• A
  • A
  • Weltmeister der Erinnerung

    - “Midden in onze worsteling met een gruwelijk verleden viel de Muur. Vanaf dat moment moesten we Duitsers samen twee dictaturen ‘bewältigen’, “ zegt Heineken Prijs laureaat Aleida Assmann. De grote historica van ‘het herinneren’ vertelt over de DDR, burgerman Adenauer en ‘vergeten kunnen’.

    “Heel eerlijk, ik kende de prijs niet en ook de heer Heineken niet. Een Duitse geschiedkundige die geen bier drinkt, ik weet het, het is niet zeer gebruikelijk.”

    Aleida Assmann kreeg de Heineken Prijs van de KNAW niettemin voor haar rijke werk aan de geschiedschrijving van hoe landen en volkeren hun verleden zien, herinneren en ermee leren omgaan. Die blik en herinnering zeggen altijd veel over het zelfbeeld en de tijd waarin een land zich buigt over zijn verleden. Of zich juist niet buigt daarover, maar beschaamd of ‘in denial’ zich afwendt ervan.

    Aus dem Häuschen

    Nu ’25 Jahre Mauerfall’ het grote, nationale thema in Duitsland is – en van elke Europeaan die beseft dat die gebeurtenis heel ons werelddeel en de Unie nadien veranderde – is een gesprek met deze geleerde actueler dan ooit.

    “Hans Clevers belde mij en ik dacht: ‘oh ze willen me vragen voor weer een Europese evaluatiecommissie van een wetenschapsgebied’. Dat is in onze tijd immers een gebruikelijke en goede praktijk geworden. Maar nee, vertelde hij me, het ging om iets heel anders. De Heineken Prijs. U mag best weten, ‘ich war völlig aus dem Häuschen’ , verbluft.”

    “Zo’n erkenning van je vakgenoten, van uw Akademie, van een buurland, dat doet je echt iets. Mijn vakgebied is heel lang toch gezien als iets wat ‘serieuze historici’ niet deden. ‘Memory history’ was modieus, journalistiek bijna, iets voor ‘das Feuilleton’, de cultuur- en opiniebijlagen van kranten.”

    “We wilden in Duitsland ook niet te veel herinneren of herinnerd worden aan de herinnering. Al die zwarte bladzijden… De toekomst, daar had je wat aan. Dit denken is ook beïnvloed door de enorme impact van de Amerikaanse cultuur na 1945 in West-Europa. Die kijkt vol optimisme, pioniersgeest, innovatiedrift naar de toekomst. Dat heeft toch heel veel moois, aantrekkelijks.”

    Het concept ‘Toekomst’

    “Met de jongere generaties van na 1945 werd dit wel anders. Die gingen vragen stellen. Zij vonden dat ‘niet-herinneren’ en toekomstoptimisme ‘beliebig’, te simpel en oppervlakkig. Het ‘Konzept der Zukunft’ is in de jaren zeventig volledig gekanteld. We beseften dat we juist moesten zorgen dat we zo’n toekomst nog zouden over houden. Dat betekende de aarde, de natuur en het leven koesteren, maar ook wat het verleden ons meegaf. Milieubesef en geschiedenisbesef horen hier cultuurhistorisch bij elkaar.

    “Duitsland werd het land van herinnering, ‘Weltmeister der Erinnerung’. Dat mondde uit in een soort German Model waarmee wij anderen in de wereld konden bijbrengen hoe diepzinnig en blijvend te rouwen en herinneren. Dat werd al snel weer een beetje arrogant, onbedoeld.” 

    Rivaal in onderdrukking

    “Middenin die ontwikkeling ‘valt de Muur’. De explosie van herinneringen aan de Nazi-tijd wordt ineens minder relevant. Er was een rivaal in onderdrukking aanwezig, de DDR. We hadden twee dictaturen te ‘bewältigen’ vanaf dat moment.”

    “Hoe vreselijk gevoelig dit allemaal was en is, dat ziet u aan de datum die wij herdenken en vieren. De Muur viel op 9 november en die datum is zó beladen door de ‘Kristallnacht’ van 1938. Vieringen van onze eenheid en vrijheid zijn dan veel te heikel. Je zou bijna ‘ein Spielverderber’ zijn als je die dag tot een nationale feestdag zou uitroepen.”

    “Daar komt bij dat de 9e november is het westelijk deel van Duitsland helemaal niet als zo’n cesuur in de historie is beleefd. Men ziet de ‘Wiedervereinigung’ daar toch nuchterder. De DDR was volstrekt mislukt, bankroet en “marode im Umwelt, historische Bauten und Städte auch.” Men heeft het omvallen van de SED-dictatuur niet als een hereniging, een échte, beleefd.”

