• A
  • A
  • Het is 'now or never'

    - Neelie Kroes maakte open access, eScience, open education en haar Digitale Agenda in 5 jaar tot topic nummer 1 van de EU. Bij haar afscheid kijkt ze met ScienceGuide vooruit en terug. “Een dood paard in beweging krijgen ging makkelijker, zal ik maar zeggen.”

    Neelie Kroes kreeg een eredoctoraat bij de Open Universiteit voor haar verdiensten op die terreinen van open education en digitalisering. Bij die gelegenheid sprek en kreeg ook Frits van Oostrom een dr. h.c., wat hem vervoerde tot een schitterende jubileumrede voor en op de OU. Scienceguide was daar tevens in de gelegenheid met de kersverse doctor Kroes een indringend gesrpek te voeren.

    Er was een moment, dat u moet zijn gaan beseffen, dat het thema van de digitalisering veel meer was dan een side-show, ook als Europese agenda. Wanneer was dat moment voor u? Wat dreef u juist met die portefeuille in Europa door te gaan?

    “Dat moment hing helemaal samen met de situatie in 2009. Ik was vijf jaar Commissaris Mededinging geweest en het was duidelijk dat ik geen schijn van kans zou maken, dat ik verder zou kunnen. Politiek was dat duidelijk nietwaar?”

    Het kabinet-Balkenende/Bos zou niet een VVD-kandidaat voordragen, zo waren de verhoudingen, bedoelt u?

    “Zo was het. Jose Manuel Barroso wilde mij niettemin meenemen in zijn tweede termijn als voorzitter van de Europese Commissie. Op een gegeven moment was het Jan Peter Balkenende die het aandurfde om over zijn schaduw te springen en zo kon ik door als commissaris. Toen was er wel een knelpunt. Barroso had aan de andere lidstaten - die tijdig met hun kandidaten waren gekomen -wel al portefeuilles moeten toezeggen.

    Hij had voor slechts vier posten nog niemand kunnen vinden, definitief. “Jij mag kiezen welke jou het meest aanspreekt,” zei hij en ik werd dan tevens vicevoorzitter van de Commissie. Het waren niet eens zulke slechte portefeuilles, maar ‘Digitale Agenda’ zat daar ook nog tussen. “Van dat restje is dit zonder meer de enige die echt over de toekomst gaat”, dacht ik. Mijn keus was toen snel gemaakt, die andere heb ik verder niet meer uitgebreid bekeken, eerlijk gezegd.

    Cruciaal was dat ik toen mijn team, ‘het kabinet’ kon samenstellen. Ik nam een groep mensen mee die al bij Mededinging met mij werkte, wij konden lezen en schrijven met elkaar. Maar ik kreeg de kans nieuwe mensen erbij te halen en dat moesten whizzkids zijn, mensen die met dat onderwerp van de digitale innovatie helemaal leven. Geeks, u zegt het.

    Zo ontstond er een team van ICT’ers, Europakenners en ambtenaren die enorm konden verschillen, maar een enorme verbondenheid kregen. We moesten ons met die Digitale Agenda invechten in de rest van de Commissie, in het apparaat in Brussel. Een dood paard in beweging krijgen ging makkelijker, zal ik maar zeggen.

    Nou begreep ik best, dat de rest van ‘Brussel’ zich zo opstelde. Mijn portefeuille was een horizontale, het is geen silo die één onderwerp moest beheersen. Digitalisering was bezig alles te veranderen, overal door te dringen en iedereen tot innovaties te dwingen. Die andere posten in Brussel hadden natuurlijk chefs die als stamhoofden bewaakten, dat niemand op hun grondgebied in hun club zouden binnendringen. De deuren moesten ze dicht houden.

    Voor mij was het zaak ‘haakjes’ te vinden, aanknopingspunten binnen die andere terreinen waardoor de digitalisering daar het verschil kon maken. Ik moest ze zien te verleiden hun deur op een kier te zetten.

    Toen ontdekte ik iets dat me enorm verraste. Mijn nieuwe terrein had wel 1200 ambtenaren die daar werken. Bij Mededinging was dat wel anders. Toen de Lehman-crisis uitbrak kon ik dertig extra mensen krijgen om de toestanden in de financiële sector te volgen en maatregelen te helpen nemen. In totaal had ik toen zo’n 700 mensen ter beschikking, veel minder dus, en veel van hen zaten in een soort noodlokalen ook nog.

    Die 1200 mensen bij mijn nieuwe post waren vooral bezig met R&D, zij zorgden voor een hele reeks innovatie- onderzoeksprojecten rond ICT, digitale vernieuwingen op allerlei terreinen. Europa deed op dit gebied al van alles van grote betekenis, dat nationale staten gewoon niet meer alleen tot stand kunnen brengen. Dit vond ik heel belangrijk, want als ik iets weet, dan is het dat alles begint met serieuze R&D, elke innovatie begint zo.”

