• A
  • A
  • Beleid op goede spoor

    - Welke grote maatschappelijke vraagstukken en beleidsmakers kunnen eigenlijk niet profiteren van de negen gouden regels voor kenniscoproductie? Wilma Mansveld, Frans Weekers, duurzaamheidsbeleid, onderwijsvernieuwing, werkloosheidsbestrijding, voor elk daarvan biedt Rathenau dit handvat.

    De negen gouden regels voor kenniscoproductie:

    1. Zorg dat alle belanghebbenden vertegenwoordigd zijn in het project. De legitimiteit van de resultaten is het grootst wanneer al hun geluiden worden meegenomen. Doe daartoe een stakeholderanalyse. 

    2. Kies niet alleen deelnemers die dicht bij elkaar staan. Sociale, geografisch en cognitieve verschillen creëren spanning en vernieuwing.

    3. Kies deelnemers met invloed binnen hun eigen organisaties. Personen met invloed kunnen de resultaten met meer gewicht vertalen naar hun eigen organisatie.

    4. Gebruik vanaf het begin experts in het begeleiden van kenniscoproductie. Zoek mensen die ervaring hebben opgedaan in succesvolle kenniscoproductieprojecten.

    5. Creëer een zogeheten “beschermde ruimte” waarin deelnemende organisaties de eisen aan hun deelnemers op elkaar afstemmen. Maak afspraken over doelstellingen, besteding van financiële middelen, tijdsduur, resultaateigenaarschap, beoordelingscriteria, en beloningen.

    6. Neem voldoende tijd om helder te formuleren wat onderzocht en opgelost moet worden.Maak hierbij een verkenning van de oplossingen die de beste slaagkansen hebben.

    7. Evalueer tussentijds, zodat zichtbaar is of het project nog op het gewenste spoor zit. Dit is nodig omdat een kenniscoproductieproject niet altijd lineair van probleemdefinitie via analyse naar oplossing loopt.

    8. Werk eerst aan oplossingen op kleine schaal. Dit verlaagt de complexiteit van grote maatschappelijke vraagstukken. Oplossingen kunnen daarna dienen als voorbeeld voor oplossingen op grotere schaal.

    9. Evalueer het kenniscoproductietraject. Evaluatie van kennisproductieprojecten kan aan de hand van het rapport “Waardevol” van het Rathenau Instituut.