• A
  • A
  • Geef burger stem in wetenschapsagenda

    - Vrijwel alle instanties zijn uitgenodigd mee te denken over Bussemaker’s wetenschapsagenda, maar de burger zelf, die ontbreekt. Dat merkt Marlieke Kieboom van Kennisland op. “Geef burgers een stem over wat er in de ivoren toren gebeurt.”

    “ “Het kabinet stelt met kennisinstellingen, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties een wetenschapsagenda op waar de toekomstige thema's voor de wetenschap in staan.” Dat staat in de nieuwe plannen die op Prinsjesdag werden gepresenteerd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het streven is lovenswaardig: meer maatschappelijk relevant onderzoek dat moet leiden tot meer bruikbare resultaten.

    Maar de uitwerking kan beter. Om tot echt maatschappelijk relevant onderzoek te komen moet de wetenschapsagenda ook meebepaald worden door een dwarsdoorsnede van de samenleving. Zo worden niet alleen de belangen van organisaties, maar ook de belangen van de samenleving als geheel beter vertegenwoordigd, en biedt onze wetenschapsagenda perspectief voor iedereen.

    Kennis is nog steeds macht 

    Voor alle duidelijkheid, dit is geen betoog tegen wetenschap vrij van direct maatschappelijk nut. Dit is een pleidooi waarin ik laat zien dat kennis nog steeds macht is. Zeker, er is steeds meer aandacht voor open access en valorisatie van wetenschappelijke kennis. Maar de manier waarop kennis wordt geproduceerd staat onvoldoende op het vizier. Hier geldt: wie aan de kennisknoppen zit, mag eraan draaien.

    Zo bepaalt de wetenschapper welk probleem het meest interessant is voor een onderzoeksvoorstel. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) organiseert op haar beurt een selectieproces, waarin mede-wetenschappers bepalen welke onderzoeksvoorstellen financiering krijgen. NWO heeft weer rekening te houden met budgetbepalingen vanuit bijvoorbeeld het Haagse topsectorenbeleid.

    Dit proces laat zien dat onze kennisproductie in belangrijke mate wordt bepaald door de maatschappelijke top. Voordat je politicus, wetenschapper of NWO-beleidsmedewerker bent, ben je waarschijnlijk nooit een asielzoeker in een AZC geweest, en ben je vast ook nog geen bejaarde in een verzorgingstehuis. Je positie bepaalt nog steeds in hoge mate met wie je samenwerkt, en welke vraagstukken je interesseren.

    Ten tweede laat dit proces zien dat er in die hele kennisroute, van de keuze van een onderzoeksonderwerp tot aan een artikel in een academisch tijdschrift, geen burger en zijn of haar (be)leefwereld, aan te pas hoeft te komen. De burger is wellicht hoogstens vertegenwoordigd door een maatschappelijke organisatie, die altijd eigenbelang heeft om als instituut voort te bestaan.

    Geen burger te bekennen 

    Nu lijkt in de bepaling van de toekomstige wetenschapsagenda hetzelfde aan de hand: geen burger te bekennen. De thema’s van de nationale wetenschapsagenda worden bepaald door organisaties die voor eigen parochie preken. We kunnen er daarom vrijwel zeker van zijn dat onzichtbare maatschappelijke problemen, en de mensen die hen signaleren of ervaren, niet worden vertaald in onze nationale wetenschapsagenda. Neem nou bijvoorbeeld het thema ouderenzorg. Onderzoeksgewijs staat dit thema vooral in het teken van de bezuinigingen want onze samenleving vergrijst in hoog tempo.

    Hoe ontwerpen we vervangende robots? Hoe richten we de verzorgingsstaat opnieuw in? Hoe verhoudt de Participatiewet zich tot de ‘genetwerkte oudere’? Maar als hetzelfde thema wordt benaderd vanuit de samenleving dan zouden andere vragen (bijv.: over emotionele armoede en eenzaamheid) worden gesteld, met als gevolg ander onderzoek, en andere uitkomsten. Dat liet ons experiment in Amsteldorp bijvoorbeeld duidelijk zien. 

    Hoe dan wel? 

    Ik hoor natuurlijk het tegenargument: de samenleving heeft toch niet die wijsheid om te weten wat relevant is? Ik vind dat geen reden om de samenleving dan maar niet te betrekken in onze wetenschappelijke kennisproductie. Door burgers een stem te geven over wat er in de ivoren toren gebeurt, kunnen de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek relevanter of beter worden.

    Maar ook kan er meer eigenaarschap ontstaan over de geproduceerde kennis, of minder argwaan ten opzichte van experts. Bovendien zou het recht doen aan ons democratisch bestel: er wordt veel geld uitgegeven aan onderwijs en onderzoek, dus de samenleving zou ook mee kunnen beslissen over de bestemming van deze kostenposten.

    Maar hoe doen we dat, maatschappelijk zeggenschap in de wetenschap organiseren? Een wisselende volkstribune of een academische volksraad misschien? Dat zou spannend zijn. We kunnen ook denken aan betere ondersteuning en waardering van bijvoorbeeld wetenschappers met sterke maatschappelijke antennes en nieuwe ideeën om burgers te betrekken in academisch onderzoek, zoals bijvoorbeeld Christian Bröer (UvA) met zijn initiatief ‘crowdfindings’ (zie Parool, 20 sept.).

    Het radicale idee van Willem Schinkel(Erasmus Universiteit) om NWO te hervormen tot een organisatie voor de ‘maatschappelijke programmering van onderzoek’ verdient ook uitwerking. Zo komen we daadwerkelijk tot een relevante, toegankelijke en democratische wetenschappelijke onderzoeksagenda voor de toekomst.”

    Marlieke Kieboom is onderzoeksadviseur op het gebied van maatschappelijke innovatie bij Kennisland