• A
  • A
  • Alfapact slaat bruggen

    - “Een brug tussen twee kwaden.” Esther Crabbendam, één van de initiatiefnemers van het Alfapact, ziet in dit pact het antwoord op de publicatiedruk en subsidiestrijd. Bij de KNAW kwam dit op tafel in een symposium over de geesteswetenschappen. "Je had met je fikken van de doos van Pandora af moeten blijven!”

    Vrijdag 31 januari organiseerde de KNAW een symposium over de geschiedenis van de geesteswetenschappen. Aanleiding was het verschijnen van de Engelse vertaling en bijgewerkte uitgave van het boek “De vergeten wetenschappen. Een geschiedenis van de humaniora”, van Rens Bod, hoogleraar Computational & Digital Humanities aan de Universiteit van Amsterdam. Esther nam deel aan de discussie en reflecteert op de uitkomsten in een verslag dat u hieronder leest.



    “In de ochtend vond vooral discussie plaats over het werk van Bod zelf, maar ook over de vraag welke manier van wetenschap beoefenen het beste past bij de geesteswetenschappen. Is deze patroonzoekend, patroonverwerpend, of beide? Zelf vertelde Bod over de aanleiding om zijn werk te schrijven en meest belangrijk waren de vooroordelen die hij tegenkwam over de geesteswetenschappen. 

    Dit illustreerde hij met een uitspraak van Sander Bais, hoogleraar Theoretische Fysica aan de Universiteit van Amsterdam: “Wij natuurwetenschappers doen ook regelmatig aan geesteswetenschappen; we lezen immers literatuur, bezoeken musea en gaan naar concerten.”

    Hieruit blijkt volgens Bod dat er, zelfs onder wetenschappers, een totaal verkeerd beeld bestaat van wat geesteswetenschappers doen. Op de manier van Bais redenerend zou ook iedereen die een keer naar het bos gaat aan natuurwetenschappen doen, zei hij met een knipoog. 

    Het Calimero-effect

    Toch benadrukte hij dat we moeten oppassen voor het Calimero-effect. In plaats van te klagen dat de maatschappij de meerwaarde van de geesteswetenschappen vaak niet inziet, moeten geesteswetenschappers zelf beter leren uitleggen waarom zij wel degelijk belangrijk zijn.

    In zijn eigen bijdrage later op het congres gaf Bod een voorschot op wat volgens hem de toekomst is van de geesteswetenschappen, namelijk Big Humanities; alfawetenschap gebruikmakend van big data. Alle informatie die via het internet en de sociale media beschikbaar zijn kunnen door geesteswetenschappers die zich bezig houden met big data worden onderzocht. Hierbij kunnen geesteswetenschappers volgens Bod gebruik maken van zowel hun patroonzoekende als interpreterende manier van onderzoek. 

    Deze eerste vorm, het zoeken van patronen voor regelsystemen, is de vorm die nu in de digitale geesteswetenschappen al vaak wordt beoefend. Bod pleit voor een integratie van deze vorm met de hermeneutiek, de waaromvraag moet terug in de geesteswetenschap.

    Humanities 3.0

    Bod introduceert hiermee Humanities 3.0, de patroonzoekende en interpreterende alfatradities gecombineerd met digitale tools en big data. “In de nieuwe digital humanities kunnen we van patroon naar interpretatie via massale context mining aan de hand van big data.”

    Na dit gedreven verhaal over een nieuwe toekomst voor de geesteswetenschappen was het de beurt aan Frank Miedema, hoogleraar immunologie, lid van het College van Bestuur van het UMC Utrecht, maar tegenwoordig vooral bekend als mede-initiatiefnemer van Science in Transition. Hoewel Miedema meteen aangaf het boek niet te hebben gelezen, hoopte hij naar aanleiding van de oratie van Bod in 2012, genaamd ‘Het einde van de geesteswetenschappen 1.0’, toch een bètaperspectief te kunnen leveren op de discussie rondom het boek van Bod. 