    Dit gaf u die haakjes om die deuren open te krijgen?

    “Ja natuurlijk, dat was het. Ik sprak met mijn collega van de post Gezondheid, John Dalli en die moest e-Health van de grond gaan krijgen. Dat kun je immers het beste Europees, over landsgrenzen heen innoveren. Tegen hem zei ik: “Dit moeten we samen doen. Dat is een echte win-win situatie voor jou. Ik ben te oud om nog bloemen te hoeven krijgen, maar samen kunnen we dit terrein echt een grote impuls geven.”

    Eerst waren de ambtenaren natuurlijk helemaal niet blij. “Je houdt uitverkoop”, zeiden ze. Maar al snel merkten ze, dat door zo samen te gaan bij zo’n thema er geld vrijkwam en dat men in de lidstaten, bottom up dus, de nieuwe digitale projecten in e-Health en dergelijke heel graag wilde oppikken. Ziekenhuizen en gezondheidsregio’s overal in de Unie konden zo aan de slag en gingen van elkaar leren hoe die innovaties het beste zouden werken.

    Deze aanpak ging ik toen ook toepassen op andere terreinen. Bij Transport bijvoorbeeld. Dat zorgde voor veel dynamiek en nieuwe innovaties en kansen. Bij Energiebeleid deden we dit ook, maar ja, daar is het meestal nog erg veel stroop. [De Eurocommissaris Energiebeleid, Günther Oettinger, wordt in de nieuwe Commissie de opvolger van Neelie Kroes op ‘Digitale Agenda’. Naar verluidt beschouwd hij dit als een demotie en voelt zich door Merkel en Juncker in de steek gelaten. red]

    Bij de ontwikkeling van ‘smart cities’ gaan we nu ook aan de slag. Daar was recent een High Level Group uit politiek, wetenschap en bedrijfsleven over bijeen. Als spreker hadden we bijvoorbeeld Rem Koolhaas erbij. Die benadrukte nogal dat we ook hier de grote vraagstukken voorop moeten houden in de discussies en het Europees beleid. De neiging vooral eerst details te zien is steeds aanwezig en leidt alleen maar af.”

    Als u nu na tien jaar in Europa iemand zou moeten aanwijzen die voor u toch echt ‘het verschil maakte’, wie noemt u dan?

    “Ere wie ere toekomt! Dat is dan toch echt Jose Manuel Barroso. Hij was het die het aandurfde en mij met deze portefeuille en de Digitale Agenda de kansen heeft gegeven. Hij zag dat we met dit onderwerp nu grote stappen moesten gaan zetten en deed dat toch maar.”

    In de nieuwe Commissie onder leiding van Jean-Claude Juncker is uw post fors opgewaardeerd.

    “Nou, in elk geval word ik opgevolgd door drie mannen op drie portefeuilles!

    In Junckers Commissie moet een vicevoorzitter uw terrein gaan aanjagen. De nieuwe voorzitter heeft met brieven aan alle nieuwe Commissarissen de grote lijnen uitgezet van de aanpak die hij van hen komende vijf jaar verwacht. Wat is uw oordeel over die aanpak en prioriteiten?

    “Ik ben zéér voor wat hij nu doet. Ja, het is heel riskant ook, want met drie commissarissen dit trekken kan de zaak ook compliceren, dat zie ik best. Maar doorgaan zoals nu in Europa? No way! Dat gaat echt niet langer.

    Europa kan zo niet door. Met al die onbeweeglijke silo’s van de verschillende directoraten-generaal krijgen we de beweging er niet in. Plus dan de Europese Commissie zelf, waar elk land zijn privileges en lidmaatschap van blijft vasthouden. De Europese Raad heeft nu ook zware posten en dat leidt ook tot nog weer zulke silo’s.

    Geen land was bereid af te zien van een lid van de Commissie, zodat deze slanker en strakker zou kunnen opereren. Juncker moest dus wel een andere weg inslaan en koos ervoor met nieuwe vice-presidenten de zaak steviger te gaan sturen.”

    U bent zelf vicevoorzitter sinds vijf jaar. Had u doorzettingsautoriteit?

    [Ze kijkt strak voor zich uit en schudt nee]

    “De nieuwe vicepresidenten hebben nu wel een eigen ‘kabinet’, dus een staf waarmee ze hun terrein leiding kunnen geven. Ze hebben geen eigen directoraat-generaal, een apparaat dat ze moeten aansturen. Wel kunnen ze zo binnendringen in de apparaten die ‘onder hen’ vallen, waar andere commissarissen over gaan. Hoe zal dat gaan? Hoe zullen de ambtenaren daar zich gedragen? Dat ze die drie nieuwe Commissarissen tegen elkaar gaan uitspelen is niet ondenkbeeldig. Het is dus riskant, maar de nieuwe Commissarissen zijn daar zelf bij en het is echt nodig.

