• A
  • A
  • Kaart voor beurs

    - Coalitie en oppositie voeren geheim overleg over ‘hoe nu verder?’ Lelijk knelpunt is het leenstelsel, terwijl dat niet nodig zou zijn. In CDA-kring ligt een alternatief klaar, dat iedereen blij kan maken. 8000 banen extra in HBO en WO bovendien.

    VVD en PvdA willen een leenstelsel invoeren om flink geld vrij te spelen voor investeringen in onderwijs, vooral HBO en WO. Ook willen zij de collectieve bestedingen realloceren van ‘inkomenssuppleties’ - als toeslagen en studiebeurzen - naar gerichte impulsen voor de kwaliteit van publieke voorzieningen als hogeschool en universiteit.

    Grotere opbrengsten, meer banen

    “We hebben nu ook al een leenstelsel met de prestatiebeurs. Het voorstel van het kabinet is dus het afschaffen van de basisbeurs. We hebben het geld daarvoor nodig om te investeren in het vervolg op het rapport Veerman. Dat is heel belangrijk en heeft de steun van alle betrokken partijen in het hoger onderwijs. De wetgeving is daar nu op aangepast, maar het tweede deel is nog niet gerealiseerd: extra investeringen in kwaliteit.”

    Met die woorden gaf VVD’er Pieter Duisenberg glashelder aan waarom een leenstelsel nodig zou zijn. Meteen gaf hij aan waarom die keuze een suboptimale is. Een alternatieve oplossing doet hetzelfde met grotere opbrengsten, duizenden banen extra en zonder de schade van het leenstelsel in met name het HBO, waar twee derde van de studenten in ons land hun talenten ontplooien.

    CDA, VVD  en PvdA kunnen elkaar - desgewenst - vinden op een SF-hervorming die er als volgt uit zou zien en past binnen zowel het regeerakkoord als het CDA-program.

    1.)    Het leenstelsel wordt ingevoerd en de basisbeurs verdwijnt in de masterfase van WO en HBO. 

    Met deze wijziging in de WSF wordt het lenen een investering van de student in zichzelf, bij de topopleidingen, zoals de coalitie dit bepleit, evenals D66 en GroenLinks. Voor de zware, 2-jarige bèta-techniek masters is eventueel compensatie mogelijk, conform de afspraken uit het Techniekpact met HBO, WO en bedrijfsleven en de nadrukkelijke wens van de ChristenUnie. 

    Het CDA heeft een leenstelsel in de masterfase al eerder aanvaard, in het regeerakkoord en de begrotingen van Jan Kees de Jager en Marja van Bijsterveldt tijdens Rutte-I. Een dergelijke concessie nu ten opzichte van het eigen program is daarom niet onredelijk of ongegrond.

    2.)    De basisbeurs en aanvullende beurs blijven behouden voor alle geaccrediteerde voltijdse bacheloropleidingen in HBO en WO. 

    Op deze wijze wordt de toegankelijkheid van HBO en WO gegarandeerd en voorkomen dat – vooral in het HBO – de overheid de perverse prikkel geeft “harder te werken in de bijbaan bij de AH en minder in de opleiding,” zoals Ron Bormans dat beeldend formuleert.

    Het behoud van de basisbeurs maakt het ten principale mogelijk voor het CDA de SF-hervorming in den brede in zowel 2e als 1e Kamer steun te verlenen. Dat geldt ook voor de ChristenUnie en SGP, de OSF en wellicht zelfs de SP en GroenLinks. Alleen D66 is ideologisch voor een leenstelsel tout court.

    3.)    De investering in de kwaliteit van het hoger onderwijs wordt mogelijk gemaakt door het collectief contract van OCW met de vervoersbedrijven voor de OV-studentenkaart niet te verlengen. 

    De OV-kaart is een inkomenssuppletie die voor de HO-toegankelijkheid niet (meer) van wezenlijke betekenis is. Het is een collectieve subsidie geworden voor de OV-bedrijven, die niet meer past bij een HO-beleid dat is gericht op prestatiebekostiging. Wel kan het kabinet met een beperkte impuls steunen dat die bedrijven met de HO-sector (ISO, LSVb, VH, VSNU) een alternatief contract overeenkomen. 

    De jaarlijkse kosten van het contract zijn hoog. Stoppen met deze voorziening levert €800 miljoen per jaar op, direct vanaf 2014-2015. Hiervan kan OCW €100 à €150 miljoen reserveren voor een tegemoetkoming voor een alternatief OV-contract, te sluiten door het veld zelf, als dit zo’n kaart onmisbaar acht als voorziening voor de HO-kwaliteit. Dan is maatwerk mogelijk, desgewenst.

    Versobering van de OV-kaart is bij bijna alle betrokken partijen een voornemen in programma’s en regeerakkoord. Deze meer concrete invulling daarvan zou voor SP en GroenLinks eventueel tot afhaken kunnen leiden, als zij de OV-kaart principieel belangrijker acht dan de basisbeurs.

    4.)    De opbrengst van het leenstelsel in de masterfase en het nieuwe maatwerk OV-contract met het veld wordt ingezet voor extra investeringen in HBO en WO. 

