• A
  • A
  • Supercomputer en psychiatrie

    - Psychiatrische aandoeningen zoals depressie, schizofrenie en bipolaire stoornis blijken sterk op elkaar te lijken, omdat dezelfde genen er een rol bij spelen. Met inzet van een supercomputer heeft VU-onderzoek dit nu vastgesteld.

    Wetenschappers van de VU hebben met internationale collega’s aangetoond dat bij verschillende psychiatrische stoornissen dezelfde genen een rol lijken te spelen. Deze kennis biedt mogelijkheden voor gerichter onderzoek naar nieuwe behandelmethodes. De wetenschappers onderzochten de genetische informatie van ruim 75.000 mensen.

    Gemeenschappelijke oorzaak

    Zoals verwacht bleken dezelfde genen een rol te spelen bij mensen met dezelfde psychiatrische aandoening. Maar tot hun verrassing zagen de wetenschappers ook sterke genetische overeenkomsten tussen mensen met verschillende psychiatrische aandoeningen.

    “Genetisch gezien lijken psychiatrische aandoeningen dus meer op elkaar dan gedacht,” zegt Danielle Posthuma, hoogleraar aan het Center for Neurogenomics and Cognitive Research van de VU. “Blijkbaar hebben ze een gemeenschappelijke biologische oorzaak, waardoor behandelmethoden die momenteel voor de ene psychiatrische aandoening worden gebruikt, mogelijk ook werken bij een andere aandoening.”

    Enorme rekenkracht

    Het onderzoek is weer een boeiend voorbeeld van de ontwikkeling van kennis door 'big data' en eScience. Het kwam tot stand door het benutten van heel veel genetsiche data. Vanwege die grote hoeveelheid onderzoeksgegevens maakten de wetenschappers gebruik van de rekenkracht van een superkrachtige computer in Nederland: de Genetic Cluster Computer. Deze computer is ontwikkeld door SURFsara, de VU en NWO.

    “Ondanks de grote impact op patiënten en hun sociale omgeving is er nog veel onbekend over het ontstaan van deze psychiatrische aandoeningen. Wanneer we eenmaal weten welke genen een rol spelen in het ontstaan van deze aandoeningen, kunnen we gerichter onderzoek doen om de biologische oorzaken van psychiatrische aandoeningen te begrijpen en vervolgens nieuwe behandelmethoden te ontwikkelen,” zegt prof. Posthuma.