    “President Roman Herzog kwam daarop in 1996 met het idee 27 januari tot een officiële gedenkdag van de Jodenvervolging te maken. In 1997 werd dit doorgevoerd en op een grote conferentie in 2000 in Stockholm zelfs tot de wereldwijde gedenkdag bepaald.”

    Mastering the past

    “Waarom die dag? Die dag bevrijdde het Rode Leger in 1945 het vernietigingskamp Auschwitz. Dit werd in de DDR noch Rusland overigens gevierd als dag van bevrijding en herinnering. Hier is dus een nieuw, eigentijds cultureel kader geschapen om tot een rituele plicht tot herinneren te komen, ook ver buiten Duitsland. Zoiets was voor 1989 ondenkbaar geweest.”

    “Het leren omgaan met verleden, geschiedenis en de betekenis van herinneren én vergeten is dus ‘hochpolitisch’. Het is dan ook meer dan ironisch dat de term ‘Vergangenheitsbewältigung’ bij ons zowat een taboewoord is geworden. Het is natuurlijk een begrip waar veel in schuilt. De Engelse vertaling ‘mastering the past’ zegt al veel. Je wilt dat verleden meester worden en blijven, je wilt de controle herwinnen op wat vroeger ‘is’ en ‘was’. Wat mag ‘vroeger’ nog zijn? Wie bepaalt dat?”

    “‘Bewältigung’ daar schuilt het werkwoord ‘walten’ in, een zwaar woord. “Verwaltung’ is immers een formele term voor ‘overheid’, voor het sturen met autoriteit en machtsmiddelen. ‘Gewalt’ heeft diezelfde bron in ‘walten’. ‘Schalten und walten’ is een mooie Duitse uitdrukking voor sturen en manipuleren, inderdaad.”

    “Ik zet naast dat taboewoord daarom voor onze generaties het begrip ‘Vergangenheitsbewahrung’. Je kunt immers niets ‘bewältigen’, niets meester worden in zoiets onzegbaars als de Holocaust. Dat is ons helder geworden door de Historikerstreit in ons land in de jaren tachtig. Het bleek vruchteloos om bijvoorbeeld Hitler tegen Stalin of Mao weg te strepen. ‘Bewahrung’ is het eraan werken dat de herinnering ‘waar blijft’ en zo het vergeten niet machtiger wordt.”

    Gründungsmythos Europa’s

    “Daarom dat cultureel kader voor rituelen van nu voor het herinneren. Zeker nu de ‘letzte Zeugen’ sterven, zul je zien dat dit kader zich moet vinden. De herdenkingen van ‘Sarajevo 1914’ en de Eerste Wereldoorlog in deze maanden zijn hierin een boeiend fenomeen.”

    “Deze ‘Bewahrung’ maakt de omgang met de Holocaust tevens de ‘Gründungsmythos Europa’s’. We zouden nooit eenheid en verzoening hebben bereikt – zie wat gebeurde in 1918-19 bij het verdrag van Versailles – zonder dat we moesten leren omgaan met de ongekende vernietiging en wreedheid van de Holocaust. Europa was nadien niet meer dezelfde, als het ware.”

    “In Oost-Europa is dat soms nog best lastig om door te laten dringen. Daar wil men juist nu eerst het tijdens de Sovjet-overheersing  onderdrukte nationale gevoel en verleden laten herleven en voelt men zich eerder slachtoffer dan medeschulddrager.”

    De Nijl in California

    “Met zulke ‘Bewahrung’ ontstaat ook een vorm van geconstrueerde traditie, invented genealogy van het heden. Dat komt veel meer voor dan we beseffen. Wat dacht u van de Jamaicanen die zich beroepen op een identiteit als Ethiopiërs uit de tijd van koning Salomo? Mijn man is Egyptoloog en raakte bekend met een Californische collega die zich het lezen en schrijven van hiërogliefen had bijgebracht. Hij zag als zwarte Amerikaan in de cultuur en godsdienst van het oude Egypte de wortels van de zwarte cultuur, een grootser begin dus dan de herinnering aan de slavernij ooit kon zijn in Amerika.”

    “Hij heeft zelfs een eigen Egyptische religie opgericht waarin Afro-Amerikanen kunnen geloven in normen van gerechtvaardigdheid en respect die zij zo van hun voorouders aan de Nijl zouden hebben meegekregen. Invented tradition hangt bijna altijd samen met een verzonnen afstamming.”

