• A
  • A
  • Bildung, binding en betrokkenheid

    - Minister Bussemaker ziet in de massale hulp vanuit het HBO voor de vluchtelingen een bewijs dat de hogescholen in het hart van de samenleving staan in “een traditie waarin onderwijsinstellingen niet alleen de broedplaatsen, maar ook de vluchthavens zijn voor kenniswerkers en kunstenaars.”

    Tijdens de jubileumbijeenkomst ‘40 jaar Vereniging Hogescholen’ vertelde de minister dat zij als HvA-rector al te maken had met een hogeschool waar meer vluchtelingen studeerden dan waar ook in ons land. Dat was trouwens buitengewoon goed en vormend voor de jongeren die er studeerden vanuit het welvarende en vaak zo klagerige Nederland zelf.

    “Wat mij persoonlijk raakte, is wat het met hén deed om de wereld van vluchtelingen beter te leren kennen. Ze zagen bijvoorbeeld in een documentaire dat iemand van hun eigen leeftijd die alles had verloren, toch de discipline kon opbrengen om een week lang te leren voor een tentamen.”

    Goethe noch Pasteur

    Bussemaker noemde in haar jubileumrede de namen van een reeks jonge mensen die nu bij ons studeren en een nieuw leven opbouwen als kenniswerkers in dit land en daarmee onze samenleving helpen verrijken. Zij haalde daarbij Albert Einstein aan uit zijn rede in Londen in 1933. “Without freedom there would have been no Shakespeare, no Goethe, no Newton, no Faraday, no Pasteur and no Lister. There would be no comfortable houses for the mass of people, no railway, no wireless, no protection against epidemics, no cheap books, no culture and no enjoyment of art at all. It is only men who are free, who create the inventions and intellectual works which to us moderns make life worthwhile.”

    U leest de volledige rede van de minister hieronder.

    “In een jubileumjaar wordt altijd teruggekeken. Maar het afgelopen jaar was ook een periode van vooruitblikken. De Vereniging Hogescholen bracht de visie hbo 2025 uit. Veel hogescholen kwamen met een eigen strategie- of visiedocument. En in juli heb ik de Strategische Agenda hoger onderwijs uitgebracht, waarin ik opriep tot Bildung, binding en betrokkenheid. En tot goed onderwijs als onbetwiste prioriteit.

    Goed onderwijs is ook het fundament van de twee historische pijlers van het hbo. Hogescholen leiden professionals op én dragen bij aan de emancipatie van studenten met een andere culturele achtergrond en studenten uit relatief lagere sociaaleconomische klassen. Mede vanwege de toenemende sociale scheiding in de samenleving, zijn dit wat mij betreft ook de pijlers van de toekomst.

    Ook de komst van tienduizenden vluchtelingen naar ons land, onder wie ook studenten, stelt de hogescholen voor een actuele en 21ste-eeuwse variant van hun emancipatieopdracht. En daarover wil ik het vandaag graag hebben. Nu is het vluchtelingenvraagstuk voor hogescholen niet nieuw. Toen ik bestuurder was van de HvA, studeerde daar op dat moment  het grootste aantal vluchtelingstudenten van Nederland. We zijn toen  intensief gaan samenwerken met het UAF, om deze studenten zo goed mogelijk te begeleiden bij hun studie.

    We betrokken daar ook actief onze Néderlandse studenten bij. En wat mij persoonlijk raakte, is wat het met hén deed om de wereld van vluchtelingen beter te leren kennen. Ze zagen bijvoorbeeld in een documentaire dat iemand van hun eigen leeftijd die alles had verloren, toch de discipline kon opbrengen om een week lang te leren voor een tentamen.

    Dit soort verhalen was voor hen soms heel confronterend. Het dwong ze uit hun comfort zone – een wezenlijk aspect van Bildung. En net als nu, bracht het internationalisering letterlijk tot achter de voordeur van de hogeschool. Vluchtelingenstudenten zijn voor het hoger onderwijs dus niet nieuw. Maar de huidige dynamiek, ook in het maatschappelijk debat, is dat wel.

    Daarom wil ik hier, aan het einde van dit jubileumjaar, dat ook een nieuwe fase markeert, mijn waardering uitspreken voor de hogescholen die zo actief en betrokken met vluchtelingen bezig zijn. Thom, mijn lof voor jou, dat je in augustus bij Stenden opriep tot ruimhartigheid bij onderwijsvoorzieningen voor vluchtelingen. Lof ook voor de Haagse Hogeschool, die begin september een rondetafelsessie organiseerde met hogescholen, universiteiten, het UAF en OCW. Een initiatief van Susana Menéndez, die ooit zelf uit Argentinië naar Nederland vluchtte en hier studeerde.

    En er gebeurt meer. Een paar weken geleden ben ik op werkbezoek geweest bij de VU, dat een schakeltraject en intensieve taalcursussen aanbiedt waarmee vluchtelingenstudenten in negen weken op inburgeringsniveau zitten. In Twente werken Saxion, de universiteit en het roc samen. De Hanzehogeschool werkt aan een schakeltraject met de universiteit Groningen en het Alfa College.

    De Hogeschool Rotterdam wil tweehonderd vluchtelingen van een opleiding voorzien. En de Hogeschool Utrecht start een pre-bachelor voor vluchtelingstudenten met een ICT-achtergrond. Al deze initiatieven - ook die ik nu niet noem - laten twee dingen zien. Ten eerste dat het hbo midden in de samenleving staat.

