• A
  • A
  • Data-snelweg dwars door zee

    - Tijdens een conferentie van onderzoeksnetwerken liet het Nederlandse SURFnet een sterk staaltje internetverbinding zien: een 100 gigabit-snelweg voor dataverkeer van Nederland naar Amerika. En dat wierp nieuw licht op de voorgenomen bezuinigingen: “Maak nou eens gebruik van SURF!”

    “Het is de eerste keer dat het over zo’n grote afstand gelukt is om een 100 gig-verbinding te maken”, vertelt Erik Huizer, technisch directeur bij SURFnet. “Zolang het een verbinding over land is, kun je het signaal gemakkelijk versterken waar dat nodig is, maar deze verbinding gaat via kabels op de bodem van de Atlantische Oceaan.”

    Het spande er nog even om: tot zondagavond bleef het onzeker of de 100 gigabit-verbinding naar Amerika echt tot stand gebracht zou worden. Maar om half elf lukt het. Op maandag 3 juni staat de computer in z’n metalen stellage flink te blazen en kunnen gigantische hoeveelheden data ineens verzonden worden.

    Trans-Atlantische partners

    De Trans-Atlantische supersnelweg wordt gebruikt voor het opzetten en uittesten van de nieuwe verbinding, de bijbehorende applicaties, resources, monitoringtechnieken en geavanceerde technologieën. Het testen gebeurt tussen maar liefst vier open exchange points, waaronder MAN LAN in New York en NetherLight in Amsterdam, en duurt minimaal twaalf maanden.

    De superverbinding is een samenwerkingsproject van 6 verschillende onderwijs- en onderzoeksnetwerken: Internet2 (onderzoeksnetwerk VS), NORDUnet (Scandinavië), ESnet (Energienetwerk VS), SURFnet, CANARIE (Canada) en GEANT (Europees onderzoeksnetwerk). De samenwerking kende wat hobbels.

    “Wij moesten bijvoorbeeld twee keer zoveel kaarten gebruiken en dus twee keer zoveel investeren. Daarover hebben we wel een robbertje gevochten met de de andere partners: als we de resultaten samen delen, moeten de investeringen ook evenwichtig verdeeld worden. Dat is ons goed gelukt, de investeringen worden nu gedeeld. De innovatie zit niet alleen in de technologie, maar ook in de nieuwe manier waarop we hierin samenwerken.”

    Wetenschap en economie

    “Voor een aantal wetenschappelijke toepassingen kun je niet uit met 10 maal 10 gigabit, maar heb je echt 100 gig nodig”, weet Erik Huizer. “Voor het dataverkeer tussen de hadron collider in Cornell (VS) en CERN (Zwitserland) bijvoorbeeld. “Een ander voorbeeld is de Square Kilometer Array, de grootste radio-telescopische antenne ter wereld. Die gaat zo’n ongelooflijke hoeveelheid data genereren en die data wil je in z’n geheel kunnen gebruiken.”

    Extra voordeel van de 100 gigabit-verbinding is dat de prijs in verhouding lager ligt dan de prijs van 10 maal 10 gigabit. “Meestal is een tien maal zwaardere verbinding maar drie tot vier keer duurder”, zegt Huizer. “In eerste instantie is het leuk voor de wetenschap, maar al snel zie je de economische voordelen ervan.”

    SURFnet is een organisatie waar mensen met ideeën de ruimte krijgen en dat heeft tot nu toe al heel wat leuke spin-offs opgeleverd. ‘Eduroam’ bijvoorbeeld, waarbij onderwijsinstellingen overal ter wereld hun wifi open stellen voor studenten en medewerkers van andere organisaties. Huizer: “Je meldt je aan met je inloggegevens van je eigen universiteit, dan wordt er een verbinding gelegd om te checken of jij werkelijk de persoon bent die je zegt te zijn.”

    Eduroam was slechts één van de vele ideeën bij SURFnet, maar ligt tegenwoordig in 90 landen. “Pas geleden hadden we 21 miljoen gebruikers in één dag online, een record”, zegt Erik Huizer met enige trots.

    Breed gedragen strategie

    Huizer: “Van de week hadden jullie een heel goede analyse op ScienceGuide, over de bezuinigingsbrief van Bussemaker. In de eerste alinea wordt onderbouwd hoe geweldig SURFnet is en verderop staat ineens dat we 50% moeten inleveren. Maar wil je als Nederland voorop blijven lopen, dan moet je blijven innoveren en dus als overheid juist durven te investeren.”

    Volgens de technisch directeur kan SURFnet juist zo goed innoveren omdat de professionals die er werken, veel vrijheid krijgen. “En we hebben een breed gedragen strategie, we zijn het eens over de richting waarin we lopen en laten het vervolgens aan ieders professionaliteit over om de beste ideeën te ontwikkelen. De fout die de meeste regeringen en de Europese Unie maken is dat ze innovatie denken te kunnen plannen.”

    Welke strategie hanteert SURFnet? Wat is het punt op de horizon? Huizer: “We gaan ervan uit dat je bij elke vorm van onderzoek die je nu doet – of dat nu taal, geschiedenis, biologie of bèta is – ICT nodig hebt. Als wij ervoor kunnen zorgen dat die ICT zo geavanceerd mogelijk is, dan kunnen alle onderzoekers hun werk op de best mogelijke manier doen.”

    Ervaring met cyber-security

    De technisch directeur vindt dat de overheid veel meer gebruik zou moeten maken van de kennis van SURFnet. “Dat gebeurt veel te weinig. Wij hebben authenticatie-protocollen geïntroduceerd die ook door DigID gebruikt worden. Alleen is DigID op dat protocol blijven zitten en wij zijn alweer tien jaar verder.”

    Ook op het gebied van cyber-security kunnen overheden en bedrijven veel van SURFnet leren, denkt Huizer. “Maak nou eens gebruik van SURFnet! We zien ze veel, die aanvallen. En we hebben veel praktijkervaring hoe je ermee om moet gaan.”