• A
  • A
  • HO snoeit in aanbod

    - Universiteiten en hogescholen pakken hun ‘portfolio’ aan. “De nood een deugd maken”, zegt Doekle Terpstra. Alom snijden zij in opleidingen, duwen ze in nieuwe clusters. Die moeten voor duidelijke identiteit en profiel zorgen. Schaalverkleining wordt feitelijk schaalvergroting, met grote gevolgen.

    Door toeval leek het, dat de Rotterdamse ROC’s Zadkine en Albeda de primeur hadden. Zij gaan samen – en groter – verder om kleinere eenheden van opleidingen aan te bieden. Het deed denken aan een terugkeer van ambachtsscholen en vele media sprongen op dat ‘nieuws’.

    Saneren en herschikken

    Inholland-voorman Doekle Terpstra sprong behendig mee. Hij lanceerde zijn herschikking in de hogeschool als een variant van de Rotterdamse MBO-aanpak. Dat zette zijn HBO-ingreep in een positief daglicht en gaf Inholland een gunstig, daadkrachtig beeld.

    Er is in HBO en WO alleen veel meer aan de hand. Elke universiteit en hogeschool is bezig haar ‘portfolio’ van opleidingen te saneren en te herschikken. Vaak maakt men de opleidingen breder en groter, terwijl het als schaalverkleining en ‘menselijke maat’ gepresenteerd wordt. Ook verdwijnen hele delen van het onderwijs om het portfolio overzichtelijk en rendabel te maken.

    Het rapport van Job Cohen over de geesteswetenschappen liet enkele jaren geleden al zien, dat de universiteiten in deze sector een sterk versplinterd geheel aan opleidingen en varianten aanboden. Onoverzichtelijk, duur en verwarrend voor de buitenwereld was wat hier gegroeid was en het zorgde ook niet voor duidelijk en aantrekkelijk aanbod voor jonge talenten. 

    Chinese menukaart

    Die analyse is niet heel anders dan wat Doekle Terpstra over het HBO beschrijft als “een enorm verstrooid onderwijsaanbod.” De toenmalig President van de KNAW, Frits van Oostrom, vergeleek dit zelfs ooit met de beduimelde chaos van de menukaart van een Chinees-Indisch restaurant. Onder druk van de ‘prestatieafspraken’ en de monitoring door de Review Commissie wordt die kaart nu drastisch herschreven. Die nood maakt de deugd die Terpstra daarbij voor mogelijk houdt.

    Het drastisch herzien en snijden is in heel het HBO en WO nu aan de orde. Zo gaan de deeltijdopleidingen in bijna heel het HBO op de schop. In zijn strategie-nota ‘Focus’ laat Ron Bormans van de Hogeschool Rotterdam zien, dat hij op dit punt fors gaat saneren. De voltijdse bachelor is waar het om draait, al het andere staat volstrekt ter discussie.

    Dat is ook bij Inholland aan de orde, zo verneemt ScienceGuide. Alleen deeltijdopleidingen die via de ‘commerciële tak’ van de Inholland Academy verder zouden kunnen, hebben een kleine kans op overleven. “We willen niet meer afgerekend worden op de kwantiteit, het groeien om de groei,” zegt Terpstra en die houding geeft ook de ruimte om dit soort sanerende ingrepen te doen.

    Samenwerken bij sanering

    Zulke saneringen en herschikkingen worden trouwens evenzeer bij de voltijdse opleidingen voorbereid, zowel in het WO als het HBO. Wat bij de talen gebeurt bij de universiteiten past in dit patroon. Daar grijpen de CvB’s zo fors in, dat Frits van Oostrom hen oproept niet te wild en ongeordend te werk te gaan.

    Hij raad aan dat de colleges hun saneringen veel slimmer en sneller op elkaar afstemmen, net als bij veel situaties in het HBO feitelijk al gebeurt. Zo’n afstemming past bij de aanpak die men bij de hogescholen tegenwoordig duidt als “samenwerken is het nieuwe concurreren.”

    Dat soort ‘samenwerking bij sanering’ komt overal van de grond. In Amsterdam pogen de twee universiteiten hun bèta-opleidingen samen te voegen en meteen te herschikken onder de vlag van de Amsterdam Academic Alliance. De Review Commissie liet al blijken, dat dit proces haar lang niet stevig en ‘up tempo’ genoeg zou geschieden. UvA en VU kregen een duidelijk signaal, dat zij deze AAA snel en concreet moesten waarmaken, wilden zij daar extra geld tegenover zien.

    Strakker portfolio

    Vergelijkbare ontwikkelingen staan Erasmus, Delft en Leiden te wachten, evenals Utrecht en Eindhoven. Hun strategische allianties zullen concrete herschikkingen en samenvoegingen moeten gaan opleveren. Alleen zo zullen zij onderzoekzwaartepunten kunnen waarmaken en vooral een helderder, strakker portfolio van hun beste opleidingen. Als dat een Chinese menukaart blijft, zal immers niemand de strategische waarde van zulke allianties voor waar willen aannemen, om te beginnen de Review Commissie niet. Het is geen toeval, dat Delft-voorzitter Van den Berg nu met concrete initiatieven rond het opleidingsportfolio komt om die waarde te onderstrepen.

