• A
  • A
  • Maagdenhuisengels versus Nederlands

    (foto: Glen)

    (foto: Glen)

    - “Ik ben een groot voorstander van differentiatie tussen universiteiten, opdat studenten zelf kunnen kiezen of ze in het Engels of Nederlands college krijgen.” UM-voorzitter Martin Paul stelde een wat verontruste Tweede Kamer toch wat gerust over de vermeende toename van het Engels in het hoger onderwijs.

    Naar aanleiding van een manifest van Beter Onderwijs Nederland voor het behoud van het Nederlands in het hoger onderwijs was een hoorzitting georganiseerd in de Tweede Kamer. Een Kamer die verdeeld was. Michel Rog (CDA) vreesde dat door het Engels de niet-kosmopolitische wereldburger hinder ondervond, omdat het ten koste gaat van de kwaliteit van het Nederlands. Jasper van Dijk (SP) dacht dat verengelsing vooral ingegeven was vanuit financiële prikkels. Pieter Duisenberg (VVD) was uitgesproken voorstander. Hij vond dat Nederland als handelsnatie zich niet kon terugtrekken achter de dijken. Een keur aan deskundigen ging met de Kamer uitvoerig in gesprek over de nut en noodzaak van Engels in het hoger onderwijs.

    C2 niveau

    UM-Collegevoorzitter Martin Paul gaf aan dat hij de buitenlandse studenten ook cursussen Nederlands aanbiedt om ze juist hier beter te laten integreren. “Wij bieden de internationale studenten aan de Universiteit Maastricht een taal en cultuurcursus Nederlands aan. 85% van alle studenten die volgt die cursus en als zij dat willen dan kunnen ze dat uitbreiden. Dit is van groot belang gezien hun integratie.”

    Martin Paul benadrukte tijdens de hoorzitting zijn opvatting, dat je niet perfect Engels hoeft te kunnen om in een internationale omgeving te kunnen opereren. “Ik vraag me af of we alles 100% moeten kunnen spreken. Zelf spreek ik 'C2' Nederlands en dat is onder het niveau van de meeste Nederlanders, maar alles wat ik zeg kunt u begrijpen, hoop ik, misschien wel met een wat vreemd accent. Dat vind ik zelf voldoende. Ik spreek redelijk Nederlands, Engels heel goed, Duits perfect en een beetje Frans. Die capaciteit heeft mij geholpen bij mijn internationale carrière.”

    Steenkolenengels als risico

    CDA'er Rog wilde van Martin Paul weten of studenten altijd de mogelijkheid hebben om in het Nederlands een studie te volgen en zij dan niet “gedwongen worden om in dat steenkolenengels of eigenlijk dat Maagdenhuisengels les te krijgen. Zijn colleges en studie in alleen maar het Engels niet een risico voor studenten die uitstekend Nederlands spreken, maar niet behoren tot de kosmopolitische elite die graag in het Engels wil studeren?”

    Martin Paul gaf aan dat er geen enkele belemmering is voor studenten. “Ik ben een groot voorstander van differentiatie tussen universiteiten. Wij hebben bewust gekozen om opleidingen aan te beiden die gericht zijn op een Europese arbeidsmarkt, zoals European Law, European Public Care, een specialiteit van Maastricht. Daarmee is de UM een heel andere universiteit dan de UvA. We moeten er voor zorgen dat met voldoende differentiatie niemand wordt gedwongen naar Maastricht te komen en dan een opleiding moet kiezen die alleen in het Engels beschikbaar is. Dat is niet voor iedereen geschikt.”

    Pieter Duisenberg (VVD) bekeek “Engels in het hoger onderwijs met een globale blik op de wereld. Wij zijn als Nederland een handelsland en we moeten juist vanwege de global challenges waar we het altijd over hebben een voortrekkersrol spelen. Dan is het belangrijk dat we onze studenten klaar maken om daar een leidende rol in te nemen, ook in het buitenland. Daarnaast moeten we ook buitenlandse talent aantrekken. Dat zien de initiatiefnemers van deze notitie anders. Zij zien ons land als een polder met dijken, ik zie dat toch echt anders.”

    BON toch niet tegen Engels

    Ad Verbrugge, voorzitter van Beter Onderwijs Nederland en schrijver van het manifest voor het behoud van Nederlands, wilde dit toch even rechtzetten. “Voor mij en de opstellers van het manifest geldt dat wij niet tegen het gebruiken van Engels zijn. Ik doceer zelf ook in het Engels en merk dan het verschil met doceren in het Nederlands. Laat ik helder zijn, dit manifest is geen poging om terug achter de dijken te kruipen. Maar het is een vergissing om te denken, dat het doceren in het Engels een kwestie is van het volgen van een extra taalcursus.”

