• A
  • A
  • Big Data of Big Brother?

    - “Nederland is wereldkampioen databases,” zegt Maurits Martijn. “Behalve dat Nederlanders hun gordijnen nooit dicht doen, zijn ze op het internet ook ongeëvenaard goed te volgen.” Worden databases onze bazen in kennis, onderzoek en het echte leven?

    Welke rol speelt Big Data eigenlijk in steden, en wat weet ‘de stad’ eigenlijk van mij? Deze vragen stonden centraal bij de aflevering over Big Data van de Amsterdamse talkshow ‘Stadsleven’.

    Data als waterdruppels in zee

    Big data is like teenage sex: everyone talks about it, nobody really knows how to do it, everyone thinks everyone else is doing it, so everyone claims they are doing it...” Zo vatte professor Dan Ariely van Duke University het fenomeen Big Data onlangs samen. Toch wordt in steden steeds meer data verzameld om burgers te helpen én om ze in de gaten te houden. Zijn steden over enkele decennia échte smart cities, of is de toekomst Orwelliaanser?

    Volgens socioloog Richard Sennet van de London School of Economics neigt Big Data snel naar Big Brother, de totalitaire leider uit het boek 1984. “Nu gezichtsherkenningssoftware steeds meer wordt toegepast, ook in drones, kan de overheid van iedereen weten waar die is. Altijd.”

    “Big Data an sich is onleesbaar,” zegt Sennet. “Het is als waterdruppels in de zee, pas als iemand in die data gaat zoeken wordt het bruikbaar. Het idee van data is altijd ‘the more, the better’. Toch is het de hoogste tijd dat we als burgers gaan afspreken welke data verzameld mag worden, hoe lang het bewaard mag worden en wie het waarvoor mag gebruiken,” aldus Sennet.

    Wederkerig data delen

    Hoeveel verschillende instanties zoals de gemeente precies weten over een persoon blijft gissen. Inzicht krijgen in je eigen gegevens blijft moeilijk, ondervond ook Joey de Jong van de Waag Society die wilde uitzoeken in welke databases hij voorkwam. “Vooral overheidsinstanties als de gemeente en de belastingdienst geven heel weinig informatie en het duurt ook nog eens maanden.”

    Volgens Marleen Stikker van de Waag Society zou dit verholpen kunnen worden als het principe van wederkerigheid centraal komt te staan. “Als instanties verplicht met een persoon de data moeten kunnen delen die ze over hem of haar hebben zullen ze puur vanwege de kosten al veel minder gaan verzamelen en alles korter bewaren.”

    “Op zich is Open Data informatief, maar zoals Richard Sennett zegt, met de ruwe data kan je niet zoveel. Het wordt pas echt interessant als je ook toegang krijgt tot de algoritmes waarmee de data geanalyseerd wordt. Een mooi bijkomend voordeel is dat er dan ook niet meer gelogen kan worden met statistiek.”

    Toffe en niet zulke toffe dingen

    Overheden en bedrijven weten veel van burgers, misschien zelfs teveel. “We moeten als burgers een betere deal bedingen. We willen allemaal contact houden met onze vrienden, foto’s delen en leuke spelletjes spelen op internet, maar daar hoeven we niet zoveel data voor te geven. De balans is zoek. Het is wachten tot er een soort ‘Triodos Bank-achtige speler’ komt die het tegen Google en Facebook opneemt. Misschien is dat wel DuckDuckGo, een browser die niet trackt,” zegt Mark van der Net van OSCity.

    “Technologie is geweldig, je kunt er heel toffe dingen mee doen. Maar ook niet zulke toffe dingen,” zegt Rejo Zengers van Bits of Freedom. Maurits Martijn, correspondent Technologie en Surveillance bij De Correspondent is het met hem eens. “Ik heb lang getwijfeld of ik de mijns inziens beste vergelijking kon en durfde te gebruiken, maar ik heb er toch voor gekozen om het te doen. Het cliché is immers waar: een blik op het verleden leert vele lessen.”

    What if…

    “We zijn als Nederland wereldkampioen databases, het registreren van burgers zit ons in het bloed. Het Amsterdams bevolkingsregister was het toonbeeld van vooroorlogse Big Data, van iedereen werd de familie, religie en afkomst vastgelegd. Dat was een rode loper voor de nationaal socialisten in hun jodenjacht.”

    “In 1943 werd er een aanslag gepleegd op het register, maar wat zou er gebeurd zijn als de huidige surveillance technologieën toen al bestonden? Zou men nog een verzetsdaad kunnen plegen in een stad die zwermt met drones met gezichtsherkenning? Wat zou er gebeuren als je naar explosieven googled of met bekende verzetsstrijders mailt? Zou de brandweer net als in 1943 nog wel te laat kunnen komen? Ik denk niet dat de aanslag ooit had plaatsgevonden. De technologisering gaat zo ver dat verzet zinloos is geworden,” zegt Martijn.