• A
  • A
  • ISO wil harder ingrijpen in MBO

    - OCW wil ‘kansloze’ MBO-studies sluiten om de aansluiting met het bedrijfsleven te verbeteren. Studenten willen harder ingrijpen. “Het ISO stelt voor om brede labels in te voeren en de macrodoelmatigheidstoets in zijn geldigheid te beperken.”

    “Het huidige hoger onderwijs is te versplinterd en geeft te veel keuze aan studenten. Er zijn recent weer eindexamens geweest en als een scholier een technisch profiel heeft gekozen, kun je als havist kiezen uit 1226 opleidingen in 55 verschillende steden en als vwo-er uit 402 opleidingen in 21 verschillende steden. Het is alsof je vraagt aan een klein kind in een enorme snoepwinkel of hij er 1 wil uitkiezen. 

    Wat het nog erger maakt, is dat werkgevers ook niet exact weten wat de verschillende opleidingen zijn. Regionaal is er vaak goed contact tussen instellingen en het bedrijfsleven zodat ze nog enigszins weet hebben van de verschillen, maar landelijk gezien valt dit tegen. Zo zal een gemiddelde Amsterdamse werkgever niet weten wat er precies geleerd wordt bij de opleiding Human Technology aan de Hanzehogeschool. 

    Brede labels

    Dit kan verbeteren door aan opleidingen brede labels toe te voegen. Bij bovengenoemd voorbeeld gaat het om een technische opleiding, die vroeger op een HTS zou worden gegeven. Uit de naamgeving valt dit echter niet af te leiden.  Doordat het voorheen een opleiding was bij een HTS was, wist de werkgever wel waarover het ongeveer ging. 

    Hetzelfde geldt voor de versplintering van ICT-opleidingen. Zo is de opleiding Game Development van de Hogeschool van Amsterdam “gewoon” een ICT-opleiding. Door het brede label ICT toe te voegen voor aan de naamgeving kunnen er veel misverstanden worden voorkomen. Hiermee ziet de afgestudeerde ICT – Game Development op zijn diploma staan waardoor een werkgever beter weet dat het om een ICT opleiding gaat en op die manier kan mogelijke werkloosheid voorkomen worden. 

    Aansluiting arbeidsmarkt

    Het probleem van de aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt wordt goed geïllustreerd als gekeken wordt naar de werkloosheidscijfers van Research Centre for Education and the Labour Market (ROA) bij afgestudeerden in het HBO. In 15 verschillende studierichtingen is het werkloosheidscijfer na 1,5 jaar nog steeds meer dan 10%. Dan wordt er binnen deze opleidingen nog niet eens gekeken naar het vinden van een baan op niveau. 

    Vooralsnog is er nauwelijks sturing vanuit de overheid op het opleidingenaanbod in het hoger onderwijs. De commissie doelmatigheid hoger onderwijs (CDHO) werkt alleen op aanvraag. Het resultaat is dat zij alleen bij de aanvraag van een nieuwe opleiding kijken of deze doelmatig is. 

    Beperking geldigheid macrodoelmatigheidstoets 

    Door de macrodoelmatigheidstoets in zijn geldigheid te beperken wordt beoogd om opleidingen te dwingen om na te denken over hoe zij afgestudeerden op de arbeidsmarkt “afleveren”. Het idee is om dan bij aanvang een opstartperiode van 10 jaar te geven en dat vanaf 10 jaar, om de 5 jaar getoetst wordt op de macrodoelmatigheid, tegelijk met de accreditatie van de NVAO. 

    Dit wordt in sectoraal verband getoetst: alle vergelijkbare opleidingen bij betreffende en andere hogescholen worden meegenomen. Het ISO stelt hierbij voor dat of de NVAO hier ook op gaat accrediteren of dat de commissie CDHO een binationale commissie (Nederlands-Vlaams) te maken. Daarmee wordt inmenging van één overheid voorkomen en de onafhankelijkheid gewaarborgd. 

    Er zijn daarbij minimaal een drietal elementen waarop getoetst wordt: de mate van toepasbaarheid van de opleiding, de arbeidsmarktperspectieven en het percentage dat een baan vindt op niveau. De mate van toepasbaarheid (“breedte”) van de opleiding doelt op competenties en denkniveau dan een specifiek beroep, bijvoorbeeld rechten leidt op voor meer dan alleen jurist. 

    Voor de arbeidsmarktperspectieven geldt de kans van het vinden van een baan, waarbij expliciet gekeken moet worden hoe deze perspectieven zich hebben ontwikkeld in de afgelopen 10/20 jaar en welke verwachting er is voor de toekomst. Bij het percentage afgestudeerden dat een baan vindt op niveau is vooral de bedoeling om te kijken of er ook daadwerkelijk op niveau wordt opgeleid. 

    De beperking van de geldigheid werkt net zoals de NVAO. Er wordt op een aantal onderdelen onvoldoende, voldoende, goed en dergelijke gegeven. Bij onvoldoendes wordt de opleiding gemaand tot verbetering. Het is niet zo dat een opleiding per direct gesloten kan worden. Dit proces is, net zoals bij de NVAO op kwaliteit, geleidelijk. Er moet wel gewerkt worden met voortschrijdende inzichten om momentopnames te voorkomen. En tot slot, moet er bij de arbeidsmarkt gekeken worden naar de internationale arbeidsmarkt. 

    Gevolgen 

    De brede labels moeten leiden tot een overzichtelijker aanbod van HBO-afgestudeerden en creëert meerwaarde voor de student. Het is hier de bedoeling dat het duidelijker wordt wat de competenties zijn van de afgestudeerden. De beperking van de geldigheid van de toets moet ertoe leiden dat opleidingen nadenken over de positie van de afgestudeerden op de arbeidsmarkt. 

    Een gewenst effect kan zijn dat er bij WO bachelors ook wordt nagedacht over de arbeidsmarktpositie en kan het dus ook leiden tot een betere positionering van de WO bachelor als startkwalificatie. De Tweede Kamer en de Minister zijn vandaag aan zet om de afgestudeerden een betere positie op de arbeidsmarkt te geven.”

    Thijs van Reekum is voorzitter van het ISO