• A
  • A
  • Brandweer en agent

    - De minister ziet af van risicogericht toezicht door de inspectie. Zij vreest een dubbeling van verantwoordelijkheden van de NVAO en de inspectie en daarmee een overdaad aan niet meer noodzakelijke bureaucratie. “De betrokken hogescholen hebben krachtige stappen tot kwaliteitsverbetering gezet.”

    De incidenten die bleken uit de onderzoeken van de NVAO en de Inspectie naar alternatieve afstudeertrajecten in het hoger onderwijs vormden de aanleiding voor het wetsvoorstel Versterking Kwaliteitsborgen Onderwijs. De minister geeft aan dat er verbeteringen zijn doorgevoerd naar betere kwaliteitszorg.

    Wel is zij nog niet tevreden over de toets nieuwe opleiding van de NVAO, omdat die niet voldoende naar de kwaliteit kijkt. Ook wil zij zoals aangekondigd in de governance-brief een aanwijzingsbevoegdheid.  Dat blijkt uit haar beantwoording aan de Tweede Kamer naar aanleiding van het wetsvoorstel.

    Brandweer-functie

    Mede door de kritiek van de Raad van State ziet de minister af van het risicogerichte toezicht. Maar de onderwijs inspectie moet binnen de huidige mogelijkheden van de wet wel meer slagkracht krijgen en moet een meer toegespitste brandweer-functie krijgen.

    In de praktijk komt dat er als volgt uit te zien. “De toegevoegde waarde van de brandweerfunctie komt tot uiting bij een ernstig signaal of risico met een zekere uitstraling naar het gehele stelsel voor het hoger onderwijs dat het bestuur van de instelling niet blijkt te beheersen. De Inspectie kan dan een incidenteel onderzoek verrichten. Een incidenteel onderzoek kan alleen worden ingesteld naar aanleiding van externe signalen. Dat is op dit moment al zo in de wet geregeld.”

    Lot in handen van minister

    Daarnaast krijgt de minister ook een aanwijzingsbevoegdheid bij falend bestuur en toezicht van een instelling.  “De aanwijzingsbevoegdheid is in de bestuurlijke verhouding tussen overheid en instellingen een zwaar middel. De aanwijzingsbevoegdheid is niet bedoeld om misstanden te voorkomen maar om een misstand te herstellen. De minister kan ingrijpen, gebruikmakend van dit instrument, maar niet nadat er eerst een of meer andere interventiemogelijkheden zijn ingezet.

    Daarom verwacht de minister dat van deze nieuwe bevoegdheid een preventieve werking uitgaat. “Van het geheel aan interventiemogelijkheden, waarover de minister beschikt gaat een preventieve werking uit.”

    Meer bevoegdheden voor NVAO

    De minister is van mening dat de NVAO meer bevoegdheden moet krijgen. “De regering is van oordeel dat de naleving van bestaande wet- en regelgeving moet verbeteren en dat dit vraagt om een cultuuromslag bij de instellingen. Anders dan oorspronkelijk voorgesteld is de regering van mening dat de Inspectie voldoende mogelijkheden heeft binnen de huidige wet- en regelgeving. Wat betreft de bevoegdheden van de NVAO ben ik nog steeds van mening dat uitbreiding op bepaalde onderdelen noodzakelijk is.”

    Zo krijgt de NVAO de taak om de visitatiegroepen te benoemen. Voorheen keurde de NVAO deze slechts goed. De minister is nog wel bezorgd over de toets nieuwe opleiding van de NVAO. Zij is van mening dat de kwaliteitscontrole slechts een papieren controle is, omdat er feitelijk nog niets gezegd kan worden over de kwaliteit, omdat de opleiding vaak nog niet van start is gegaan.

    “De geldigheidsduur van de tno [toets nieuwe opleidingen, sic, red] blijft zes jaar. Na drie jaar wordt een tussentijdse toets ingevoerd waarbij het feitelijk verzorgde onderwijs wordt beoordeeld op het gerealiseerde (eind)niveau en de toetsing en examinering. Dat zijn ook criteria bij accreditatie. In veel gevallen kunnen die aspecten bij het verlenen van de tno nog niet worden beoordeeld, omdat er nog geen onderwijs wordt verzorgd.”

    Over opleidingen die  al wel van start zijn gegaan zegt de minister: “Voor opleidingen die al wel feitelijk onderwijs verzorgen op het moment dat de tno wordt aangevraagd, wordt de beoordeling van de opleiding op het gerealiseerde eindniveau en de toetsing en examinering meegenomen bij de reguliere tno en is er geen tussentijdse toets na drie jaar.”