• A
  • A
  • Minder colleges, minder reizen

    - Door afspraken in de regio moeten HBO en WO ervoor zorgen dat studenten minder OV-transportkosten maken en OCW zo “een besparing op de uitgaven aan het contract voor het studentenreisproduct” kan doorvoeren. Een dag per week minder naar college levert 51 miljoen op.

    De rekensommen en aanbevelingen van de Taskforce ‘Beter Benutten’ zijn materiaal voor de liefhebbers. De veronderstellingen die leiden tot een opbrengst tussen 169 en 205 miljoen zijn soms vermetel en men gaan daarbij uit van een meetmoment van de effecten en opbrengsten in 2025. Men zegt onderzoek gedaan te hebben “naar manieren om de kosten voor de ov-studentenkaart omlaag te brengen.”

    De uitwerking richt zich uiteindelijk op een besparing op de uitgaven die men moet inplannen in de meerjarenramingen  voor de OCW-begroting voor het contract voor die kaart, die men niet zonder reden nu ‘studentenreisproduct’  is gaan noemen. De minister onderstreepte bij de presentatie van die onderzoeksuitkomsten dat voor haar “de OV-kaart geen doel op zichzelf is. Ik geef liever geld uit aan onderwijs dan aan vervoerskosten. Dat kan ook, met behoud van de kaart.”

    Bussemaker herinnerde eraan, dat zij op dit punt is gaan afwijken van het regeerakkoord van VVD en PvdA. Dat ging uit van flinke versobering, om geld over te houden voor HO-kwaliteit. “Voor studenten bleek de kaart cruciaal, daar hebben we naar willen luisteren. Daarom is in het studievoorschot gekozen  voor het behoud van de OV-kaart en zelfs een uitbreiding doordat ook het MBO er nu bij gaat komen. Dat is voor de vervoersbedrijven een hele uitdaging, want we willen er wel minder geld aan moeten uitgeven.”   

    Die verlaging van kosten wordt dan doorgeschoven naar de beloofde investeringen in HBO en WO na de afschaffing van de basisbeurs. De hele operatie is dan ook “geen  bezuiniging maar een verplaatsing van het geld naar het onderwijs,” benadrukte de minister. “Zo kunnen we in 2025 uitkomen op die 1 miljard aan investeringen. Dat is de stip aan de horizon.”

    Van spits naar dal

    De Taskforce ziet de oplossing ook in een verplaatsing binnen het beleid, maar dan een fysieke en logistieke. Men wilde voor 200 miljoen minder uitgaven op het studentenreisproduct zien te bereiken en dat kan door oplossingsrichtingen die “enerzijds resulteren in minder kilometers en anderzijds in een verschuiving van kilometers van spits naar dal.” De vier richtingen waarin men is gaan kijken, leveren berekeningen op van te verwachten opbrengsten tussen 169 en 205 miljoen, maar die zijn zo ongrijpbaar, dat de realisatie ervan gedecentraliseerd wordt.

    De duiding van die berekeningen door de Taskforce zelf is op blz 23 van het rapport fraai geformuleerd. “De berekeningen zijn indicatief van aard. Op basis van de ervaringen in de Beter Benutten pilots is te constateren dat een beweging op gang gebracht kan worden. De pilots zijn van een dusdanige omvang dat deze niet kunnen worden doorgerekend over tien jaar.” Oftewel, wat uitgeprobeerd is, heeft zo’n marginale opzet dat er geen enkele conclusie uit getrokken kan worden.

    Minder vloeroppervlak en kilometers

    Zo presenteert men een berekening over betere benutting van de gebouwen van MBO, HBO en WO. “Na 15.00 uur en zeker na 17.00 uur is er nog veel ruimte in de onderwijsgebouwen.” Zou men die benutten kan men meer gebouwen afstoten en komt geld vrij. Men wijst op de HU die zich helemaal concentreren wil op de Uithof en zo een derde van haar ‘vloeroppervlak’ wil afstoten. Omdat de totale huisvestingskosten van WO, HBO en MBO 1,1 miljard per jaar bedragen zou 5% minder kosten 58 miljoen opleveren. Daarmee is ruim een kwart van de OV-besparing voor OCW gerealiseerd.

