• A
  • A
  • Vandenbroucke universiteitshoogleraar

    - De Vlaamse wetenschapper Frank Vandenbroucke, oud-minister van Werk Onderwijs en Vorming, wordt universiteitshoogleraar aan de UvA. Hij zal zich als in zijn werk richten op het bevorderen van onderzoek naar en debat over de maatschappelijke betekenis van de Europese Unie.

    Vandenbroucke gaat inzichten uit economisch, sociaal en politicologisch onderzoek bijeenbrengen. De vraag op basis van welke normatieve grondslagen de EU (sociaal) beleid kan legitimeren en ontwikkelen is hierbij zeer belangrijk. Vandenbroucke gaat nauw samenwerken met ACCESS EUROPE, het platform van de UvA en de Vrije Universiteit, da zich richt op onderzoek, onderwijs en publiek debat over Europa en de Europese Unie. Ook zal hij samenwerken met het Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR).

    Maria en Aart Jan

    Vandenbroucke was de eerste politicus die gasthoofdredacteur van ScienceGuide werd. Hij nam die rol op zich aan de vooravond van de grote Europese HO-conferentie in Leuven die hij in april 2009 samen met zijn Nederlandse collega Ronald Plasterk voorzat. In een groot interview over zijn beleid vroeg ScienceGuide hem in 2006 al eens:  

    “U bent Maria van der Hoeven en Aart Jan de Geus inéén.

    Een beetje wel. Let wel, de sociale zekerheid in de zin van het uitkeringsbeleid en sociale rechten is een federaal beleidsterrein. Maar het arbeidsmarktbeleid, inclusief de bemiddeling en trajectbegeleiding van werkzoekenden is Vlaams beleid.

    Toen het mogelijk werd bij de Vlaamse regeringsvorming die bevoegdheden bij elkaar te voegen, vond ik de kans dit te doen wel erg aantrekkelijk. Het is zo een originele combinatie waarin alle talentbeleid en de aansluitingsvragen tussen opleiding en arbeid in één hand zijn gekomen. Dat sluit aan op mijn fundamentele betoog voor een gelijke kansen beleid. Anders is dat betoog ook slechts praat.”

    Zijn ingrijpende HO-hervormingen onderbouwde hij toen zo: “De financiering wordt primair resultaat gedreven. En dat heeft de ambitie het hoger onderwijs aan te sturen op de inhoud van zijn maatschappelijke taken. Die doelen kennen een hoge ambitie, dat besef ik volledig.

    Maar ook al is het onderwijs in Vlaanderen goed – en uit ‘Pisa’ en andere internationale scores blijkt ook dat dit zo is – een ingeslopen zelfgenoegzaamheid is onterecht. Is het gevaar van zo’n goede uitkomst ook. Het is noodzaak dat wij onze ambities hier aanscherpen. Dat moet op twee essentialia, wat mij betreft. Ten eerste de kwaliteit en positie van onze universiteiten en HO. Ten tweede moet er een tweede democratiseringsgolf in de deelname aan het HO komen.

    Middelmatigheid is geen gelijke kansen

    U vergeleek heel uitdagend de scores van Nederlandse universiteiten als Utrecht en Leiden in de Jiao Tong ranking uit Shanghai met de Vlaamse.

    Dat was natuurlijk prikkelend en ik weet ook wel dat bij elke ranking weer een andere ernaast gezet kan worden. Maar toch. Universiteiten in andere, kleine Europese buurlanden kennen hier echt hogere scores, Utrecht, Leiden en anderen. Onze instellingen als Leuven of Gent zijn daarin ook op zich goed geplaatst, maar niet uitnemend. En ik vind dat dit wel de ambitie moet zijn. 

    Dat is ook nodig om die tweede democratiseringsgolf te verwezenlijken. Mijn pleidooi voor gelijke kansen is beslist geen pleidooi voor middelmatigheid voor iedereen. Zo werd zo’n betoog vroeger nog wel eens verstaan. Daar sta ik recht tegenover: middelmatigheid voor iedereen wil juist géén gelijke kansen zeggen!”

    Sociaal Europa

    Na zijn ministerschap, waarin hij ook optrad als vice-premier namens de sp.a, ging hij onder meer aan de UvA zich sterk richten op het analyseren van sociaal beleid. Hij leidde in dat verband ook de staatscommissie die het pensioenstelsel in België moest hervormen. Onlangs is hij aangesteld als voorzitter van de Academische Raad die dit nieuwe pensioenbeleid permanent zal begeleiden.

    Prof. dr. Dymph van den Boom, rector magnificus van de UvA noemt hem “een grote autoriteit op het terrein van de Europese Unie en de ontwikkeling van sociaal en werkgelegenheidsbeleid binnen de EU-lidstaten. Hij combineert een uitgebreide ervaring in zowel de politiek als wetenschap, waardoor hij beide perspectieven kan verbinden. Ik ben dan ook zeer verheugd dat Vandenbroucke toetreedt tot de universiteitshoogleraren van de UvA.”