• A
  • A
  • Talentselectie onder druk

    - De eenzijdige beoordeling van NWO met nadruk op publicaties en onderzoeksbeurzen zet de talentselectie in Nederland onder druk, concludeert Rathenau-onderzoeker Pleun van Arensbergen. We moeten ons “niet langer blindstaren op Veni’s en Vidi’s als het vereiste bewijs van talent.”

    In haar proefschrift ‘Talent proof: Selection Processes in Research Funding and Careers, gaat Van Arensbergen uitgebreid in op de selectiecriteria die NWO hanteert bij het toekennen van onderzoeksbeurzen en de invloed van dat proces op talentontwikkeling in de wetenschap.

    Toeval grote factor

    “Samenvattend blijkt er niet één doorslaggevende factor te zijn die bepaalt of talenten binnen de wetenschap blijven of een baan daarbuiten vinden,” stelt Van Arensbergen in haar onderzoek. “Het gaat doorgaans om een opeenstapeling van voor- of nadelen die een academische loopbaan respectievelijk bevorderen of belemmeren. Toeval is hierbij een niet te onderschatten factor.”

    Van Arensbergen die in een blog op de site van Rathenau ingaat op haar onderzoek en de al langer lopende discussie over de rol van NWO, zegt dat er sprake is van ‘overwaardering’ van de NWO-beurzen. Niet de toplaag is discutabel, maar het ‘grijze gebied’ daaronder. “Daar zijn de kwaliteitsverschillen minimaal en is het onmogelijk om een volledig objectieve en rationele keuze te maken.”

    Volgens de Rathenau-onderzoekster worden in dat grijze gebied “kleine verschillen in kwaliteit door de honoreringsbeslissingen omgezet in grote verschillen in erkenning en daarmee in academische loopbaanmogelijkheden.” Dat hoeft niet zozeer te betekenen dat het selectieproces hoeft te worden aangepast, maar wel de wijze waarop betekenis wordt toegekend aan die selectie-uitkomsten. “Gezien de onzekerheden in het selectieproces zou een bescheidener symbolische waarde van deze beurzen voor verdere loopbaanmogelijkheden gepast zijn. “

    Veel aandacht voor publicaties

    Zo wordt er in het selectieproces erg veel waarde gehecht aan het aantal publicaties dat een onderzoeker al heeft, terwijl publicaties geen goed middel zijn om te differentiëren tussen talenten, zo stelt Van Arensbergen. “Die eenzijdige focus leidt tot een onderwaardering van andere belangrijke academische activiteiten en vaardigheden, zoals onderwijs, begeleiding, leiderschap, management, ondernemerschap en valorisatie.”

    Het blindstaren op Veni’s en Vidi’s als vereist bewijs van talent zorgt er volgens Van Arensbergen voor dat talentselectie op universiteiten een hele nauwe definitie kent. “Om academici te stimuleren zich verder te ontwikkelen op andere waardevolle gebieden, is het van belang hier ook expliciet waardering aan toe te kennen binnen evaluaties en beoordelingen.”