• A
  • A
  • Herzie de studieloopbaanbegeleiding

    - Durven reflecteren, dat is volgens Bieke de Mol (De Haagse Hogeschool) de sleutel tot échte verbetering van het studiesucces. En dat geldt niet alleen voor studenten, maar óók voor docenten.

    De afgelopen jaren zette De Haagse Hogeschool sterk in op ‘sociale binding’ om het studiesucces te vergroten. Maar Bieke de Mol (programmadirecteur studiesucces bij De Haagse Hogeschool) is langzaam tot de conclusie gekomen dat dat niet het enige kan zijn.

    “We zijn een onderwijsinstelling, geen zorginstelling. Dat is natuurlijk een gevaarlijke uitspraak, omdat het dan net lijkt alsof sociale binding niet van belang is. Maar dat zeg ik niet: het is zowel de ‘sociale binding’ als de ‘academische binding’.”

    Die ‘academische binding’ slaat vooral op de betrokkenheid van de student bij zijn of haar leeromgeving. De Mol: “Het wordt nog een hele puzzel hoe we de academische binding kwalitatief goed vorm kunnen geven. Maar ik denk dat de boodschap moet zijn dat we de student support bieden, maar dat we ook eisen stellen aan de student.”

    Niet brainwashen

    “Wij hebben hier als motto ‘De Haagse Hogeschool zet je aan het denken’. Dat sluit heel mooi aan bij wat diversiteitsexpert Alma Clayton-Pederson hier laatst over zei: je moet de mensen niet willen brainwashen, het is belangrijk dat ze zelf gaan onderzoeken hoe ze met diversiteit omgaan. Dat is voor ons, ook in de student-docent-interactie een hele belangrijke.”

    Net als Alma Clayton vindt ook Bieke de Mol het een goed idee om diversiteit breed te definiëren, voorbij de niet-westerse allochtonen. Bieke de Mol: “In het kader van de professionalisering van docenten zullen we ook hen moeten prikkelen: hoe gaan zij om met diversiteit in de klas?”

    ‘Dat lukt me allemaal wel’

    “De Haagse Hogeschool heeft nooit gezegd dat studiesucces alleen een zaak van allochtone studenten is”, stelt De Mol. “Er is wel een kloof, de percentages van autochtone en allochtone studenten verschillen, dat moet je niet ontkennen. Maar gender-verschillen zijn er ook. En de cijfers verschillen per opleiding ook nog eens sterk. Het is complex, maar gelukkig hebben we dat door het monitoren al voor een deel in beeld.”

    Het bindend studieadvies heeft De Haagse Hogeschool voor sommige opleidingen al verhoogd van veertig naar vijftig studiepunten. De boodschap: er wordt hier iets van studenten verwacht. Dat helpt studenten volgens Bieke de Mol ook om het zelfbeeld bij te stellen van het lakse ‘dat lukt me allemaal wel’ naar ‘ik ga er stevig aan trekken’.

    Oorzaken van studie-uitval

    De relatief hoge uitval-cijfers hebben vaak met dit zelfbeeld van de studenten te maken, met het managen van verwachtingen. Maar studie-uitval kan ook het gevolg zijn van een verkeerde, of te moeilijke, studiekeuze.

    “Dat zijn heel belangrijke dingen voor ons als onderwijskundigen”, stelt De Mol. “En niet alle studie-uitval is overigens te voorkomen, maar we kunnen wel stellen dat de huidige 30% te hoog is en dat we naar een norm van bijvoorbeeld 20% willen.” En wie zich zulke doelen stelt, ontkomt er niet aan om de uitval heel precies te meten gegevens uit elkaar te trekken voor verschillende groepen studenten. “Als je dan met elkaar weet wat je er aan gedaan hebt, dan weet je dat het terecht is, als ze uitvallen.”

    Herzie de studieloopbaanbegeleiding

    “Studieloopbaanbegeleiding blijft niet goed scoren”, bekent Bieke de Mol. “Zijn wij bereid om daar eens bij stil te staan en erop te reflecteren? Durven wij te zeggen dat we onze studieloopbaanbegeleiding herzien?” De Mol denkt dat de begeleiding gediversifieerd moet worden. “Sommige studenten hebben dat gezien hun prestaties minder nodig terwijl anderen juist wel varen bij een intensievere begeleiding.”

    Alma Clayton vroeg tijdens een bijeenkomst op De Haagse Hogeschool wat excellentie eigenlijk is: goed presteren op een gestandaardiseerde test of je individuele talent tot uitdrukking brengen? Bieke de Mol: “Een excellente student is voor mij iemand die goed, kritisch en zindelijk kan denken. En als je daarvoor een acht haalt, zijn we voor mij waar we moeten zijn. Maar als je een acht haalt, omdat je een aantal definities juist uit een multiple choice toets weet te vinden…. Ik ben geneigd om te zeggen: als je een hogeschool bent die zijn studenten aan het denken wil zetten, dan moet je zulke testen niet meer massaal inzetten.”

    Echte hersenkraker

    Welke slag zouden de docenten moeten maken? Volgens De Mol gaat het om het ontwikkelen van de  ‘professionele identiteit’ bij de student. “Dan kom je terug bij Hans Siebers (Tilburg University) die stelt dat het belangrijk is dat een docent duidelijk is als het gaat om normativiteit en professionaliteit. Datgene wat professioneel van belang is dient de invalshoek te zijn bij gesprekken in de klas, niet etniciteit, niet gender, niet je seksuele identiteit an sich. Studenten moeten leren een onderscheid te maken tussen hun persoonlijke opvattingen en een professionele analyse. Dat is een lastige, een echte hersenkraker.”

    “Als concreet voorbeeld, een student ageert tegen homo’s. Dan is het aan de docent om te zeggen ‘dat kun jij wel vinden, persoonlijk, maar als professional wordt er van jou verwacht dat je met deze mensen, en andere mensen die andere opvattingen of van een ander geslacht zijn,  goed kunt samenwerken en dus respectvol weet om te gaan. Dat is jouw professionele identiteit.”

    Meningen kritisch toetsen

    “Dus als een van onze docenten, die homoseksueel is, een aanvaring heeft met een student die bijvoorbeeld vanuit zijn religieuze overtuiging problemen heeft met homoseksualiteit en daar expliciet zijn afkeuring over uit spreekt, dan moet deze docent hem prikkelen om op onderzoek uit te gaan, om hem te helpen in deze kwestie zijn professionele identiteit te ontwikkelen”, vindt De Mol.