    LSVb-voorzitter Stefan Wirken wees in dit verband met name naar de UU. “We zagen in 2009 64% Engelstalige masters en in 2013 is dat gestegen naar 80%. De UU wil binnenkort alle masters aanbieden in het Engels.” Dit is niet in de geest van de wet, volgens de voorman van de studentenbond. “In de wet staat dat men een Engelstalige opleiding mag aanbieden als het een opleiding is met een specifieke aard. Hoe specifiek is die aard als dat voor alle masters geldt?”

    Terughoudendheid met het Engels bepleit Wirken vooral vanwege de zorg om de kwaliteit van het onderwijs. “Voor veel docenten is Engels niet de moederstaal en zij beheersen dat niet zoals zij het Nederlands beheersen. Dit maakt de ruimte voor nuance of preciseringen beperkt. Stelt u zich eens voor dat wij deze hoorzitting in het Engels zouden doen. Mijn Engels is zeker niet slecht, dat van de Kamerleden ongetwijfeld ook niet, maar het zou de inhoud niet ten goede komen.”

    Goed voor kenniseconomie

    Saxion-voorzitterl Wim Boomkamp wilde hier toch wel een nuancering aanbrengen. “Het is geenszins de intentie dat het HBO het Nederlands zou terugdringen. Wij vinden het een belangrijke voorwaarde dat het Engels goed wordt beheerst. Maar wees u ervan bewust dat ons onderwijs per definitie internationaal gericht is en dat is steeds meer van belang in een steeds globalere wereld. De kans om studenten wereldwijd aan te trekken is cruciaal om de concurrentiepositie van Nederland te behouden en daarom is het Engelstalige aanbod een belangrijk onderdeel van ons onderwijs.”

    Volgens Boomkamp slagen hogescholen goed in die taak. “Wij hebben daar een goede positie bij gekregen, omdat we de Engelse taal goed beheersen. Daarbij gaat het niet alleen om het studeren, het gaat ook om het behoud van goed opgeleide professionals uit het buitenland die naar ons land komen. Dat is goed voor onze kenniseconomie, want 40% van de buitenlandse studenten blijft de eerste vijf jaar na hun studie hier.”

    Vanuit de Kamer stelde Jasper van Dijk de vraag of financiële prikkels niet een belangrijke aansporing zijn om over te gaan op het Engels. Stefan Wirken vertelde daarover vanuit de eigen onderwijspraktijk. “Op de UvA zat ik zelf in de medezeggenschap en daar werd dit wel een discussie. In een werkgroep  werd de vraag gesteld: ‘wat zijn nu de kosten voor niet-EU studenten voor het volgen van een opleiding?’ Mijn opleiding rechten bleek toen €10.000 collegegeld te vagen aan hen, terwijl drie kilometer verderop bij de VU je dezelfde opleiding kon volgen voor de helft van het geld.”

    Prikkel weg halen

    Volgens Wirken hanteerde men op de UvA de economische term pricing. “De directeur bedrijfsvoering van de UvA legde ons uit dat het heel lastig te berekenen is hoe je kosten doorrekent naar een individuele student. Wat er vaak gedaan wordt, is dat het concept ‘pricing’ wordt gehanteerd. Dan gaat het erom ‘hoe wil jij je product in de markt zetten?’ Een rechtenopleiding van €10.000 die twee keer zo duur is als dezelfde studie elders in Amsterdam zou dan dus de indruk kunnen wekken dat de UvA-opleiding beter is en meer allure heeft.”

    Wirken bepleitte dat de Kamer deze prikkel weg zou halen. “Wil je dit tackelen dan moet je het collegegeld plus de bijdrage van het rijk voor een reguliere student als norm nemen voor het collegegeld voor niet-EU-studenten. Dan levert een student van buiten Europa even veel op als een EU-student. Zo voorkom je de prikkel om meer niet-EU-studenten aan te trekken.”

    Boomkamp voelde zich genoodzaakt om dit beeld recht te zetten. “Ik protesteer heftig tegen de suggesties over financiële prikkels. Wij zijn er voor de student, voor het onderwijs, voor de kwaliteit. De Europese student betaalt een redelijk collegegeld en niet-Europese studenten betalen inderdaad een hoger collegegeld. Dat is volstrekt kostendekkend, daar hebben we met elkaar als WO en HBO een gedragscode over afgesproken en die wordt ook gecontroleerd.”