    De OV-kaart levert €800 miljoen op. Het master-leenstelsel op lange termijn zo’n €150 miljoen. Een premie voor een nieuw OV-maatwerk contract met het veld kost maximaal €150 miljoen. Het prestatiegebonden deel  van de bekostiging kan dan in een klap omhoog 7% naar 20%. Een dergelijke impuls voor profilering en kwaliteit was voorzien voor een periode van bijna tien jaar en is dan nu al mogelijk in deze kabinetsperiode. 

    De in te zetten extra middelen voor kwaliteit en HO-profilering zijn hiermee een veelvoud van wat het sociaal leenstelsel conform het regeerakkoord pretendeert vrij te spelen in de komende jaren. Het kabinet Rutte-II zou op deze manier in zijn ambtstermijn al €1,6 miljard extra kunnen investeren in talent, onderzoek en de kwaliteit van HBO en WO. Dat zijn bedragen die doen herinneren aan de investeringen die Angela Merkel en Barack Obama inzetten voor hun kenniseconomie, met de bekende gevolgen voor het versneld economisch herstel.

    De gevolgen voor de werkgelegenheid zijn aanzienlijk. Een jaarlijkse extra impuls van €800 miljoen in HBO en WO levert 8000 fte op van hoog niveau en met een aanzienlijk multiplier effect.

    5.)    De studenten, hun ouders en hun opleidingen krijgen duidelijkheid en zekerheid over hun kansen op een studie. 

    Kabinet, VVD, PvdA, D66 en GroenLinks kunnen zo een wezenlijke stap naar het leenstelsel op hun conto schrijven, zonder dat hen verwijt treft de toegankelijkheid van met name het HBO te hebben opgeofferd. Een OV-voorziening wordt gehandhaafd, maar de inkomenssuppletie vanuit de collectieve uitgaven verdwijnt grotendeels.

    De door alle partijen gewenste investering in kennis, talent en kwaliteit wordt fors en in hoog tempo gerealiseerd. De gekozen route levert veel sneller veel meer op dan een leenstelsel conform het regeerakkoord. Zij geeft de werkgelegenheid een krachtige impuls en dwingt HBO en WO investeringen te richten op hun sterkste aspecten en kenmerken op basis van hun prestatieafspraken en strenge monitoring van hun realisatie door de Review Commissie HO. Het ‘verplicht stellen’ van studieleningen en hun garantie door de overheid vervalt voor de bachelorfase, hetgeen een onderschat risico voor de AAA-score van ons land wegneemt.


    Het CDA helpt een gematigde vorm van een leenstelsel doorvoeren waarbij het de kern van zijn program kan verwezenlijken: behoud van de basisbeurs, soberder OV-voorziening, forse investeringen in kennis en kunde, een maximaal accent op investeren in werkgelegenheid en groeiversterkers, een echt ‘Merkel-beleid’, kortom. 

    CU en SGP zullen een dergelijke oplossing moeiteloos steunen, zeker gelet op de studiekosten in grote reformatorische gezinnen. D66, GroenLinks en de SP zullen moeten afwegen of voor hen een niet complete verwezenlijking van hun verkiezingsprogram en de maatwerk-opzet bij de OV-kaart al voldoende redenen zijn om zich bij de PVV aan te sluiten in het ‘njet-kamp’.

    6.)    Voor de studenten is het beeld bij de doorvoering van deze SF-hervorming uiteindelijk als volgt.

    a.) De HBO-student kent in zijn bachelorfase een basisbeurs en aanvullende beurs. Zij ontvangt via de onderhandelingen van de Verenging Hogescholen (met LSVb en ISO) met de OV-bedrijven een nieuwe OV-kaart met een soberder reisvoorziening.

    De HBO-master student sluit voor deze 1-jarige opleidingen een studielening die is gegarandeerd volgens het sociaal leenstelsel.

    b.) De WO-student kent in haar bachelorfase een basisbeurs en aanvullende beurs. Hij ontvangt via de onderhandelingen van de VSNU (met LSVb en ISO) met de OV-bedrijven een nieuwe OV-kaart met een soberder reisvoorziening.

    De WO-student sluit voor de masterfase, het vierde studiejaar, een studielening die is gegarandeerd volgens het sociaal leenstelsel. De 2-jarige bèta-techniek masteropleidingen worden extra ondersteund hierbij via het Techniekpact.

    c.) De HBO- en WO-student kan via de medezeggenschap invloed uitoefenen op een veel groter deel van de financiering van de opleidingen, omdat het prestatiegebonden deel van de bekostiging fors verhoogd wordt.

    d.) De studenten kunnen zelf meeonderhandelen en beslissen over een maatwerk-opzet van een nieuwe OV-kaart.

    d.) Hun opleidingen krijgen een blijvende lange termijn impuls door de aanzienlijke extra investeringen in de profilering en kwaliteit van HBO en WO. Ook komen er enkele duizenden extra docenten, begeleiders en onderzoekers bij om hun studieprestaties te helpen verhogen.