• A
  • A
  • Mythe van bestuurbaarheid

    - “Het besturen van onderwijs is een heel indirect, onvolkomen en moeilijk beheersbaar proces. Onderwijsbestuur is geen kwestie van aan de juiste knoppen draaien,” zegt prof. Edith Hooge in haar oratie. De bestuurders zijn daarbij in een tamelijk onmogelijke spagaat beland.

    Onderwijsbestuurders zijn de afgelopen dertig jaar in de verkeerde rol gedrukt van bedrijfsleider en ondernemer. Zij kregen wel veel autonomie voor het beheer en organisatie als  de financiën en governance, maar ook de huisvestiging en HRM-beleid. Tegelijkertijd moesten zij veel ruimte inboeten bij het aansturen van de doelen, vorm en inhoud van het onderwijs. Dat stelt prof.dr. Edith Hooge in haar oratie bij de bijzondere leerstoel Multi-level governance van onderwijsorganisaties aan het Centrum voor het Bestuur van de Maatschappelijke Onderneming (CBMO) van TiasNimbas Business School, Tilburg University.

    Onvolkomen knoppen draaien

    Politiek en samenleving gaan er van uit, dat de kwaliteit van het onderwijsbestuur gevolgen heeft voor de onderwijskwaliteit. Onderwijsbestuurders worden bijvoorbeeld afgerekend op het behalen van minimum leerresultaten. Terwijl dit gaande was, werd het vertrouwen in het bestuurlijk vermogen en de integriteit van onderwijsbestuurders lager dan ooit, mede vanwege incidenten zoals bij BOOR, Amarantis, Inholland en de VU. Politiek en samenleving zoeken daarom steeds meer naar meetbare resultaten om de kwaliteit van het onderwijs te kunnen bepalen.

    Hooge stelt daar tegenover dat onderwijsorganisaties slechts  beperkt bestuurbaar zijn. Het besturen van onderwijs is een heel indirect, onvolkomen en moeilijk beheersbaar proces. Onderwijsbestuur is geen kwestie van aan de juiste knoppen draaien.

    Mythe doorprikken

    Daarom zou onderwijsbestuur moeten aansluiten bij de kennis, ervaring en inzichten van diegenen die worden bestuurd: leraren, hun leidinggevenden, leerlingen, ouders en andere lokale betrokkenen bij onderwijs. Hiertoe moet zoveel mogelijk autonomie, professionele ruimte en eigen verantwoordelijkheid bij de bestuurders van de onderwijsinstelling worden belegd.

    Door de mythe van de bestuurbare onderwijsorganisatie door te prikken, staat de weg open voor de zoektocht naar een meer realistisch en vruchtbaar perspectief op onderwijsbestuur. Hooge was hiervoor onder meer ook lector bij verschillende hogescholen en zal zich de komende jaren buigen over de vraag hoe besturing van autonomie vorm krijgt of kan krijgen in het onderwijs.