• A
  • A
  • Bescherming tegen godslastering niet nodig

    - Het is niet nodig en niet wenselijk om burgers wettelijk te beschermen tegen belediging van hun geloof, dat stelt UvT-onderzoeker Marloes van Noorloos. De Eerste Kamer verzocht de regering na de schrapping van het verbod op godslastering om daar onderzoek naar te doen.

    Universitair docent straf(proces)recht Marloes van Noorloos van Tilburg University schreef in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie een rapport over de strafrechtelijke aanpak van belediging van geloof. Volgens Van Noorloos kan strafbaarstelling van belediging van geloof in strijd komen met de vrijheid van meningsuiting.

    De strafrechtelijke aanpak van uitlatingen over religieuze groepen staat al jaren in de belangstelling: zie bijvoorbeeld het Wildersproces en de Deense cartoonrel. In januari 2014 werd het verbod op godslastering na meer dan tachtig jaar uit het Wetboek van Strafrecht geschrapt.

    Ernstig ervaren belediging

    Daarmee werd de vraag naar de reikwijdte van andere uitingsdelicten, zoals groepsbelediging en aanzetten tot haat, discriminatie of geweld (art. 137c en 137d Wetboek van Strafrecht) nog relevanter. De Eerste Kamer verzocht de regering om te onderzoeken of ‘als ernstig ervaren belediging van burgers door belediging van hun geloof’ onder de bestaande uitingsdelicten kan vallen. Ook wilde de Kamer weten of het nodig is om burgers te beschermen tegen zulke uitlatingen en of dat niet in strijd is met de vrijheid van meningsuiting.

    Op grond van haar onderzoek concludeert Marloes van Noorloos dat belediging van geloof niet onder de huidige strafwetgeving valt en dat het strafbaar stellen van zulke uitlatingen in strijd zou kunnen komen met de vrijheid van meningsuiting. Het kabinet heeft inmiddels laten weten aan de Eerste Kamer dat aanpassing van de strafwet niet nodig is.

    In het onderzoeksrapport gaat Van Noorloos onder meer in op vragen als: kan het beledigen van een religie, een god of een profeet (‘indirecte belediging’) worden gelijkgesteld aan belediging van de aanhangers van die religie? Kunnen zulke uitlatingen strafrechtelijk worden verboden, en wat is daarbij de rol van grond- en mensenrechten zoals de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en het verbod op discriminatie?