• A
  • A
  • Kansen echt grijpen in Brazilië

    - In 2012 bracht een grote delegatie uit de Nederlandse kennissector een bezoek aan Brazilië. Vele plannen voor samenwerking werden getekend, maar hoe worden die nu duurzaam? De AWTI beschrijft de belangrijkste voorwaarden voor effectief samenwerken.

    Brazilië mag dan niet meer het beloofde kennisland zijn wat het enkele jaren geleden was, volgens de AWTI liggen er nog volop kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven en de kennisinstellingen. “Wat betreft wetenschap, technologie en innovatie is het Braziliaanse overheidsbeleid verschoven van ondersteuning van wetenschap in universiteiten naar het stimuleren van samenwerking tussen universiteiten en bedrijven,” schrijft de AWTI.

    Die verschuiving laat zich zien in verschillende ‘innovatiehotspots’ in Brazilië, waar bedrijven en wetenschap samen onderzoek doen. Zo is er in Campinas een innovatiecentrum voor het onderzoek naar biomassa en werken Nederland en Brazilië al samen in BE-basic waar onder andere de TU Delft participeert in het onderzoek naar de biobased economy.

    Samenwerking bestendigen

    De afgelopen jaren hebben Nederland en Brazilië en kennisinstellingen uit beide landen verscheiden Memoranda of Understanding getekend om de samenwerking in kennis en innovatie te bestendigen. “kern is de Memorandum of Understanding Science, Technology and Innovation (MoU), die op 29 november 2011 ondertekend werd. Het daaraan verbonden Joint Committee identificeerde als gemeenschappelijke interesses: duurzame steden, bio-economie, klimaatverandering, astronomie, voedsel en landbouwtechnologie, watermanagement, wetenschaps-communicatie en hernieuwbare energie. “

    Het onderzoek dat de AWTI heeft uitgevoerd laat zien dat er nog altijd de wens is deze samenwerking verder te ontwikkelen. Hier is echter wel een beter begrip voor nodig van de rol die dergelijk samenwerkingsovereenkomst spelen als uitgangspunt voor het ontwikkelen van ‘bilateral cooperation’, ziet de AWTI.

    De AWTI heeft op basis van het onderzoek een aantal aanbevelingen gedaan voor bedrijven, universiteiten en de  Nederlandse overheid om de reeds ingezette samenwerking met Brazilië verder tot bloei te laten komen.

    Betere marktkansen

    Hoewel R&D investeringen door bedrijven nog relatief laag zijn in Brazilië heeft het land een groot potentieel voor de opname en integratie van innovatieve materialen, technologie en diensten. Nederlandse bedrijven en instituten lijken betere marktkansen te hebben als toeleveranciers van kennis en technologie in consortia met grote Braziliaanse partners.

    Nederlandse bedrijven met aantrekkelijke en innovatieve producten die aangepast moeten worden aan de Braziliaanse context kunnen samenwerking zoeken met Braziliaanse publieke instituten zoals IPT, ITA en EMBRAPA. Bovendien kunnen bedrijven actief samenwerken met Braziliaanse universiteiten (bijvoorbeeld voor verspreiding van expertise en samenwerking in wetenschap, technologie en innnovatie).

    Opbouw van relaties

    Er zijn veel overeenkomsten getekend tussen universiteiten. Deze vergen echter ook investeringen. Goede persoonlijke relaties zijn een voorwaarde en dienen over een langere tijd te worden opgebouwd. Bovendien zijn voor de uitvoering van de overeenkomsten ook financiële investeringen nodig (bijvoorbeeld geld voor gezamenlijke workshops en uitwisseling). De uitwisseling van studenten (Master, PhD) is een goed startpunt voor de opbouw van relaties. Dit dient snel opgevolgd te worden door gezamenlijke projecten, die uiteindelijk kunnen uitmonden in sterke institutionele relaties. Alumni netwerken zouden kunnen worden opgezet of versterkt.

    Braziliaanse universiteiten zijn nog sterk gefocust op fundamenteel onderzoek hoewel hun activiteiten in technologie en innovatie groeiende is (bijvoorbeeld UNICAMPINOVA). Gebaseerd op hun ervaringen in Nederland kunnen Nederlandse universiteiten met hun Braziliaanse partners samenwerken op het verder versterken van een start-up cultuur en het verbeteren van de banden tussen bedrijven en universiteiten.

    De relatief beperkte R&D investeringen van Braziliaanse bedrijven betekenen ook dat voor Nederlandse universiteiten een samenwerking met een Braziliaanse universiteit een goed startpunt is voor samenwerking met Braziliaanse bedrijven. Nederlands-Braziliaanse academische samenwerking, zoals het Living Lab on Bioeconomy, kan verder worden ontwikkeld in samenwerking met het bedrijfsleven, zowel Nederlands als Braziliaans.

    Belangrijke rol in innovaties

    De overeenkomst (MoU) op het gebied van wetenschap, technologie en innovatie speelt een belangrijke rol in de relaties tussen beide landen (net zoals vergelijkbare overeenkomsten tussen deelstaat overheden en universiteiten). Dergelijke overeenkomsten kunnen gebruikt worden als kapstok en paraplu voor verschillende activiteiten. Deze overeenkomsten hebben fondsen nodig voor uitvoering (bijvoorbeeld Nuffic-Neso heeft geen specifieke fondsen hiervoor terwijl hun partner CAPES dat wel heeft).

    Het initiëren van concrete projecten kan de start zijn van langetermijnsamenwerking. Er zijn waarschijnlijk mogelijkheden om samen te werken met andere EU lidstaten met complementaire expertise. Het Nederlandse publieke innovatienetwerk met de attaché en adviseurs spelen een belangrijke rol in het versterken van de samenwerking tussen beide landen. Uit de interviews blijkt echter dat de Nederlandse overheid meer kan doen voor het  profileren van Nederland in Brazilië om het traditionele beeld over Nederland (koeien, water, …) bij te stellen naar high-tech en creatieve industrie.

    Omdat het Braziliaanse systeem nogal aanbod gedreven is, is het belangrijk om goed duidelijk te maken wat het Nederlandse top ‘aanbod’ is, oftewel wat Nederland te bieden heeft en hoe specifieke actoren in Brazilië hiervan kunnen profiteren. Brazilië is zeer geïnteresseerd in het Nederlandse model van samenwerking tussen overheid, bedrijven en universiteiten (Triple Helix). De Nederlandse overheid kan dit model verder stimuleren in haar benadering van Brazilië. Presentaties bij handelsbeurzen van bestaande Braziliaanse-Nederlandse PPPs zou een manier kunnen zijn om de Braziliaanse kennis en interesse te vergroten.

    De volledige publicatie vindt u hier