    In plaats van een bètabeschouwing te geven op de vraag of de geesteswetenschappen patroonzoekend of patroonverwerpend zijn, was hij vooral gekomen om de geesteswetenschappers in de zaal te waarschuwen. “Rens Bod heeft gezegd dat het voor bèta’s makkelijker is zich te organiseren. Maar komt dat omdat we patronen zoeken, of omdat we met onze subsidies in een spel gekomen zijn waardoor we onder druk van buitenaf gedwongen worden om samen te werken?” 

    Miedema benadrukte dat het binnen de natuurwetenschappen echt niet anders is als bij de geesteswetenschappen; ook daar zijn er grote verschillen tussen disciplines, technieken, modellen en soorten mensen. Als de druk van buitenaf maar groot genoeg is kunnen die echt wel met elkaar samenwerken, ook de geesteswetenschappers. Maar moeten we dat willen?

    De waarschuwing van Miedema was vooral gebaseerd op de manier waarop Bod in zijn oratie aangaf blij te zijn met het feit, dat de geesteswetenschappen een positivistische wetenschap zijn geworden en dat ze nu ook achter de ‘grote worst’ van subsidies aan kunnen gaan.

    Gescheurde kleren 

    Miedema vraagt zich echter af of dit echt de emancipatie is die de geesteswetenschappen moeten willen. “Willen ze in het moeras terecht komen waar de beta’s volgens hem al in zijn beland? Willen ze dat de worsten uit de maatschappij de onderzoeksthema’s bepalen? Dat tijdens een congres de koffiepraatjes met stakeholders belangrijker zijn dan de inhoud van de sprekers?” 

    Science in Transition constateert dat dit allemaal uit de hand is gelopen. “Ik ben aan het front geweest en daar is het een bende. Het gaat er hard aan toe daar. Aan het front betekent de waarde van wetenschap heel iets anders. Ik kom vanaf het front met gescheurde kleren om jullie te waarschuwen. Ik hoop niet dat ik over twintig jaar terugkom om te zeggen: Rens, wat heb je nou gedaan! Je had met je fikken van de doos van Pandora af moeten blijven!”

    Bod liet het niet na om in een reactie Miedema wel wat tegengeluid te geven. Zo is bijvoorbeeld aan de UvA ‘de worst’ bij de Faculteit Natuurkunde, Wiskunde en Informatica wel een stuk groter dan bij de Faculteit der Geesteswetenschappen; waar bij de eerste zo’n 80 procent van het budget wordt gegenereerd uit onderzoeksaanvragen, is dat bij de laatste maar zo’n 20 procent.

    Toch vindt ook Bod dat geesteswetenschappers de waarschuwing van Miedema serieus moeten nemen, zeker nu woorden als publicatiedruk en subsidiestrijd door Science in Transition de laatste tijd niet meer weg te denken zijn. 

    Twee uitersten?

    Maar is dit wel de discussie die de geesteswetenschappers moeten voeren? Zijn het echt twee uitersten die niet verenigbaar zijn? Betekent een geesteswetenschappen 3.0, waarbij het onderzoek naar en de interpretatie van big data een grote rol spelen, automatisch dat geesteswetenschappers mee moeten doen aan de strijd om subsidies?

    Bieden initiatieven als het Alfapact - geïnitieerd door de ASVA studentenunie als pendant van het Techniekpact van het kabinet - een oplossing? Een brug tussen twee ‘kwaden’? Als we geesteswetenschappers uitdagen om zelf beter uit te leggen waarom zij zo belangrijk zijn, de overheid om hen te steunen en het bedrijfsleven om zich open te stellen voor de toegevoegde waarde van alfa’s, kunnen de geesteswetenschappers zichzelf hopelijk uit het moeras slepen. Zonder überhaupt naar het door Miedema zo gevreesde front te hoeven.“


    Esther Crabbendam is voorzitter van de ASVA Studentenunie en één van de initiatiefnemers van het Alfapact