    Ten tweede dat het hbo zich verbindt met een internationale, historische traditie. Een traditie waarin onderwijsinstellingen niet alleen de broedplaatsen, maar ook de vluchthavens zijn voor kenniswerkers, kunstenaars, professionals en intellectuelen. Voor mensen die vanwege hun kritische houding, creativiteit of autonome ideeën - zaken die we bij ónze studenten juist zo stimuleren - een dictatuur of land in oorlog vaak als eersten moeten ontvluchten.

    Misschien wel de bekendste ‘kennisvluchteling’ is Albert Einstein. In oktober 1933, tegen de achtergrond van het opkomend nazisme en slechts een paar dagen voor zijn vertrek naar Amerika, sprak hij in Londen een volle Royal Albert Hall toe. En zei toen:

    “If we want to resist the powers which threaten to supress intellectual and individual freedom, we must keep clearly before us what is at stake, and what we owe to that freedom which our ancestors have won for us after hard struggles.

    Without such freedom there would have been no Shakespeare, no Goethe, no Newton, no Faraday, no Pasteur and no Lister. There would be no comfortable houses for the mass of people, no railway, no wireless, no protection against epidemics, no cheap books, no culture and no enjoyment of art at all. It is only men who are free, who create the inventions and intellectual works which to us moderns make life worthwhile.”

    De geschiedenis bewijst hoe waar de woorden van Einstein zijn.  Al eeuwenlang, nemen landen en onderwijsinstellingen die wél vrij zijn vluchtelingen en migranten op, van wie velen de samenleving verrijkten. De joodse familie van één van de grootste filosofen die Nederland ooit gekend heeft -  Spinoza - vluchtte in de zestiende eeuw  uit Portugal naar hier.

    Schrijver Kader Abdolah - vijftien boeken op zijn naam in ongekend rijk Nederlands - vluchtte uit Iran voor de ayatollahs. Danseres Michaela DePrince werd uit Sierra Leone geadopteerd door Amerikaanse ouders en is nu topdanser bij ons Nationale Ballet. Tigranne Hakobjan vluchtte op haar elfde met haar moeder uit Armenië naar Nederland en studeert nu commerciële economie.

    Aram Hasan belandde vijftien jaar geleden als Syrische vluchteling in Nederland, maakte dankzij het UAF zijn studie geneeskunde af en behandelt nu als psychiater getraumatiseerde vluchtelingen. En hoewel Amino Ali Obead uit Somalië moest wennen aan Nederland, leerde ze de taal en werkt nu als apothekersassistent. Zodat ze kan zorgen voor een betere toekomst voor haarzelf en haar kinderen.

    Dit zijn mensen die niet alleen iets kwamen halen, maar ook iets kwamen brengen. Mensen die iets hebben veranderd en toegevoegd aan onze samenleving. Een ander perspectief, andere vaardigheden, andere netwerken. Schoonheid. Moed. Uitvindingen en ideeën. Stel je voor dat de deur voor hen gesloten was gebleven.

    In onze samenleving zie ik veel indrukwekkende initiatieven. Burgers die nachtdiensten draaien op Amsterdam Centraal om arriverende vluchtelingen op te vangen. Of mensen die eten en kleding afleveren bij AZC’s. Maar ik zie ook angst, voor een grote amorfe massa. Wat ik daarom hóóp, is dat de komende tijd het begrip groeit voor de individuele verhalen. En dat hogescholen daar samen met universiteiten een bijdrage aan leveren.

    Door te laten zien dat onze samenleving mede steunt op het talent, de ambitie en het doorzettingsvermogen van verpleegkundigen, ict-ers, economen en kunstenaars, die ooit huis en haard verlieten, hier een nieuw leven opbouwden en daarmee niet alleen voor zichzelf weten te zorgen, maar ook voor ons.

    Dames en heren,

    Eén van de ambities in mijn strategische agenda is, dat hogescholen in het hart van de samenleving zitten. Zodat ze professionals opleiden die niet alleen beschikkn over kennis en vaardigheden, maar die ook maatschappelijke thema’s van binnenuit hebben leren begrijpen en kunnen bijdragen aan oplossingen. En zodat voor studenten de vraag wat voor samenleving we willen zijn en welke keuzes daar bij horen, niet alleen theoretisch is. Maar ook levend, voelbaar, echt.

    Vanuit die gedachte wil ik hogescholen oproepen om vluchtelingstudenten zo min mogelijk op te vangen in aparte groepen en Nederlandse studenten zoveel mogelijk te betrekken. Wat ik al zei: ik heb op de HvA gezien hoe waardevol het is voor Nederlandse studenten om de talenten, dromen en ambities van vluchtelingenstudenten te zien. En andersom geldt dat natuurlijk net zo goed. Dus laten we hun werelden samenbrengen. Want ook dát is hoger onderwijs: een ruimte waar mensen elkaar ontmoeten.

    Ook al is de aanleiding tragisch en complex, en ook al zullen we de komende tijd nog genoeg dilemma’s en praktische obstakels tegenkomen….…de huidige initiatieven laten zien, dat het hoger onderwijs inderdaad in het hart van de samenleving zit. Ik wil jullie oproepen om er met elkaar voor te zorgen, dat hogescholen en universiteiten de plekken zijn én blíjven, waar polarisatie een halt wordt toegeroepen. De plekken waar mensen durven denken in termen van verrijking en solidariteit. En waar menselijkheid hand in hand gaat met realisme. Want vluchtelingen een eerlijke kans geven, betekent ook dat we geen concessies kunnen doen aan het niveau van diploma’s en taal.”