    Eenzelfde werkwijze is toegepast bij de besparing die zou kunnen door “minder kilometers door leren op afstand.” Daar hanteert men een peiling waaruit blijkt dat bij meer dan 50% van de hogescholen en ROC’s stelt, dat met meer aanbod van onderwijs op afstand (online etc) de studenten een dag per week minder naar de instelling zouden hoeven te komen.

    Daardoor zou dan zo’n 20% minder aan reiskilometers in rekening komen en het effect daarvan berekent men op 51 miljoen, nog weer een kwart van de beoogde OV-besparing. Hoe zich dit verhoudt tot het streven naar intensivering van studies door contacturen en begeleiding uit zowel ‘Veerman’, de prestatieafspraken en Bussemakers HO-strategie, blijft buiten beeld. De term ‘van spits naar dal’ is hiervoor onbedoeld niet onaardig gekozen.

    Tafels en Parijs

    Om dit door de instellingen te laten doorvoeren, moeten zij gaan deelnemen in zogeheten ‘regiotafels’  om met vervoersbedrijven, lokale overheden, studenten en collega-instellingen die besparingen in te gaan vullen. De rapportage laat zien dat alleen door specifieke ingrepen en maatwerk zoiets mogelijk zal worden, voor zover de pilots en gemaakte inschattingen conclusies in die richting zouden toestaan. Geen wonder dat de studentenbonden argwanend blijven over wat hier uiteindelijk uit zou komen. “We zullen ons altijd verzetten tegen verdere bezuinigingen die studenten ontmoedigen om te gaan studeren op de plek die zij willen,” zegt de LSVb maar vast.

    De kwaliteit van onderwijs moet voorop staan bij het bedenken van maatregelen om op de uitgaven van de OV-studentenkaart te besparen, zegt voorzitter Stefan Wirken. “Onderwijskwaliteit moet centraal blijven staan bij het beter benutten van de OV-studentenkaart, niet de bezuinigingen.” Oftewel: als ingrepen daarin meer geld moeten kosten of minder opleveren, dan moet die beoogde opbrengst van 200 miljoen maar omlaag, zoals ScienceGuide al eerder berichtte.

    Bij de inrichting van die regiotafels is een opvallend element in de uitwerking opgenomen. De Taskforce en de minister leggen nu ineens nadruk op de inhoudelijke verbinding van deze operatie aan de OV-kaart met de meerjaren-afspraken op het terrein van grotere energie-efficiency, waaraan het HO ook meedoet. Het betere benutten van de OV-kaart werd zelfs direct gekoppeld aan de Nederlandse inbreng om de klimaatdoelen uit het akkoord van Parijs te verwezenlijken.

    Maatwerk in de regio

    Als men in de regio’s op deze basis met elkaar aan het werk zou gaan, ontstaat er ineens een nieuw beeld en perspectief. Men zal afspraken op dat niveau willen - en ook kunnen - opstellen en daar investeringen in maatwerk willen kunnen doen. Immers, die regio’s zullen zulke inspanningen niet doen als de winst daarvan door OCW en de NS in de zak gestoken wordt. Het ligt voor de hand wat er dan gebeuren zal. 

    Men zal de minister aanbieden zelf ter plekke maatwerk te gaan bieden in de vorm van een op die regio en het HO en MBO daar toegesneden ‘studentenreisproduct’. Het geld daarvoor zal men laten overhevelen naar de verschillende regio-combinaties uit “de uitgaven aan het contract voor het studentenreisproduct”, die nu nog drukken op de OCW-begroting.

    Zo haalt Bussemaker daarop direct haar 200 mln bezuiniging binnen, terwijl het reisproduct blijft bestaan, in het besef dat “de OV-kaart geen doel op zichzelf is.” De HO-instellingen en hun regio-partners benutten het aan hen overgehevelde bedrag van 750 mln voor een veel goedkopere kaart-opzet die hen ruimte geeft extra te investeren in energiebesparing. “Ik geef liever geld uit aan onderwijs dan aan vervoerskosten. Dat kan ook, met behoud van de kaart,” zei de minister immers al.