek zoals bij de UvA daarom heel
zinvol."
Het koesteren van een kwaliteitscultuur -in de woorden van
Dittrich- is voor haar een centrale gedachte voor de toekomst. "Wij
zien dat binnen de hogeschool bij de inzet van heel veel mensen
voor het verkiezen van de docent van het jaar. Dat enthousiasme
wekken, dat hoort daar bij. Op die manier de docenten ook deel van
het excellentietraject te maken spreekt mij heel erg aan. Meer in
elk geval dan het idee van de Onderwijsraad om de beste 5% meer
salaris te gaan geven. Toen ik dacht las, dacht ik: 'daar gaan we
weer met het sturen op geld.' En ik zwijg maar van het voorstel van
de PVV om elk jaar 'de slechtste 5% te ontslaan'."
Grote zorg bij OCW-beleid
Bij de discussie over de toekomst van het hoger onderwijs had
Bussemaker tegen deze achtergrond "één grote zorg." Zij betwijfelt
of het idee van 'HBO-examens' op 'kernvakken' een haalbare voorzet
van OCW is.
"Je ziet nu al dat men dat wel heel moeilijk vindt om dat helder
de definiëren. De staatssecretaris lijkt dat zelf wel te beseffen
inmiddels. We moeten dit onderwerp met elkaar dus heel goed
doordenken en dan de goede conclusies trekken over wat je dan wel
of niet kunt invoeren. Het HBO moet door zoiets niet als het ware
buiten het hoger onderwijs gaan vallen. HBO en WO moeten daarbinnen
echt bijeen blijven, met hun heldere en inhoudelijke verschillen in
profiel."
De crux van een succesvol hoger onderwijs is en blijft niettemin
het welslagen van de studenten in de ontplooiing van hun talenten.
Als minister zal Bussemaker kunnen voortbouwen op haar ervaringen
en opvattingen op dit terrein. In een reflectie op een nieuwe
Europese studie en vergelijking zei zij hierover tegen
ScienceGuide met een grijns: "Als je studiesucces wilt
verhogen moet je alleen nog maar meisjes aannemen."
"Mam, je bent ook beetje dom"
"Als je kijkt naar de verklarende factoren voor studiesucces zie
je dat sekse daarbij met stip op 1 staat. Dat verklaart denk ik ook
voor een deel het succes van de zorgopleidingen van de HvA. Veel
meisjes." Opvallend element blijft voor de grote diversiteit die
zij zeker op haar grootste hogeschool van Nederland aantrof.
"Diversiteit in achtergrond, diversiteit in leeftijd, we hebben
studenten van boven de 30 en studenten van net 17. Studenten uit
Amsterdam, maar bijvoorbeeld ook uit Nibbikswoud of Hoorn. En die
wonen dan dus ook nog thuis."
"Wat me opvalt is dat studenten tegenwoordig ontzettend
multitasken. We moeten alleen heel erg oppassen met denken dat ze
daardoor dus helemaal geen houvast meer nodig hebben." Studenten
die net van de middelbare school op de HvA belanden, moeten
absoluut nog bij de hand worden genomen, vindt Bussemaker. Daar
doet het feit dat ze beter dan hun ouders in staat zijn om te gaan
met de nieuwe technieken van vandaag niets aan af.
"Mijn dochter van 10 heeft me binnen 2 seconden uitgelegd wat er
mis is, als ik even niet snap hoe mijn iPad werkt. Ze zei laatst
tegen me: "Mam, je bent wel intelligent, maar ook een beetje dom".
Ik heb er best lang over na moeten denken wat ze daar mee bedoelde,
maar ik denk dat ik het snap."
Bussemakers tip aan nieuwe minister
In dialoog met de ASVA en ScienceGuide gaf rector
Bussemaker de nieuwe Minister van OCW alvast een tip mee. De vraag
was toch vooral: 'hoe kan zo'n bewindsman studiesucces en een
excellente studiecultuur echt op de agenda zetten?
Dit was haar antwoord: "We zijn nu druk met prestatieafspraken
bezig. Waar ik bang voor ben is, dat deze gaan leiden - onbedoeld -
tot heel veel nieuwe bureaucratie. Tegelijkertijd komt de inspectie
niet genoeg in de klas, men leeft in een papieren werkelijkheid. Ik
zou de volgende minister daarom zeggen: weet dat excelleren geld
kost en zorg voor een zo goed mogelijke aansluiting met de
arbeidsmarkt."