    “Met zo’n blik naar de DDR en de Bondsrepubliek kijken kan erg leerzaam zijn. Ook vandaag weer. Zo is het in ons land een taboe geworden om te zeggen, dat er twee dictaturen zijn geweest in de 20e eeuw in Duitsland. In handboeken en schoolboeken geschiedenis wordt zelfs geteld hoeveel bladzijden aan de ene onderdrukking en aan de andere zijn gewijd!”

    Mann wurde geschoben

    “Onder mijn vakgenoten is het debat hierover fel en emotioneel soms. Natuurlijk was de DDR iets anders dan het Nazi-bewind. Het was een Wohlfühl-Diktatur. Een regime waarin niemand iets hoefde ‘te doen’. Alles was geregeld door de staat, alles was ook ‘gratis’ voor de gewone man. Inspanning hoefde niet, “mann wurde geschoben.” Alles was dus gericht op ‘niet teveel doen of opvallen’.”

    “Deze mediocriteit van alles en iedereen had voor veel mensen iets comfortabels, iets geruststellends zelfs. Die leek de gruwelijkheden af te zwakken, gruwelijkheden die er wel degelijk waren, het regime was genadeloos. De strafkampen, verbanning naar Sibirië, de doodstraf, het doodschieten wie over de grens wilde vluchten, dat alles was waar.”

    “De uitspraak van onderwijsminister Johanna Wanka, een Oostduitse academica net als de Kanzlerin, onlangs in Der Spiegel is daarom ook zo midden in de roos. Op de vraag ‘was de DDR een dictatuur, ervoer u dat ook zo?’ zegt ze: “Maar natuurlijk. De DDR was een dictatuur en dat zei ze zelf ook. In elk boek voor staatsonderricht stond toch ‘die DDR ist eine Diktatur des Proletariats’?“ Men ging er prat op. Maar door dat mediocere, die Wohlfühl-kant van de sociale eenvormigheid is er in de Länder die vroeger in de DDR lagen zoiets als ‘Ostalgie’ mogelijk geworden. Zo’n gevoel heeft elders nimmer bestaan, zo’n terugverlangen naar de Nazi-heerschappij.”

    “Onder mijn vakgenoten heeft historicus Bernd Faulenbach de formule gevonden waarmee iedereen nu door een deur kan. Zijn compromis is werkelijk heel knap. Hij zegt dat we moeten erkennen dat er twee dictaturen waren. Maar de wandaden van de DDR mogen de Holocaust niet relativeren. De Nazi-tijd moet de DDR-dictatuur evenmin trivialiseren.”

    “Kortom, je mag die twee niet “gleichsetzen” maar wel als onderdrukkingsregime erkennen. Elk ervan moet in historisch opzicht tot zijn recht komen in zijn karakter als dictatuur en onderdrukking van mensen.“

    Unheroische Anpassung

    “Dat is nu 25 jaar na de Mauerfall van grote betekenis. De slachtoffers van de DDR, van het stalinisme voelen zich door die trivialisering van hun onrecht diep geschonden. Er leven hierover in Duitsland ressentimenten, aan beide kanten van de ‘Ostalgie’ . Tegelijk moet je ook leren erkennen, dat het leven in de dictatuur heel veel ‘unheroische Anpassung’ kent. En ook dat de kleine, onbeduidende stukjes tegendraads gedrag van mensen een bron van verzet zijn tegen hun onderdrukking.”

    “Hieronder zit een zeer diep verschil tussen de DDR en de Bondsrepubliek, dat geen Westduitser ooit zal kunnen begrijpen. De DDR zag zichzelf als een heroïsch project, het was een “Heldenstaat”. Zij was immers opgericht door de allerdapperste verzetsstrijders, de communisten die ondergronds hadden gestreden tegen Hitler. In realiteit had Stalins leger de in Moskou gevestigde partijtop van de KPD meegenomen en aan de macht geholpen in de Sovjet-bezettingszone. Juist door die heroïek van de ‘Gründungsmythos’ van de DDR stak die middelmatigheid en karigheid van de werkelijkheid daar zo af tegen het officiële imago en tegen de propagandaleuzen.”

    “De Bondsrepubliek was precies het omgekeerde. Zij kon geen heroïsche gemeenschap zijn. Het was een ‘Neubeginn’ na een ‘Stunde Null’ van nederlaag, verwoesting, volkerenmoord en de verdrijving van miljoenen burgers van huis en haard. Men wilde een staat waarin men met  rust gelaten werd, vergeten kon wat er aan ellende was gepasseerd en Wiedergutmachen het parool was. Heroïek was uit, was zelfs verdacht.”

