• A
  • A
  • HBO fors in de min

    - De instroom in het HBO is in een jaar met 8% gedaald. VH-voorzitter Thom de Graaf kwam bij zijn nieuwjaarsontvangst met de jongste cijfers en die zijn zorgwekkend. Sommige hogescholen en sectoren zitten zwaar in de min. Omfloerst gaf hij het leenstelsel van het studievoorschot hiervan de schuld.

    Het moet voor de D66-leider in de Senaat pijnlijk zijn. De voorman van ‘de onderwijspartij’ moest als voorman van de hogescholen de politiek verwijten, dat zij in meerderheid de emancipatie en doorstroom naar de professies heeft ondermijnd. Het is immers de opdracht van de hogescholen jonge mensen daartoe op te leiden en De Graaf kon niet anders dan betreuren, dat dit door de nieuwe financiële drempels blijkbaar minder goed kan lukken. “De emancipatiefunctie van het HBO kan alleen maar worden begrensd door het individuele talent van een student, wat ons betreft niet door financiële drempels die het onmogelijk maken dat talent ook daadwerkelijk aan te wenden,” hield hij zijn gehoor voor.

    Niet alleen Pabo-verlies

    De oorzaken van de forse daling  waren volgens hem nog niet helemaal duidelijk. Zo wees De Graaf op de strengere eisen die aan de Pabo-instroom zijn gesteld, waardoor de toeloop naar deze opleiding in de min is geraakt. Dat die ene ingreep bij lange niet zou kunnen zorgen voor het feit dat sommige grote hogescholen 15% en meer daling van hun instroom zagen, was echter ook duidelijk. De daling in het HBO kan immers niet alleen verklaard worden door een teruggang bij de instroom in de lerarenopleidingen. Deze sector was al langer aan het krimpen - ook terwijl het HBO nog groeide -  zodat het getalsmatig effect van -30 à -40% bij de Pabo's bijvoorbeeld een relatief gering effect uitmaakt op het geheel.

    De VH-voorzitter zei daarom enigszins omfloerst, dat ook de invoering van het studievoorschot een negatieve werking op de doorstroom mbo-hbo en havo-hbo moet hebben gehad. Al in september 2015 was duidelijk dat het die kant op zou gaan. Men verklaarde toen reeds: “Op basis van de laatste informatie ziet de Vereniging Hogescholen een daling in de initiële instroom in hbo-bachelor en associate degree opleidingen van 6,2%. Dit betreft de stand van zaken op maandag 21 september 2015, vergeleken met dezelfde week in 2014. Wanneer niet alleen de eerstejaars worden geteld die voor het eerst in het hbo studeren, is een instroomdaling zichtbaar van 8,4%. Door de onzekerheidsmarge en mogelijke variaties in definities, kan op dit moment het beste uitgegaan worden van een instroomdaling van 5 tot 10%.”

    Volledig verzonnen

    Die verwachting van een aanzienlijke daling vanwege de invoering van het studievoorschot was volgens velen in de partijen die daarvoor waren voordien een chimera en politieke stemmingmakerij. "Het CDA beweert met droge ogen dat ‘met name jongeren uit gezinnen met lage inkomens en mbo-studenten massaal zullen afzien van een studie in het hoger onderwijs’," gispte minister Bussemaker begin juni 2014 bijvoorbeeld. Het was allemaal "bangmakerij." En op links was men zeker zo kwalijk bezig. "Volgens de SP ‘ziet een groot deel van de jongeren af van een studie als de basisbeurs wordt omgezet in een lening en juist jongeren uit lagere inkomens zijn dan de eerste die afzien van een studie’."

    "Dat bekt allemaal wel lekker en je haalt er de krant mee maar het is volledig verzonnen. Wie er ook serieus onderzoek naar doet - of het nu SCP, CPB of CHEPS is - niemand voorspelt dat studenten zich massaal laten leiden door leenangst. Wel zijn er aanwijzingen dat er onder mbo' ers een beperkte groep is die nog eens goed nadenkt of een vervolgstudie wel de juiste keuze is. Daar is niets mis mee, zolang het maar een bewuste keuze is. Sommige jongeren zijn op een gegeven moment gewoon even klaar met leren en willen aan het werk." Die onderzoeksinstituten hadden inderdaad dalingen van zo'n 1,5% voorspeld.

    Belangrijke ruggengraat

    Inmiddels zijn de zorgen over de impact van die “volledig verzonnen” ontwikkeling zo groot aan het worden, dat bijvoorbeeld de wethouder ‘arbeidsmarkt en stadsontwikkeling’ van de stad Groningen onderzoek laat doen naar de effecten hiervan op de toekomstige positie van zijn stad. De partijgenoot van de minister van OCW gaat monitoren of veel meer studenten thuis blijven wonen en de weg naar de stad van de Hanzehogeschool en de RUG niet meer willen vinden of dat de prognose van meer dan 2000 studenten extra op de woningmarkt nog steeds klopt.

    De opdracht van het HBO ziet Thom de Graaf in elk geval in het geding nu. Dat er juist meer jongeren de weg naar de hogescholen zouden moeten vinden, noemt hij “ook van belang, omdat wij niet alleen die emancipatiemotor willen zijn, maar ook omdat wij een buitengewone key-speler zijn in de Human Capital Agenda van Nederland. Hoger beroepsopgeleiden zijn een buitengewoon belangrijke backbone van de economische ontwikkeling van ons land, niet alleen in het bedrijfsleven, maar ook in zorg en onderwijs.” 

    Daar komt nog bij dat vanwege de T-2 regel in de bekostiging hogescholen reeds nu ingrepen zullen moeten doen, omdat over 2 jaar hun inkomsten aanzienlijk zullen gaan teruglopen door de val van de instroom. Ook dat zal een rol spelen bij de terugtrekkende bewegingen in het HBO bij de vraagfinancieringsexperimenten met het deeltijd-HO.