    Het is wel knap van Juncker hoe hij dit toch maar aanpakt. Voor de verkiezingen was het beeld van hem toch wat anders, niet zo dynamisch. Maar hij is het gaan oppakken en heeft een sterk team om zich heen verzameld. Iets anders had niet gekund, denk ik. Het is ‘now or never’ voor Europa.”

    Na tien jaar in de Europese top heeft u uw blutsen en uw successen, allebei natuurlijk. Welke daarvan moet uw opvolger zich ter harte nemen? En vooral: waarom?

    “Begin ik met die tweede, dat is minder moeilijk. Toen ik begon was er niets, nauwelijks iets aan sociale communicatie, media. Voor mijn verjaardag vlak na mijn aantreden kreeg ik van mijn zoon in Amerika een iPad, één van de allereerste die op de markt kwam. Dat leek hem in mijn nieuwe baan wel iets moois. Maar wat ik ook probeerde, er gebeurde niets.

    ‘Hij doet het niet,’ zuchtte ik en vroeg of iemand kon helpen. ‘Hij doet het wel, maar we hebben hier geen wifi.’ Geen wifi bij de eenheid Digital Agenda van Europa… ‘En we hebben er ook geen budget voor,’ werd mij gemeld. Uiteindelijk kon op de ene helft van mijn kantoor wifi komen, ‘maar u moet daar niet over praten, want anders wil iedereen aansluiting.’

    Dat is nu vijf jaar later radicaal anders. We benutten alle sociale media en kanalen, dat is zeer krachtig. Daar moeten mijn opvolgers mee doorgaan. Je kunt nooit genoeg tijd steken in de ontwikkeling van de communicatie met burgers, want we moeten transparant zijn, willen we burgers ‘meenemen’. Gebruik dus alle middelen die burgers erbij te betrekken en informeren over wat er aan de orde is.”

    En wat moeten ze niet doen wat u helaas wel deed? Welke ruzies had u achteraf liever vermeden?

    “Weet u, mijn ruzies zou ik weer doen. Ruzie maak ik als iemand verkeerd bezig is. Als iemand iets beschadigde of als ze niet goed nadachten als ze beleid gingen voeren, dan moet je dat doen.

    Ik durf te zeggen dat ik meer ‘failures’ dan successen kan noteren. Je hebt die ook nodig wil je bij successen komen. Van wat fout gaat leer je. Maak die fouten dus maar wel, zonder risico te durven lopen zul je die lessen ook niet krijgen.

    In Europa is ‘failure’ iets negatiefs, je bent mislukt als iets niet lukt. Dat is zo aardig in Amerika, hè? Daar is de cultuur anders en vragen ze juist om je ‘failures’ als je investeringen zoekt. Wie nooit iets mis zag gaan, heeft blijkbaar altijd risico’s gemeden en daar ga je niet in investeren!

    Gisteren had ik een seminar met een grote groep mensen van allerlei startups. Ik vroeg ze hoe vaak bij hen dingen niet gelukt waren en dan steken er maar een paar hun hand op. Maar vervolgens dan komen de verhalen los. Wat voor hen het meest moeilijke is? Van dat stigma afkomen, als ze met hun bedrijfje een keer de mist ingingen.”

    U heeft zich – ook onlangs bij de nieuwe Commissie Juncker – erg ingezet om meer vrouwen aan de top te krijgen. In Nederland loopt dat ook niet zo hard. Minister Bussemaker heeft het daar een beetje mee gehad, zo laat zij merken. Het bedrijfsleven levert niet, komt beloften niet na. Verandert dat nu niet, zal zij quota invoeren, legt zij nu op tafel. Wat vindt u?

    “Ik sta achter Jet Bussemaker! Ze heeft volstrekt gelijk, helemaal. Als ze niet ‘leveren’ dan hoor je allemaal van die excuses als ‘we kunnen ze niet vinden’. Laat dan wat aan je ogen doen, zeg ik dan. Er zijn genoeg vrouwen voor elke functie, ook in de top.

    Ik zeg ook iets tegen vrouwen: ga serieus in op kansen, op sollicitaties. Te vaak hoor ik dat vrouwen alleen voor een functie bereid zijn zich te melden, als ze vooraf zeker zijn, dat ze die ook zullen krijgen. Ze schrikken terug voor de kans dat ze in de procedure niet krijgen wat ze willen. Dat hoor je een man nou zelden zeggen, hè? ‘Ik ben er nog niet aan toe, denk ik’ of zoiets, nee hoor, een man legt zijn kaarten op tafel en neemt dat risico dat het niks wordt.

    Vrouwen moeten gewoon durven, hun nek uitsteken. Risico’s nemen mag, het moet. ‘Failure’ is geen schande, je leert er van.”