    Het HBO gaat daarbij grotere eenheden vormen rond de kernprofessies en brengt dit als schaalverkleining. “Breed beginnen en verdiepend eindigen” noemt Terpstra deze benadering vanuit het perspectief van de student. Wil dat lukken moet men veel kleine varianten van opleidingen bundelen tot relatief grote domeinen met een eigen, samenhangende identiteit. Zo wil Inholland van een baaierd aan HEO-opleidingen terug naar twee hoofdstromen en in de techniek naar minder dan tien.

    Tussen de hogescholen is in dit verband dan ook een intensief proces van uitruilen en samenvoegen van delen van hun verschillende portfolio’s in gang gezet. De vraag ‘bij wie past wat en waarom’ komt centraal te staan als samenwerken inderdaad het nieuwe concurreren wordt. De Hogeschool Leiden laat daarom haar Pabo in Rotterdam zichzelf omvormen tot de nieuwe Thomas More hogeschool en de Haagse Hogeschool neemt technische informatica van Inholland in Delft onder haar hoede. 

    Een ambitieus voorbeeld van deze benadering vormt de Educatieve Alliantie. Hierin gaan Windesheim, de Ipabo en Inholland hun lerarenopleidingen bijeen brengen en concentreren, onder meer in Amsterdam. Zo kunnen zij via schaalvergroting binnen een inhoudelijk samenhangend domein het profiel van de Pabo en tweede graads opleidingen veel scherper maken en de kritische massa van deze opleidingen versterken. Met de VU gaan zij bovendien de onderzoekstaken van hun lectoraten op dit gebied meer substantie geven.

    Centres of Expertise voor profiel

    Net als in het WO bij talen en bèta ontstaan zo grotere, meer samenhangende eenheden, waar een stevige onderzoekpoot aan gekoppeld kan worden. Binnen het HBO zullen de Centres of Expertise deze nadrukkelijk gaan sturen. Juist deze nieuwe centra zullen de topopleidingen en opdrachten ‘bovenop de bachelor’ vorm en inhoud gaan geven. Daarmee zullen zij het inhoudelijk profiel van heel de hogeschool richting gaan geven.

    Drie voorbeelden laten dit inmiddels al concreet zien. Het accent bij Saxion op High Tech in de ontwikkeling van de techniekopleidingen werkt diep door. Niet alleen leidt dit tot samenwerking met de UTwente rond het Science Park, maar met het Centre of Expertise rond de High Tech ontstaan ook nieuwe bundelingen van opleidingen, die eigen ‘campus-aanbod’ gaan vormen.

    In Rotterdam kiest de hogeschool voor twee grote thema’s via zulke Centres of Expertise:  de haven als kenniscentrum en de ingrijpende sociale stadsontwikkeling in het project ‘op Zuid’. De hogeschool richt zich er nu op, dat eigenlijk elke opleiding op die manier verbonden is met de grootstedelijke ontwikkeling en uitdagingen van de urbane omgeving van dat onderwijsaanbod.

    Ook in het noorden van Nederland spelen de Centres of Expertise een sterke rol in de koers van de hogescholen. Het Centre of Expertise Healthy Ageing, getrokken door de Hanzehogeschool, grijpt nu al in de afstemming van het onderwijsaanbod door de betrokken hogescholen Stenden, NHL en Van Hall Larenstein en ook rond het thema Renewable Energy zijn zulke ontwikkelingen in het onderwijsaanbod merkbaar.

    Geen Amarantis

    Deze ingrijpende sanering en nieuwe oriëntaties van het ‘portfolio’ van WO en HBO opleidingen strekt dan ook veel verder dan wat in het MBO gebeurt. Toch is het geen toeval dat OCW, op basis van het regeerakkoord, ook voor het MBO tot echte prestatieafspraken wil komen. Ook daar moet zo’n heroriëntatie doorgevoerd gaan worden, desnoods dwars door bestaand aanbod heen. Dát hadden Zadkine en Albeda in elk geval wel scherp gezien bij hun aanpak, die daar in feite preventief op vooruit is gaan lopen.

    Eén misverstand wil men in het HBO in elk geval wegnemen, zo wordt tegen ScienceGuide nadrukkelijk gezegd. Deze lange termijn aanpak is niet geïnspireerd door de casus Amarantis. De sanering aldaar was niet ingegeven door strategische profielkeuzes rond het portfolio of inhoudelijke zwaartepunten.

    Fontys-voorzitter Marcel Wintels kon als troubleshooter bij Amarantis maar één ding doen: redden wat er te redden was. Hij probeerde daarbij ROC’s en gemeenten in de omgeving mee te laten betalen aan de oplossing van de financiële ellende. Ook moesten er honderden mensen hun baan verliezen. Dat is niet hetzelfde wat het hoger onderwijs nu aan strategische keuzes aan het maken is, onderstrepen collega’s van Wintels in het HBO.