    “Dat zag je bijvoorbeeld heel mooi in de persoon van Konrad Adenauer. De eerste kanselier van dat ‘Neubeginn’ was een sluwe politicus, een fatsoenlijke burgemeester van Keulen, katholieke Rijnlander, een burgerman. Dat hij een vurige anti-nazi was geweest en zijn gezin en veel van zijn vrienden vervolgd waren, dat zijn vrouw na een Gestapo gevangenisverhoor was gestorven, daar sprak men niet over. Hijzelf ook niet. Geen heroïsche gebaren, maar burgerlijke normaliteit, daar wilde men zich aan vasthouden na 1949.”

    Herinneren is ook vergeten

    “In mijn werk is daarom het thema ‘herinneren’ steeds meer verworteld geraakt in het thema ‘vergeten’. Dat doen wij mensen ook niet zo maar. Je kunt niet herinneringen hebben en soms ook koesteren, zonder dat je ook veel vergeet en zonder dat je ook toestaat dat je dingen vergeet.”

    “Ik zoek nu naar de vormen van het vergeten die ons iets zeggen over wie wij zijn, over hoe we ons verleden beleven kunnen. Daar zijn pregnante voorbeelden van, die ons veel leren kunnen. Dat ‘Nederland een wereldwijd koloniaal rijk had, waarin andere volkeren uitgebuit werden en de Nederlanders dat daarna liever vergaten en zichzelf nu moreel hoogachten’…. u snijdt dat voorbeeld wat ondeugend aan. Dat soort koloniale erfenis heeft Duitsland dan weer nauwelijks, herinnering noch vergetelheid daarvan leeft bij ons.”
     

    Gasthoofdredacteur Martin Paul gaat in op  Aleida Assmann

    Aleida Assmann is een bijzondere vrouw. Dit interview heb ik met aandacht gelezen. Ze zegt het zo goed: vergeten én herinneren zijn alletwee soms heel moeilijk. Ook wat zij zegt over ‘Vergangenheitsbewältigung’ zegt mij veel. Want je kunt bij dingen uit het Duitse verleden soms inderdaad niet ‘bewältigen’, je kunt daar geen ‘mastering the past’ realiseren.

    De rol van Duitsland in de twintigste eeuw die zit zo vol, daar is zo veel mee verbonden, dat verwerk als land, als cultuur en volk je niet zomaar even. In mijn jeugd, inde jaren zestig en zeventig was er geen ‘nationaal gevoel’ in Duitsland, oh nee. ‘Trots zijn op je land’, oh nee. Ik ging naar Harvard om onderzoek te doen, maar ook omdat ik geen Duits uniform als dienstplichtige wilde dragen.

    WK in 2006 als keerpunt

    Weet u, het voetbal-WK van 2006 in ons land, dat was een moment! Ineens was er zo’n nationaal gevoel en dat was feestelijk. Ik zag allemaal mensen met Duitse vlaggetjes aan hun auto die blij toeterend rondreden. Dat vindt u in Nederland misschien heel gewoon, hè? Ik niet. Dat kon toen ineens, voor het eerst in Duitsland was dat gewoon geworden, was dat ook iets leuks geworden. Het mocht leuk zijn.

    Onlangs stuurde een vriend me een link naar een Amerikaans artikel. Daar moest ik meteen aan denken toen ik Aleida Assmanns visie las. Dat stuk zei: de twintigste eeuw was in Europa een tijd van zekerheden, van ‘-isms’. Fascisme, communisme, nationaalsocialisme, allemaal ideologische stelsels die zeker wisten dat zij klopten en zij andersdenkenden kapot moesten maken. Dat is voorbij nu.

    Merkel en Brandt

    We leven in ‘the certainty of doubt’. We mogen vragen stellen. We mogen zeggen ‘oh ja?’, zonder dat we gestraft worden. Gelukkig, “herrlich.” Ja dat mág nu in Duitsland. Wat is dat toch heerlijk, wat een geluk. Twijfel, vragen durven is nu normaal.

    Angela Merkel is daar de belichaming van. Zij is een bèta, een natuurwetenschapper, zij is een spektakelloze politicus. “Unspektakulär” durft zij te aarzelen, nog eens goed te tellen en af te wegen als zij nadenkt en haar koers bepaalt. Geweldig is dat. Zoiets mág, vragen stellen is de norm.

    Ik wil ook Willy Brandt hier noemen. Die had dit in zijn tijd al. Brandt gaf als eerste dat nieuwe beeld van Duitsland. Hij viel op zijn knieën voor het monument van het Ghetto in Warschau in 1970. Geen grote woorden, geen spektakel, net als Merkel nu. Wel zo’n gebaar, als mens.