• A
  • A
  • Toch meer divers collegegeld

    - Halbe Zijlstra sprak in zijn hoofdlijnenakkoorden met HBO en WO af, dat zij collegegelddifferentiatie mochten toepassen bij excellente onderwijsvormen. Jet Bussemaker ging daar niet in mee, maar verlegt nu haar koers. Instellingen kunnen toch ruimer gaan experimenteren.

    Aanvankelijk wilde de minister vanaf 2015 laten experimenteren met collegegelddifferentiatie, maar dan alleen bij die opleidingen die van de NVAO het predicaat excellent kregen. Van deze opleidingen kon volgens de minister objectief vastgesteld worden, dat studenten meer waar voor hun geld krijgen. Zij bleef rond dit thema verder maar liever wat terughoudend, tot grote teleurstelling van de VVD. Deze wilde de lijn-Zijlstra overeind houden.

    De minister wilde eerst de invoering van het sociaal-leenstelsel afwachten en kijken wat de effecten daarvan waren op de toegankelijkheid, alvorens opleidingen de mogelijkheid te geven om bij hoge uitzondering te collegegelddifferentiatie toe te passen.  Na gesprekken met VSNU en de Vereniging Hogescholen geeft de minister hogescholen en universiteiten een dergelijke mogelijkheid nu alsnog, zij het wel onder enkele nadere voorwaarden.

    Niet ten koste van kwaliteit

    Tijdens het overleg werd namelijk duidelijk dat de universiteiten op één aspect van de prestatieafspraken nog steeds bezorgd waren:  de honourstrajecten. Vanaf 2014 is er namelijk geen geld meer vanuit ‘het aardgasfonds’ FES voor het Sirius programma. De universiteiten en hogescholen vrezen daarom in de problemen te komen bij de bekostiging van hun excellentietrajecten. Moeten zij deze in standhouden door te snijden bij de rest van hun aanbod, of moeten zij de honours en andere Siriusprojecten laten omvallen?

    De minister laat daarom nu weten dat ook zij ziet dat dit ten koste kan gaan van de kwaliteit van  opleidingen. Zij heeft daarbij de zorg dat dat “de benodigde middelen voor deze tracks onttrokken worden aan de middelen voor de ‘reguliere’ opleidingen. Dit gaat mogelijk ten koste van de kwaliteit van deze opleidingen. Het kan ook zijn dat universiteiten zich genoodzaakt zien te stoppen met het aanbieden van honours tracks.” Dit kan ook voor haar niet de bedoeling zijn.

    Bussemaker wil derhalve nu een anders ingericht differentiatie-experiment alsnog toestaan. Men mag voor zulke tracks wel gaan differentiëren bij het collegegeld. “Ik ben in het bestuurlijk overleg met de verenigingen overeen gekomen dat het collegegeld in geen geval hoger mag zijn dan tweemaal het wettelijk collegegeld.” Ook zal deelname aan het experiment alleen mogelijk zijn indien studenten voor deelname aan deze tracks - indien nodig - een beroep kunnen doen op het profileringsfonds.

    Haalbaarheid prestatieafspraken

    Uit de brief van de minister aan de Kamer wordt overigens nu ook duidelijk dat de instellingen bezorgd zijn over de financiële haalbaarheid van de prestatieafspraken, die in de hoofdlijnenakkoorden zijn opgenomen. De minister biedt hen daarom in dit verband nu meer ruimte: 

    “Ik heb met de verenigingen afgesproken dat de instellingen het moment van de midtermreview in 2014 kunnen gebruiken om aan te geven in hoeverre de veranderde (financiële en juridische) randvoorwaarden van invloed zijn op de realisatie van de in de prestatieafspraken vastgelegde ambities. Daarbij moet het gaan om randvoorwaarden die aantoonbaar belangrijk waren voor het realiseren van de ambities.”

    De minister zal de uitkomsten van die midtermreview door de Review Commissie van Van Vught inventariseren en dan in het bijzonder kijken of de eerdere uitgangspunten nog wel werken in de praktijk. “Indien uit deze inventarisatie blijkt dat bepaalde veranderde randvoorwaarden de realisatie van de prestatieafspraken belemmeren, kan dit reden zijn om de uitgangspunten voor de eindbeoordeling in 2016 te heroverwegen. Ik zal daarover na de inventarisatie, en na overleg met de verenigingen, een besluit nemen.”