• A
  • A
  • Duitse ingenieur voorbeeld voor docent

    - Het opleiden en aantrekken van bètatalent staat voor dezelfde uitdagingen als het leraarschap. Nederlandse leraren kunnen een hoop leren van Duitse ingenieurs. Dat bleek toen Sander Dekker met Piek Vossen en andere experts in debat ging in het Glass House.

    “Interesse voor techniek begint op een jonge leeftijd. Als ik op scholen kom zie ik dat docenten veel aandacht hebben voor cognitieve vaardigheden, maar er is minder aandacht voor technologie en wetenschap. Veel minder in ieder geval dan deze gebieden verdienen, terwijl het van groot belang is om kinderen vroeg te interesseren voor technologie. Docenten spelen hierin een sleutelrol.” 

    Met deze woorden opent Staatssecretaris Sander Dekker het rondetafelgesprek in het Glass House op de Hannover Messe over het opleiden en aantrekken van bètatalent. 

    Stel de goede vragen 

    Scholen kunnen moeilijk alleen deze cultuurverandering voor elkaar krijgen. “In Nederland is het makkelijk om als scholen met bedrijven samen te werken, maar het is veel moeilijker om een voet tussen de deur te krijgen bij universiteiten. Het lukt ons alleen bij het Amsterdam University College, een college op de Amerikaanse leest. Bij andere universiteiten is het een stuk moeilijker,” vertelt Ewald Weiss van het Calandlyceum in Amsterdam. 

    Niet als het aan Spinozist Piek Vossen van de VU ligt. “Als wetenschapper in de humanities krijg ik bijna uitsluitend studenten die niets met technologie hebben. Dat is raar want alle kinderen zijn intrinsiek geïnteresseerd in wetenschap, ze verliezen dat helaas vaak tijdens de middelbare school.” 

    Dat is jammer en onnodig want de lessen kunnen eenvoudig anders en interessanter. Het hoeft niet altijd ingewikkeld of ‘saai’ te zijn. Wetenschap komt altijd neer op goede vragen stellen, Plato deed niet anders, legt Vossen uit. “Dat is het enige dat we scholieren moeten leren op dit gebied: goede kritische vragen stellen.” 

    Duitse ingenieurs als voorbeeld 

    “Als Technasium zijn we altijd geïnteresseerd in een andere manier jongeren nieuwsgierig te maken voor techniek,” zegt Weiss. Ook buiten scholen om zijn er mogelijkheden om meer mensen voor de techniek te interesseren. In Duitsland organiseren de ingenieurs voor jonge kinderen clubs in en rond de scholen om ze zo via praktische opdrachten uit verschillende technische beroepenvelden te prikkelen. 

    Ook op latere leeftijd zorgt de Vereniging van Duitse Ingenieurs dat scholieren met een technisch profiel voor een technische studie of beroep kiezen. “Je hoort als technische scholier al echt bij de club, in de beroepsgroep van de ingenieur, en wordt door andere ingenieurs op velerlei manieren ondersteund,” zegt een bestuurslid van de VDI, de Vereniging van Duitse Ingenieurs. 

    “Er zijn veel overeenkomsten tussen het beroep van leraar en ingenieur. We hebben ze als maatschappij allebei hard nodig, maar het is ook moeilijk om de goede te vinden en deze goed op te leiden. Wat de Duitse ingenieurs doen zouden we ook kunnen toepassen binnen het Nederlandse leraarschap. We moeten die beroepen net zo aantrekkelijk maken, daarvoor is een sterke beroepsvereniging essentieel,” zegt Staatssecretaris Dekker. 

    “Om dat binnen het leraarschap voor elkaar te krijgen hebben we een nieuwe  invulling nodig van de beroepsvereniging want die is in tegenstelling tot die van andere beroepen in de afgelopen honderd jaar nauwelijks veranderd. We moeten buiten ons eigen vakgebied én grenzen kijken, bijvoorbeeld naar Duitsland,” zegt Weiss. 

    Hybride model 

    “Waarom zouden we niet naar een hybride model gaan, dat je een baan in het bedrijfsleven of de universiteit kan combineren met het leraarschap in PO en VO?”, vraagt Piek Vossen zich af. Volgens Sander Dekker lijkt het carrièrepad van een leraar nog teveel op een fuik. “Als scholen zichzelf opnieuw uitvinden en samenwerkingen aangaan om te laten zien dat het onderwijs fun is, zullen veel meer mensen kiezen voor een carrière in het onderwijs.” 

    Simon Beausaert van Maastricht University is het niet eens dat het beroep van leraar nauwelijks is veranderd in de afgelopen honderd jaar, maar pleit wel voor nieuwe mogelijkheden voor docenten buiten de traditionele carrière. “Docenten moeten altijd flexibel blijven om voor andere beroepen te kiezen, maar we moeten ze wel zo lang mogelijk voor het onderwijs te zien te behouden.”